Symbool gloeilamp

De gloeilamp heeft de CO2-uitstoot even verdrongen in de eindeloze nieuwsstroom over de opwarming van de aarde en de maatregelen ter beteugeling daarvan. De Australische regering maakte gisteren bekend de verkoop van gloeilampen te willen uitbannen. De Australische consument moet uiteindelijk alleen nog energiezuiniger lampen kopen. Het is een klein, voor iedereen te bevatten gebaar: niet te ingewikkeld, snel uit te voeren en met een aantoonbaar – zij het gering – rendement. Maar het is symboolpolitiek; niet meer en niet minder.

Feit is dat in en om moderne woningen veel energie te besparen valt. Wasmachines en -drogers, de vriezer, het hele elektrische keuken- en tuinarsenaal, de airco en de auto: het kan minder en het kan zuiniger. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het individu, maar het kan geen kwaad als de staat zijn burgers aanspreekt op energiezuinig gedrag. En dat begint thuis. Dat de verdwijnende gloeilamp misschien een symbool wordt van groeiend energiebewustzijn, is meegenomen. Het ding is toch al gedateerd: oude techniek, inefficiënt en kwetsbaar. Nieuwe generaties lampen zijn zuiniger, gaan langer mee en worden steeds goedkoper. Het ‘peertje’ zal zijn langste tijd wel hebben gehad. De bekende gloeilampenfabriek in het zuiden des lands heeft alternatieven genoeg voorhanden. Hooguit zal zij haar treffende aanduiding moeten veranderen.

Maar het verdwijnen van de gloeilamp zal de opwarming van de aarde niet stoppen. Als het waar is dat die wordt veroorzaakt door menselijk handelen, dienen nu maatregelen te worden genomen. In Brussel blijkt dezer dagen weer eens hoe groot de kloof is tussen mooipraterij op milieugebied en de alledaagse praktijk van het onderhandelen over belangenafwegingen. Gisteren zijn de lidstaten van de Europese Unie het eens geworden over de doelstelling dat de uitstoot van het broeikasgas CO2 in 2020 met twintig procent moet zijn teruggebracht ten opzichte van 1990. Dat is de maatregel op papier. De werkelijkheid zal moeilijk en pijnlijk zijn. Europa verschilt van mening hoe dit percentage moet worden bereikt, en welke landen het hardst zullen moeten bloeden.

De verdeeldheid hierover tekende zich gisteren in Brussel treffend af. Oude en nieuwe lidstaten stonden lijnrecht tegenover elkaar. Minder welvarende nieuwkomers vinden dat hun economieën moeten worden ontzien en willen een ander basisjaar. Gevestigde lidstaten wijzen er juist op dat zij al de nodige inspanningen op energiegebied hebben geleverd. Op de achtergrond staan de lobby’s klaar van auto- en luchtvaartindustrieën, die met verlies van werkgelegenheid en verplaatsing van hoofdkantoren dreigen. De echt harde noten over het hoe en wie van de CO2-uitstoot zijn doorgeschoven naar de regeringsleiders. Aan hun daadkracht in dezen valt te twijfelen. De belangen lopen sterk uiteen; de economische – en dus electorale – gevolgen kunnen groot zijn.

Energiebesparing en terugdringing van broeikasgassen beginnen bij de burger thuis. Het sluitstuk ervan is de grote politiek. Die zal aan de burger duidelijk moeten maken wat verdeling van de lasten op dit gebied betekent. Dat dit meer en ingrijpender is dan een spaarlamp kopen in plaats van een gloeilamp, staat vast.