Op zoek naar de plectrum van Satan

Tenacious D: The Pick of Destiny. Regie: Liam Lynch. Met Jack Black, Kyle Glass, Tim Robbins. In 9 zalen.

Soms kunnen grappen die in gesproken vorm niet werken, op muziek heel geestig worden. Het gebeurt in Tenacious D van regisseur Liam Lynch. Op zichzelf bestaat er niet veel verschil tussen de dialogen en de liedteksten in de film, steeds is er dezelfde kinderachtige lolligheid. Maar wanneer de melige teksten in de heavy metal-komedie deel uitmaken van symfonische rock en worden begeleid door scheurende elektrische gitaren, krijgen ze een extra waarde. Het contrast tussen tussen bombast en flauwekul: dat draagt de beste scènes.

Tenacious D: The Pick of Destiny is een film met en over Jack Black, wat de wisselvalligheid alleen maar groter maakt. Black is als komiek, zoals recent in The Holiday, vaak net iets te overdreven om echt te kunnen bekoren, maar onvoorspelbaar genoeg om de aandacht vast te houden.

De film vertelt de deels fictieve geschiedenis van de rockband Tenacious D, die Black samen met gitarist Kyle Gass vormde. Ze spelen samen in Hollywood voor kleingeld langs de kant van de weg en delen het appartement dat Glass huurt met het geld dat zijn moeder hem maandelijks stuurt. Geen spannend bestaan, en om door te breken gaan ze op zoek naar The Pick of Destiny, een gitaarplectrum dat is gemaakt van een van de hoektanden van Satan en eerder werd gebruikt door grote voorbeelden als Robert Johnson en Eddie van Halen.

Die queeste langs wegrestaurants en een rock-and-roll museum kan nauwelijks een plot worden genoemd. Te lamlendig, te voorspelbaar. Toch blijft de film boeien. Omdat Black van het ene op het andere moment van een aansteller in een extravagante rockster kan veranderen, en omdat hij als hij in zingen uitbarst zelfs de duivel weet te overdonderen.