Nar stookt in discussie

Hans Labohm gelooft niet in de opwarming van de aarde en al helemaal niet in de rol van de mens daarin.

Maar een klimatoloog is hij niet. Hij is econoom.

De Noordelijke IJszee is misschien over 50 jaar ’s zomers ijsvrij. Foto AP This photo released by the Canadian Ice Service Friday Feb. 2, 2007 and taken by photographer Dan Crosbie in 2004 shows two polar bears on a chunk of ice in the arctic off Northern Alaska. The words of warning about global warming from the top panel of international scientists Friday Feb. 2, 2007 were purposely blunt: "warming of the climate system is unequivocal," the cause is "very likely" man-made, and "would continue for centuries." Officially releasing a 21-page report in Paris on the how, what and why the planet is warming _ though not telling the world what to do about it _ the Intergovernmental Panel on Climate Change gave a bleak observation of what is happening now and an even more dire prediction for the future. (AP Photo/Dan Crosbie/Canadian Ice Service via PA, HO) NO SALES Associated Press

Een middenweg is er niet. Hans Labohm (1941), een van de actiefste en publiekelijk meest zichtbare klimaatsceptici in Nederland, wordt bewonderd óf verafschuwd.

„Het is een nar. Ik vind het triest dat de media steeds weer pagina’s besteden aan dit soort mensen”, zegt directeur Frans Rooijers van het milieuadviesbureau CE, dat in 2004 voor de Tweede Kamer onderzoek deed naar de klimaatdiscussie en daarbij ruim aandacht had voor de argumenten van de sceptici – die werden weerlegd.

„Ik beschouw Hans als een onafhankelijk denker. Dat vind ik geweldig aan hem”, zegt Eerste Kamerlid Heleen Dupuis (VVD), die Labohm kent via het tijdschrift Liberaal Reveil van haar partij. Ze erkent dat velen Labohm zien als een dwarsligger. Zijn opstelling leidde ertoe dat hij bij Instituut Clingendael ontslag nam.

Het draait allemaal om de vraag of de aarde opwarmt of niet. Rooijers twijfelt er niet aan. Labohm wel. En mocht die opwarming al bestaan, dan zou niet de mens ervoor zorgen. Want het klimaat verandert altijd, bijvoorbeeld door de wisselende zonneactiviteit. „De bijdrage van de mens is nihil”, zegt Labohm via de telefoon.

Hij staat niet alleen. De sceptici bestoken elkaar met de laatste informatie, zegt oud-hoogleraar en scepticus Arthur Rörsch. Anderen zijn oud-hoogleraar Dick Thoenes en wetenschapsjournalist Simon Rozendaal van Elsevier. Goed georganiseerd is de groep niet, zegt Rörsch. „Eerder het tegendeel.”

Deze maand laaide het debat op. Volgens klimaatorganisatie IPCC van de VN verandert het klimaat wel degelijk. Signalen genoeg: gletsjers smelten, planten bloeien eerder. En de lucht bij het aardoppervlak werd de laatste eeuw gemiddeld 0,74 °C warmer. Het IPCC vindt het „zeer waarschijnlijk” dat de opwarming van de laatste vijftig jaar grotendeels komt door de fossiele brandstoffen die de mens verbruikt.

Labohm blijft dat ontkennen. Hij vertelde het de laatste weken enkele malen op tv. Zijn argumenten zijn altijd dezelfde: de IPCC-modellen deugen niet. Ook zouden veel onderzoekers het oneens zijn met de broeikashypothese. Labohm noemt het IPCC „gepolitiseerd”, het dikt de ernst van de opwarming aan. „Waar blijft die alarmerende opwarming”, vraagt Labohm. „De gemiddelde temperatuur is de afgelopen eeuw weliswaar 0,7 graden gestegen, maar sinds 1998 ook weer 0,4 graden gedaald.”

Wetenschappers van het Milieu- en Natuurplanbureau in Bilthoven, dat ook voor het IPCC werkt, weerleggen alle argumenten. Labohm misbruikt de temperatuurstatistieken door het langetermijngemiddelde te vergelijken met maandelijkse fluctuaties gedurende de laatste jaren. Hij begint die trend, niet toevallig, bij de warmste maanden van 1998, toen het door El Niño uitzonderlijk warm was.

Wat drijft Labohm? Volgens Dupuis gaat het hem om de consequenties van het klimaatdebat, en om de milieulobby. „Hans ergert zich blauw aan de linkse kerk die overdreven onheilsverhalen over ons uitstort.” Dat geeft Labohm zelf ook toe. Hij noemt de film van Al Gore, An Inconvenient Truth, die allerlei doemscenario’s schetst. „Dat is een meesterwerk van misleidende klimaatpropaganda.”

De milieulobby zet politici aan tot onzinnige afspraken, vindt Labohm. Neem het Kyoto-verdrag over de uitstoot van broeikasgassen. Dat heeft amper effect, maar het zadelt bedrijven wel op met hoge kosten – de nekslag voor de Europese economie.

Ook leidt het tot overheidsingrijpen. En daar heeft Labohm als liberaal een diepe afkeer van. In een e-mail schrijft hij: „Thans worden we geconfronteerd met de opkomst van een milieu- en klimaatgekte: een totalitair ecologisme, dat als alibi dient om tot lastenverzwaring en een uitbreiding van overheidstaken te komen en de controle vanuit de overheid op de bevolking te versterken. Dit leidt tot een inperking van de ruimte van het individu [...].”

Het was Frits Bolkestein die Labohm er in de jaren zeventig van bewust maakte dat hij een klassiek liberaal is. Labohm werkte toen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, en was net als diplomaat teruggekeerd uit Zweden.

Politicoloog Dick Leurdijk, verbonden aan Clingendael, noemt Labohm een hardliner. Ze leerden elkaar in de jaren zeventig kennen, toen ze lid waren van een internationale groep die zich boog over milieuvraagstukken. De groep was opgericht na het verschijnen van het rapport Grenzen aan de groei – waarin de Club van Rome in 1972 een verband legde tussen economische groei en milieuschade. „We dachten na over een nieuwe internationale economische orde, waarbij ontwikkelingslanden een duidelijker stem zouden krijgen. Labohm was daar, als liberaal, erg pessimistisch over”, zegt Leurdijk. Maar Labohm kon zijn kritiek niet openlijk uiten. Hij zat bij het project namens het Rijk. Leurdijk: „Labohm werkte onder minister [voor ontwikkelingssamenwerking] Jan Pronk, die een voorstander was van een nieuwe internationale economische orde. Hans zal zich flink hebben moeten verbijten.”

In 1992 ging hij werken bij Clingendael, en kwam daar Leurdijk weer tegen. „Hans kreeg eindelijk de ruimte om zijn denkbeelden naar buiten te brengen”, zegt Leurdijk.

Labohm schreef bijvoorbeeld over de milieueisen die het Westen stelt aan producten, waardoor ontwikkelingslanden worden benadeeld. Eco-imperialisme, vindt Labohm.

In 2001 mengt hij zich in het klimaatdebat. Eerst nog met een economische invalshoek, maar gaandeweg richt hij zich op de wetenschap achter de discussie. Daarmee begeeft hij zich op glad ijs. „Ik kan hem niet serieus nemen”, zegt Sible Schöne, oud-klimaatdeskundige bij het Wereld Natuur Fonds en nu coördinator van een landelijke klimaatcampagne. „Hij heeft niet gepubliceerd in vooraanstaande bladen, doet zelf geen klimaatonderzoek. Als hij een debat wil over het Kyoto-verdrag, prima. Maar laat hij zich daartoe dan beperken. Nu suggereert hij wetenschappelijke kennis, maar het enige wat hij doet is steeds dezelfde vier, vijf argumenten herhalen, die inmiddels allang door het KNMI zijn weerlegd.”

Labohm is geen klimatoloog, maar hij houdt de literatuur goed bij, zegt hij. En hij wisselt dagelijks van gedachten met andere sceptici, zoals oud-hoogleraar Rörsch. „Over de wetenschappelijke publicaties zegt Hans vaak: dat kan ik als eenvoudige econoom niet begrijpen. Dus voed ik hem met kennis”, zegt Rörsch.

Labohm ging in 2005 weg bij Clingendael. Zijn opstelling in het klimaatdebat bracht hem in conflict met de afdeling die zich over energievraagstukken buigt. Nu schrijft hij vooral vanuit huis. Labohm zegt dat hij zich blijft verzetten tegen de „manipulatie van informatie”.