Kwakzalvers uit de boomgaard

Griekenland, en vooral het eiland Kreta, staat dezer dagen in het teken van het olijfblad. Dit zou een geneeskrachtige uitwerking hebben en zelfs kanker kunnen bestrijden, zowel preventief als therapeutisch. Gelukkig is de hysterie alweer aan het afnemen en zijn zowel de ‘gezonde’ gelederen uit de medische wereld als het justitiële apparaat in het geweer gekomen.

Het begon allemaal met onderzoek van een Griekse hartspecialist en oud-minister, Dimítri Kremastinós, die in medische tijdschriften als het Journal of Nutricion rapporteerde dat niet alleen de olie van olijven, maar ook bladeren van olijfbomen een gunstig effect hebben op de bloedtoevoer naar het hart van konijnen. Beide bevatten oleuropeïne, een sterk anti-oxyderende substantie.

Kremastinós’ verhaal trok de aandacht van een bekende homeopate en botanica, die in het zeer populaire tv-programma van Anna Dróuza zonder scrupules de sprong maakte van hartziekte naar kanker en van konijn naar mens. Het is niet uitgesloten, zo zei ze, dat het nuttigen van olijfbladeren bijdraagt aan de genezing van kanker en andere ziekten. Worden die bladeren niet al uitgevoerd naar Japan, waar er thee van wordt gezet?

Nu was het hek van de dam. Andere Bekende Grieken gingen door op het stramien van ‘je weet maar nooit’, maar velen wisten al genoeg. Ze e verzamelden olijfbladeren en boden ze per kilo aan voor hogere prijzen dan gangbaar (60 euro) zijn voor olijven en olijfolie. Ze haalden bladeren van de olijfbomen in Atheense straten. Ze maakten er een drank van die frapeliá noemden, een samentrekking van frappé en eliá, Grieks voor koffie en olijf. En in een olijfrijke uithoek van hun domein vermoordde een boer zelfs zijn broer omdat die zich er tegen verzette dat hij hun oudere broer, die kanker had, het brouwsel zou toedienen.

De televisie veranderde van toon, zij liet steeds meer artsen aan het woord, onder wie Kremastinós, die betuigden dat er geen enkele aanwijzing was voor de werking van olijfbladeren op kanker en dat ze, integendeel schadelijk zouden kunnen zijn, niet in de laatste plaats wegens de bestuiving van de meeste olijfbomen met middelen tegen dákos en andere boomziekten. Er hadden zich al patiënten gemeld die zeiden „genezen” te zijn, maar nu werden gebruikers getoond die er schadelijke gevolgen van hadden ondervonden.

Justitie stelde vervolging in tegen iedereen die het product verkocht als middel tegen kanker. De minister van Gezondheid kwam – wat laat – met een felle boetepreek tegen allen die „spelen met de gezondheid van ons volk”.

De kranten brachten kleurrijke herinneringen aan vroegere massabevliegingen op dit gebied. Zoals na de ‘ontdekking’ in 1952 dat de feitelijk giftige bittere komkommer – een onkruid dat doorgaans werd bestreden – therapeutische kwaliteiten had. Op het eiland Lesbos werd toen iemand gevonden die zulke komkommers al jaren voorschreef tegen eksterogen, maar er nu ook kanker bij betrok.

Overal in het land kwam het destijds tot tonelen die leken op die van de afgelopen winter. Onder de patiënten die het gebruik van de bittere komkommer niet overleefde was de orthodoxe aartsbisschop Michaél van de Verenigde Staten. Maar de hype uit 1952 ging snel over en eindigde met een succesvolle komische revue in een Atheens theater.

Drie jaar later dook in het noorden van het land het ‘Vocht van Jorjadis’ op, genoemd naar een drankhandelaar voor wiens huis zich lange rijen patiënten vormden. Wederom ontbrak het niet aan patiënten die zeiden er baat bij te vinden.

Er werden echter ook twee gevallen bekend van kankerpatiënten die overleden nadat ze hun therapie hadden gestaakt. Het kwam tot een vervolging nadat onderzoek had uitgewezen dat het ging om een willekeurig brouwsel, wederom met giftige komkommer, maar de zaak belandde uiteindelijk in de doofpot.

In 1976 sprak heel Griekenland wekenlang over het ‘Watertje van Kamaterós’, genoemd naar een advocaat die vanuit zijn eiland Kos bronwater aan de man bracht dat – het wordt eentonig – alweer kanker kon genezen (benevens oogziekten). De toenmalige hoofdredacteur van het grootste dagblad Ta Nea verspeelde zijn reputatie met een campagne waarin het middel zonder voorbehoud werd aangeprezen. Al spoedig vond het gretig aftrek.

De ouders van achttien kinderen die met kanker in het ziekenhuis Achláia Kyriakóu werden verpleegd gaven openlijk te kennen de gewone therapie te staken. Eén patiëntje overleed meteen, en na nog een sterfgeval werd het watertje verboden. Andermaal werd vervolging ingesteld. Wederom zonder resultaat. De aangeklaagde Kamaterós vluchtte naar het buitenland, waar hij 22 jaar later zelfmoord pleegde.