Goeddoen in de baas zijn tijd

Vrijwilligerswerk vanuit je bedrijf is een alternatief voor het bekende bedrijfsuitje.

Samen goeddoen versterkt het teamgevoel, maar het is vooral een kwestie van imago.

Vrijwilligerswerk zorgt ervoor dat medewerkers zich betrokken voelen bij hun bedrijf. Foto Leo van Velzen Ouwerkerk, 17/05/06. Boerderij "De Stelle" doel van menig leerzaam uitstapje voor de oudere, soms wat minder valide, medemens. Het maken van 'n eigen potje jam maakt deel uit van de dagtrip. SERIE OPNAMEN VOOR EVENTUEEL 2 VERHALEN !!!! Foto: Leo van Velzen NrcHb. (60) Velzen, Leo van

Een ziekenhuis schilderen in plaats van survivallen in de Ardennen. Niet steengrillen, maar koken in een verzorgingstehuis. Bedrijfsuitjes die een goed doel dienen zijn een populair alternatief voor de traditionele teambuildingsactiviteiten. Bedrijven hopen zo een betrokken imago op te bouwen en tegelijkertijd de teamgeest te versterken.

En dat lijkt te werken. Onderzoeken bij onder meer Barclays Bank en ABN Amro laten zien dat vrijwilligerswerk zorgt voor meer betrokkenheid bij het bedrijf. Ook de teamprestatie gaat er volgens 61 procent van de Barclays-medewerkers op vooruit. Onderzoek van NIPO wijst uit dat 41 procent van de Nederlanders zegt positiever te denken over een bedrijf dat goede doelen steunt; 6 procent denkt dat het bedrijf iets te verbergen heeft.

Zichzelf respecterende bedrijven hebben een mvo-beleid, een beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Onderdeel daarvan kan vrijwilligerswerk zijn door werknemers, in de tijd van de baas welteverstaan. „Van zulke activiteiten krijg je betere werknemers”, meent Mark Schalekamp, directeur van Robin Good, een belangrijke speler op de markt van maatschappelijk betrokken ondernemen. „Die krijg je ook als ze in de Ardennen elkaar de rivier de Ourthe over moeten helpen, maar gezamenlijk goeddoen geeft nog eens extra waarde. Het draagt bij aan de bedrijfstrots.”

Volgens Schalekamp is het niet uit schuldgevoel dat bedrijven zich inzetten voor een betere maatschappij. „Veel Nederlandse bedrijven doen het in stilte. Ze geven er liever geen ruchtbaarheid aan.” En dat is jammer, want zowel de bedrijven als de goede doelen zijn er juist bij gebaat dat er veel over wordt gesproken. „In Engeland en de Verenigde Staten is het motto be good and shout about it”, zegt Schalekamp. „In Nederland lijkt het be good and hush about it.” Nederlandse bedrijven zijn volgens hem bang voor negatieve publiciteit. „Ze zijn bang dat de betrokkenheid in de pers wordt uitgelegd als een doekje voor het bloeden.”

Individuele vrijwilligers mogen wél zeggen dat ze vrijwilligerswerk doen omdat ze het leuk vinden en niet alleen om de wereld te verbeteren, constateert Lucas Meijs, bijzonder hoogleraar vrijwilligerswerk, civil society en ondernemingen aan de RSM Erasmus University. „Maar van bedrijven accepteren we dat niet. Die hebben de schijn tegen. Het begint overigens wel te veranderen, want juist het vertellen over de activiteiten is belangrijk.”

Dat een bedrijf baat heeft bij een verbeterd imago mag duidelijk zijn, maar wordt de wereld ook beter van die betrokkenheid? Meijs: „Daar bestaan twijfels over. Je kunt je afvragen of mensen niet sowieso al vrijwilligerswerk doen en of het niet effectiever is om professionals een ziekenhuis te laten schilderen.” Toch zit er voor de organisatie die je helpt een groot aantal voordelen aan, meent Meijs. „Hun winst bestaat uit extra handen, geld, spullen en aandacht.”

Het survivallen in de Ardennen zal niet snel verdwijnen, maar het goede doel zal wel steeds vaker worden aangewend, denkt Meijs. „Investeren in de gemeenschap is straks niet meer weg te denken. Bedrijven moeten meer teruggeven aan hun omgeving. Denk vooral aan overlastgevers zoals Schiphol of de Rotterdamse haven. Mensen in Pernis hebben last van de haven, dus de havenbedrijven doen er goed aan om de lokale voetbalvereniging te sponsoren. Zo verdedigen bedrijven hun bestaansrecht.”

    • Leendert van der Valk