Geef niet aan iedereen een paraplu

De ministersploeg van het kabinet-Balkenende IV staat morgen op het bordes bij de koningin, en dan kan het regeren weer beginnen. In wezen is het land immers sinds eind juni vorig jaar niet echt geregeerd. Is dat erg?

Zo op het eerste gezicht niet: de economie draait goed, de begroting is in evenwicht en de uitvoerende diensten krijgen eindelijk de tijd en rust om alle ambitieuze stelselwijzigingen van het kabinet-Balkenende II (sociale zekerheid, zorg, pensioenwetgeving, belastinghervorming winstbelasting) in juiste banen te leiden.

Desalniettemin blijft er veel liggen volgens de politici. Bij herlezing van het regeerakkoord ‘samen werken, samen leven’ bekroop mij in dit opzicht een minder positief gevoel dan de eerste keer. De tekst staat vol van de ambities, dat is niet erg, maar de balans slaat erg door naar de zieken, de zwakken, de misselijken – laten wij zeggen de verworpenen der aarde.

Het akkoord is overgoten met een stevige saus van christelijk-rood denken. Niet verwonderlijk gezien de samenstelling van de ploeg, ook wel het VU-kabinet genoemd. Maar dit kabinet dreigt in de val te lopen dat het alle burgers bescherming wil bieden. Het spreekt wel voortdurend over dialoog met maatschappelijke organisaties en introduceert en passant het niet uitgewerkte begrip maatschappelijke onderneming, maar aan het einde van het liedje is het steeds ‘Vadertje Staat’ die een paraplu aanbiedt. Te veel mensen worden weer afhankelijk gemaakt van de staat. Nergens staat dat zij eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat woord kom ik werkelijk nergens meer tegen, opmerkelijk na de eerste kabinetten-Balkenende.

Maar liefst 10 miljard euro denkt het kabinet te gaan investeren in de samenleving. Een deel van de dekking komt uit efficiëntiebesparingen op het ambtelijk apparaat (structureel 750 miljoen) van de rijksdienst. Dat is een tweede valkuil. Hoe kunnen al deze ambities (zes pijlers, tien projecten) met minder ambtenaren gerealiseerd worden? Of gaan de management-advieskantoren weer gouden tijden tegemoet?

Volgens mij heeft het CDA inderdaad de noodzakelijk bereikte stelselwijzigingen in essentie overeind weten te houden, maar wordt de noodzakelijke acceleratie op de punten van de vergrijzing (AOW), beperking staatsbemoeienis subsidiëring woonbeleid, flexibilisering arbeidsmarkt niet doorgezet.

Naast de goede initiatieven, humaner vluchtelingenbeleid, samenbindend integratiebeleid en een echte gezins- en kindpolitiek (posthuum alle eer aan Enneus Heerma!) lijkt dit kabinet een onnodige pas op de plaats te maken bij het sociaal-economische hervormingsbeleid. Het kabinet komt natuurlijk echt in problemen wanneer de economische ontwikkeling fors tegenzit.

Verder mis ik te enen male voorstellen op het gebied van staatkundige- en bestuurlijke hervorming, iets waarin het CDA zeven à acht jaar geleden voorop liep. Christelijk-rood staat waarschijnlijk voor restauratie op dat punt. De cultuur van het coalitiemonisme dreigt de kop op te steken. Ik vermag nog geen Bolkestein te signaleren in de categorie Tichelaar, Van Geel of Slob.

Marnix van Rij, oud-partijvoorzitter van het CDA , werkt bij Ernst&Young te Den Haag. Hij schreef ‘Duizend dagen in de landspolitiek’, over de leiderschapscrises in het CDA in de periode 1994-2001.

Dit artikel staat ook op nrc.nl/kabinetsformatie. Op dit weblog schrijft Marnix van Rij vandaag over Pieter van Geel, de nieuwe fractievoorzitter van het CDA.