Fiscale lokroep Zwitserland tergt Brussel

Massaal verplaatsen multinationals hun hoofdkantoor naar Zwitserland wegens lage belastingen. Brussel noemt het ‘verkapte staatssteun’.

‘Bommen uit Brussel.’ ‘Belastingoorlog.’ Wie dezer dagen Zwitserse krantenkoppen bekijkt, zou denken dat de Derde Wereldoorlog is uitgebroken: eentje waarbij de logge, gemene Europese Unie het kleine, dappere, onafhankelijke Zwitserland onder de voet dreigt te lopen.

De aanleiding? Vorige week heeft de Europese Commissie – het dagelijks bestuur van de Europese Unie in Brussel – een rapport gepubliceerd waarin staat dat Zwitserland met belastingvoordeeltjes steeds meer grote bedrijven uit de EU wegtrekt, en dat dit moet ophouden. Anders kunnen er „maatregelen” volgen.

Die belastingvoordeeltjes worden uitgedeeld door Zwitserse kantons, die fiscaal veel autonomie hebben. Ze gelden alleen voor internationale bedrijven die hun geld buiten Zwitserland verdienen. Afgelopen jaren hebben veel grote bedrijven daarom hun Europese hoofdkwartier vanuit vooral Frankrijk en Duitsland naar Zwitserland verplaatst: hun voornaamste activiteiten zijn in de EU, maar ze betalen daar geen belasting over omdat hun administratieve hoofdkwartier in Zwitserland zit. Soms is dat een postbus, soms werken er maar één of twee mensen. In Zug, het hoofdstadje van het gelijknamige kanton, zijn ineens straten vol nieuwe kantoorgebouwen. De kantons zijn zo happig op buitenlandse bedrijven, dat ze elkaar keihard beconcurreren – iedere maand is er wel één die de tarieven verlaagt. Volgens adviesbureau KPMG betalen internationale bedrijven in kanton Obwalden nu 13,1 procent belasting. Zug en Schwytz, die in het Commissierapport worden genoemd, liggen ongeveer even laag. Het Zwitserse gemiddelde ligt nu rond 20 procent. In Duitsland is dat 38,3 procent. In de EU (gemiddeld 25,8 procent) kunnen alleen Ierland (12,5 procent) en Cyprus (10 procent) nog met sommige kantons concurreren.

Multinationals als Procter & Gamble, Colgate-Palmolive, Google, Ralph Lauren en L’Oréal verplaatsten hun Europese hoofdkwartier recentelijk naar Zwitserland. Levensmiddelengigant Kraft verhuist binnenkort van Wenen en Londen naar Zürich. Europarlementariërs zeiden in 2005 al dat „ongeveer 1.400 bedrijven de komende drie jaar van de EU naar Zwitserland gaan”. EU-landen lopen hierdoor jaarlijks zo’n 1,85 miljard euro mis.

De EU vertelt de Zwitsers al jaren dat zij dit niet fair vindt. De Zwitsers hebben in 1992 tégen het lidmaatschap van de EU gestemd, maar sloten sindsdien veel samenwerkingsakkoorden met Brussel om de Europese boot vooral niet te missen. Zo hebben Zwitserse bedrijven vrij toegang tot de interne markt (500 miljoen mensen), en doet Zwitserland mee aan Schengen. Nu wil het de elektriciteitsmarkt van de EU op en deelnemen aan het satellietprogramma Galileo.

In ruil betalen de Zwitsers wat ontwikkelingsprojecten in nieuwe EU-landen, geven ze informatie over sommige Europese spaarrekeninghouders in Zwitserland, en zorgen ze dat EU-vrachtwagens vlot passeren. Maar diplomaten in Brussel klagen al tijden dat die tegenprestaties te mager zijn. Dat „Zwitserland voor een dubbeltje op de eerste rang wil zitten”. Noorwegen, evenmin EU-lid, is veel genereuzer. Het gedoe met de Zwitserse belastingen is dus de druppel die de emmer doet overlopen. Eurocommissaris Benita Ferrero Waldner (Buitenlandse Betrekkingen) zei vorige week: „Zwitserland heeft de voordelen van geprivilegieerde toegang tot de interne markt en moet dus de verantwoordelijkheden aanvaarden die daarmee gepaard gaan.” Ofwel: onder vrienden doe je zoiets niet.

Brussel kan niet eisen dat de kantons hun tarieven verhogen – fiscaal is Zwitserland soeverein. Daarom gooit de Commissie het over een andere boeg: ze bestempelt de belastingvoordelen als ‘verkapte staatssteun’. Want internationale bedrijven komen er wel voor in aanmerking, en Zwitserse niet. Dat, zegt de Commissie, is discriminatie, en dus een schending van het Vrijhandelsverdrag uit 1972 met Zwitserland. Dat verbiedt „staatssteun die de concurrentie verstoort of dreigt te verstoren”. Bedrijven die nauwelijks belasting betalen, kunnen producten immers goedkoper aanbieden.

Zwitserland weigert hierover te onderhandelen. Het Vrijhandelsverdrag gaat over handel, niet over belasting, zeggen de Zwitsers. Daarbij mogen de kantons volgens de Grondwet zelf weten hoeveel belasting ze heffen. Dat internationale bedrijven minder belast worden dan Zwitserse bedrijven, is logisch, zegt een Zwitserse onderhandelaar: „Ze maken toch minder gebruik van onze infrastructuur? Bovendien beconcurreren ook EU-landen elkaar hevig. Is Londen geen belastingparadijs, of Monaco? Waarom valt Europa die landen niet aan?” Zwitserse journalisten, die ineens als één man achter hun regering staan, schrijven elke dag over dit staaltje ‘Europese hypocrisie’. Zondag nog, in de Neue Zürcher Zeitung: „Waarom U2 zijn hoofdkwartier van Dublin naar Amsterdam verplaatste”.

Aan belastingconcurrentie tussen EU-lidstaten kan Brussel weinig doen. Maar gevallen van belastingdiscriminatie klaagt het doorlopend aan – met succes. Advocaten van de Commissie geven toe dat de zaak tegen Zwitserland juridisch niet waterdicht is. Toch moest Oostenrijk, toen het nog geen EU-lid was, op grond van hetzelfde Vrijhandelsverdrag stoppen met discriminerende belastingtarieven.

Politiek staan alle 27 EU-landen op één lijn: als Zwitserland blijft weigeren te onderhandelen, gaan zij de Commissie vragen maatregelen te nemen. Tarieven heffen op bepaalde Zwitserse producten bijvoorbeeld. De Commissie zou ook de onderhandelingen over Galileo of de elektriciteitsmarkt kunnen blokkeren. Maar dat doet ze expres niet. Als Brussel álle samenwerking met Zwitserland in de strijd gooit, is de kans groot dat Zwitserland hetzelfde gaat doen. Door vrachtwagens uit de EU enorme milieuheffingen op te leggen bijvoorbeeld. Als dat gebeurt – leer om leer – zijn de gevolgen niet te overzien. Bovendien is de EU-eenheid dan verdwenen: Italië is als de dood voor die milieuheffingen.

Maar maatregelen zijn niet voor morgen. Iedereen weet dat 2007 in Zwitserland een verkiezingsjaar is: vóór november kunnen Zwitserse politici niet uit de hoge boom. Zelfs de mee regerende socialisten niet, die het eigenlijk met Brussel eens zijn. Pas daarna is er kans op een deal. Dat wordt ongetwijfeld een compromis – want niemand heeft er belang bij dat deze vete echt escaleert.