Een nieuwe Swing Era

Er zijn tientallen swingorkesten actief in Nederland.

‘Er moet hard aan getrokken worden wil de band overleven.’

Ongemerkt stikt het in ons land momenteel van de bigbands en jazzorkesten. Los van het amateurcircuit, waarin tal van swingorkesten gloriëren op diverse niveaus, schieten grote professionele jazzensembles als paddenstoelen uit de grond.

Een kleine greep uit het omvangrijke aanbod: voor de twee jaar bestaande New Generation Big Band vormen ‘funky, groovy beats met een knallende blazerssectie’ de brandstof van de band. De band toerde met de hiphopformatie Pete Philly & Perquisite. Het Rotterdam Jazz Orchestra bracht onlangs in de Rotterdamse Doelen eerbetonen aan de bassisten Jacco Pastorius en Charles Mingus.

En zo zijn er nog tientallen actief, ook in de Afro-Caraïbische hoek. Nieuwe generatie jazzmusici, afkomstig van de conservatoria, creëren voor zichzelf voortdurend nieuwe speelmogelijkheden. Dat moet wel, want in bestaande formaties komt slechts sporadisch een plek vrij. Maar ook het uitvoeren en uitdragen van eigen, nieuwe muziek vormt een uitgangspunt voor jazzmusici.

„Financieel is het niet de verstandigste keuze om een jazzorkest te beginnen”, zegt een van de meest gevraagde componisten in de hedendaagse jazzbeweging, Martin Fondse. Hij legt deze maanden de laatste hand aan het boetseren van zijn achttienkoppige bigband Starvinsky Orkestar. „Er moet hard aan getrokken worden wil de band overleven. De drijfveer is muzikale noodzaak en passie. Want het is een sensatie om in zo’n groot orkest te spelen.”

Met een nieuwe band vergroot hij zijn uitvoeringsmogelijkheden als componist. „Iedere componist moet op een zeker moment zijn eigen orkest hebben.” Fondse zoekt het in een combinatie van blazers en strijkers, een hybride vorm van klassiek en jazz. Daarmee verwacht hij te duiken in een gat, dat zijn orkest uniek maakt en bestaansrecht geeft, naast traditionele bigbands met repertoire uit het American Songbook en moderne bigbands met invloeden uit pop, soul, funk en latin.

Hoe schat hij de overlevingskansen in? „Ik ben optimistisch. Er is ruimte, anders zouden er niet zoveel bigbands naast elkaar bestaan. Maar als je realistisch naar de kostenkant kijkt, zou je nooit spelen. Doordat in mijn orkest Duitsers en Belgen zitten, voorzie ik ook concerten over de grens. Mijn wens is per kwartaal op vaste plaatsen te spelen, zowel in Amsterdam als in Brussel en Keulen.”

Het hebben van een vaste avond is een noodzaak, meent ook trompettist en leider van de Holland Bigband, Loet van der Lee. Samen met de New Generation Bigband verzorgt zijn orkest maandelijks concerten onder de naam ‘Super Sundays Live’ in Café Toomler in Amsterdam. De Holland Bigband, met een repertoire van eigentijdse swing en thematische ‘feels’ als soul en gospel, speelt nu vier jaar op die locatie, steeds voor gemiddeld honderd bezoekers. „Geen vetpot”, zegt Van der Lee. „Maar je spéélt, dus je bestaat. Het gaat erom dat je reuring veroorzaakt en jonge componisten aan het werk kan zetten. Het orkest is, met drie arrangeurs in de groep, een broedplaats van ideeën.”

Er wordt door bands met regelmaat in dezelfde vijver gevist, merkt Van der Lee. Het aantal jazzclubs is gering en theaters selecteren voor hun seizoen meestal maar één groep. „Tegen financieel gesteunde orkesten is bijna niet op te concurreren. Zij zijn gewoon veel goedkoper. Wie weinig geld vraagt kan véél spelen. Maar je wilt de achttien man in je band toch ook fatsoenlijk kunnen uitbetalen.”

De bands onderscheiden zich in hun repertoirekeuze en attitude. Speel je zeldzame suites van Duke Ellington of kies je voor variatie op zijn bekendste standard Take the A-Train? Kortom, weet het orkest zich te ontwikkelen als een band met een eigen signatuur. De vrije aanpak van saxofonist Benjamin Herman en diens hippe New Cool Collective uit begin jaren negentig heeft voor veel orkestleiders van nú motiverend gewerkt. Bij hem waren verdiensten jaren ondergeschikt aan speelplezier.

„Je kunt wel zeuren dat er geen werk is, maar het is ook een goede traditie in de jazz om dan zelf iets op te zetten”, zegt Herman, die zich weer door het Surinaams-Caraïbische muziekensemble Fra Fra Sound liet inspireren. „Je moet niet gaan zitten wachten op een telefoontje.”

Inmiddels bestaat de bigband tien jaar en de kleinere groep veertien jaar. Er zijn vaste avonden in Amsterdam en Rotterdam, en 12 mei verschijnt een nieuwe live-cd. „Het harde werken voor een habbekrats loont zich intussen. Maar onze filosofie is onveranderd. We cultiveren vrijheid in de band. Bij ons geen negentien van blad musicerende mannetjes met lessenaars.”

Ook de belangrijkste stelregel blijft gehandhaafd: alleen maar jongere collega’s mogen invallen. Herman: „Ik waak voor een oudejongenskrentebrood-mentaliteit. Saxofonist Joris Roelofs was zeventien toen hij voor het eerst meespeelde, saxofonist Ben van Gelder net vijftien. Nou, dan zit de band meteen weer even rechtop.”

    • Amanda Kuyper