Drijvend huis blijft nog een experiment

De klimaatbestendige woning doet voorzichtig haar intrede in Nederland. Door stijging van het waterpeil wordt het product binnen tien jaar gemeengoed, verwachten grote bouwbedrijven.

Maasbommel heeft ze al, Dordrecht krijgt ze volgend jaar, Ohé en Laak ook, net als Den Bosch, Groningen en Heerenveen. Gouda en de Haarlemmermeer studeren er nog op: klimaatbestendige woningen waarin de bewoners veilig zijn voor stijgend water.

De waterproof woning is bezig aan een voorzichtige opmars in Nederland. Grote bouwbedrijven als Dura Vermeer en Heijmans zijn bezig met proefprojecten die moeten uitwijzen aan welke eisen de waterwoningen moeten voldoen: Maasbommel had in 2005 de primeur van de eerste waterproof woonwijk, waar Dura Vermeer in totaal 14 permanent drijvende en 32 amfibische woningen bouwde. Die laatste staan op een vaste ondergrond en gaan drijven bij hoog water. In polder De Groote Wielen bij Den Bosch heeft Heijmans 10 drijvende woningen gepland, in Groningen verwacht het bouwbedrijf uit Rosmalen er 250 neer te zetten en in Heerenveen ruim 70.

Als de waterstanden stijgen door klimaatverandering, wacht de waterproof woning een grootse toekomst, meent Dick van Well, bestuursvoorzitter van Dura Vermeer. „Ik denk dat we over tien jaar in West-Nederland geen wijken meer bouwen die niet flood proof zijn. Anders zou Nederland echt dom bezig zijn. Want de stijgende grondwaterstand en meer heftige regenval zullen alleen maar leiden tot meer klachten van huizenbezitters.” In de toekomst zal er in de Haarlemmermeer anders worden gebouwd dan in Maastricht, verwacht Chris Zevenbergen, directeur business development van Dura Vermeer. „Er moet iets gebeuren nu er steeds meer alarmerende berichten komen over de stijgende zeespiegel en de watertoevoer vanuit het achterland. Bovendien is tussen 2000 en 2004 het aantal Nederlanders dat beneden zeeniveau woont harder gegroeid dan het aantal dat daarboven woont – 6 tegen 2 procent.”

Waterproof wonen kent verschillende verschijningsvormen. „Je kunt denken aan bouwen op palen, op terpen, aan amfibische huizen die langs palen mee bewegen met het waterpeil en aan permanent drijvende woningen”, legt Lonneke Wijnhoven, manager Design & Development van Heijmans Vastgoed, uit. „We zullen per gebied moeten kijken welke oplossing het beste is. Het maakt nogal uit of je in een polder bouwt of in een stad.” Een drijvende woning is wellicht het meest voor de hand liggende ontwerp, „maar niet per se de beste oplossing tegen een hoger waterpeil. Veel mensen vinden het eng om op die manier te wonen: ze zijn bang dat hun huis zinkt, ze vragen zich af of het huis wel van goede kwaliteit is en of hun kinderen wel veilig zijn in een drijvend huis.” Wijnhoven: „Als grote projectontwikkelaar en bouwer hopen we dat waterwonen snel uit de nichefase komt. Zodra het eerste project is gerealiseerd, kunnen gemeenten en consumenten hun wantrouwen overwinnen.” Al groeit de interesse voor waterproof wonen wel, merkt Wijnhoven. „Zowel van gemeenten die kampen met een stijgend waterpeil of stijgend rivierwater in de buurt van bouwlocaties als van gemeenten die hun recreatieve functie willen versterken. Want deze vorm van wonen is natuurlijk heel goed te combineren met watersport.”

Duurder dan bouwen op land is het waterproof bouwen niet, volgens de aannemingsbedrijven. Dat komt onder meer doordat er bij verschillende vormen van waterbestendig wonen geen dure bouwgrond hoeft te worden aangekocht. De praktijk moet uitwijzen of eventuele aanpassing aan de infrastructuur en verzekeringen de huizen duurder maken.

Om waterproof wonen echt te laten doorbreken, zijn er wel eerst regels van de overheid nodig, volgens Van Well van Dura Vermeer. „De overheid moet aangeven wat zij wil en welke eisen aan waterproof woningen gesteld moeten worden. Anders ontbreekt voor bouwers de prikkel om tijd, geld en energie te steken in deze innovatieve vorm van bouwen en blijft het bij experimentele projecten. Zoals de overheid ooit regels en normen stelde voor isolatie van woningen, zo moet het ook gaan met bouwen in natte gebieden.” Dura Vermeer werkt inmiddels in verschillende onderzoeksprojecten samen met overheden om te komen tot richtlijnen voor flood proof bouwen.

Behalve algemeen geldende regels zou ook publiek-private samenwerking nuttig zijn bij waterbestendig bouwen, meent Guus Hoefsloot, bestuursvoorzitter van Heijmans. „Bouwen op water is een te complexe problematiek voor één partij. Op land bouw je op palen of op een stalen fundering, maar water stelt veel meer eisen aan een gebied dan alleen het technisch bouwen. Het is complexer en daardoor riskanter. Via publiek-private samenwerking kun je die risico’s vooraf met een gemeente beter in kaart brengen en oplossingen bedenken. Dan wordt het ook eenvoudiger om marktpartijen te vinden die willen investeren in deze innovatieve vorm van bouwen.”

Hoefsloot verwacht dat waterproof bouwen binnen tien jaar „een gevestigd product wordt op de Nederlandse huizenmarkt”. Van Well van Dura Vermeer deelt die mening. Hij noemt het onverantwoord om een laaggelegen gebied als de polder Westergouwe bij Gouda vol te bouwen als dat niet waterproof gebeurt. „We moeten in Nederland bij de verwachte klimaatveranderingen wijken bouwen die eens in de twintig jaar onder kunnen lopen. Dus met voldoende waterberging in de wijk, huizen die mee fluctueren met het grondwaterpeil, watervast isolatiemateriaal, een verhoogde deuropening en waterdichte ramen en deuren. Als de overheid daarvoor regels stelt, wordt het economisch verantwoord om te investeren in flood proof woonwijken.”