Dansmuziek voor de eenzamen

De Canadese Junior Boys missen subtiliteit in de hedendaagse muziek.

Ze willen emoties aan de synthesizers onlenen, desnoods via Sinatra.

Junior Boys: Jeremy Greenspan en Matt Didemus. Timothy Saccenti Saccentie, Timothy

De melancholie op So This Is Goodbye, de tweede cd van het Canadese, elektronische duo Junior Boys, is onweerstaanbaar. Dansmuziek voor de eenzamen, verfijnde triestigheid voor wie de resten van zijn gebroken hart bij elkaar moet rapen. Wat er al niet voor zieleroerselen schuil gaan onder het glimmende oppervlak van zulke schijnbaar escapistische, uit house en disco geleende grooves! Junior Boys willen emoties en subtiliteiten ontlenen aan hun synthesizers, zegt Jeremy Greenspan, desnoods via een nummer van Frank Sinatra.

Want Greenspan, met Matt Didemus verantwoordelijk voor deze klankenpracht, is het edele ambacht van het songschrijven toegedaan. Hij legt zijn inventieve dansritmes onder stemmige liedjes die evenzeer zijn verwantschap met zijn landgenote Joni Mitchell blootleggen, als met de dance-gemeenschap.

,,Ik ben nu eenmaal niet zo goed in het maken van pure dansmuziek”, zegt hij, aan de telefoon vanuit het huis van zijn moeder in Hamilton. ,,Liedjes schrijven bleek me wel te liggen, dus dat heb ik toegepast op het instrumentarium van de danceproducer. Laat de synthesizers en machines hun eigen partijen maar schrijven, inclusief de fouten. Dan kneed ik dat wel weer tot liedjes. Er is natuurlijk een zekere songschrijftraditie in de dansmuziek, zeker in disco en vroege house.”

Het meest opmerkelijke liedje op So This Is Goodbye komt dan weer niet uit eigen keuken. Met een bijna gesnikte versie van het door Sinatra beroemd gemaakte ‘When No One Cares’ van het Cahn/Van Heusen wilde Greenspan een statement maken over hedendaagse popmuziek, zegt hij.

,,Het soort subtiliteit van de muziek van Sinatra en zijn tijdgenoten in de songschrijverij, mis ik tegenwoordig. Het moet allemaal hard, extreem, bombastisch. Ik hoor liever iemand zingen die een zekere breekbaarheid en kwetsbaarheid in zijn stem durft te leggen. Interessant genoeg werd de zangstijl waarmee Sinatra beroemd werd, het croonen, beter mogelijk met het voortschrijden der techniek: de verfijning van de microfoon. Zo zie je maar dat technologie niet in de weg hoeft te staan van subtiliteit en emotie, ondanks de reputatie van elektronica als koud en abstract. Ik zie mijn synthesizers als warmbloedige instrumenten, vol emotie en soms zelfs met een eigen wil. Daarom behoud ik de fouten.”

Zijn liefde voor subtiliteit drijft hem zelfs naar overgepolijste, gelikte jaren-zeventigrock, en, belangrijker voor de ritmische instroom op So This Is Goodbye, naar disco. ,,Ik ben geobsedeerd door het tempo van de betere disco: niet dat jachtige dat veel hedendaagse dansmuziek kenmerkt, maar dansbaar en toch comfortabel, ontspannen en vooral niet te snel. Die groove en die sfeer probeer ik ook in onze eigen muziek te leggen. Bovendien kende disco, net als de vroege house, wel degelijk een songschrijftraditie. Natuurlijk hoor je die invloeden bij ons terug. Wij zijn nu eenmaal het soort band waarbij je onmiddellijk hoort naar wat voor muziek we luisterden in de tijd dat we de plaat maakten.”

Op het debuut, Last Exit, klonken overduidelijk de stuiterritmes van r&b volgens het Timbaland-model en, vooral, de UK Garage door. Greenspan raakte onder de indruk van die muziek, voorloper van grime en dubstep, toen hij in Engeland woonde. Daar werkte hij nota bene in een studio die Muzak-achtige achtergrondmuziek leverde. ,,Daar leerde ik in ieder geval veel over techniek. En ik leerde de Engelse new wave van de jaren zeventig en tachtig kennen. Het heeft wel iets ironisch dat ik de evolutie van dansmuziek in omgekeerde volgorde heb gevolgd: van techno house naar disco en new wave.”

Greenspan onderhoudt een weids scala aan invloeden. Dat krijg je ervan als je opgroeit in het niet al te grootsteedse Hamilton. ,,Ongeveer zo groot als Utrecht, maar met de industriële uitstraling van Rotterdam. Het ligt dicht bij Windsor en dat ligt weer praktisch tegenover Detroit, geboorteplek van de techno. Alle dj’s uit die stad kwamen in Hamilton draaien, dus geïsoleerd is het er niet. Maar het is er in ieder geval te klein om uiteen te vallen in allerlei verschillende hippe scenes, dus word je eerder gestimuleerd om je in meer soorten muziek te verdiepen. Het is er niet zo dat je er alleen bij hoort als je de nieuwste minimal techno-platen hebt, en dat is maar goed ook.”

Junior Boys spelen 25 februari in Paradiso, Amsterdam en 27 februari in Ekko, Utrecht.