‘Britse militairen gaan weg uit Irak’

Het aantal Britse militairen in het zuiden van Irak wordt aanzienlijk teruggebracht, zo zou premier Tony Blair vanmiddag bekendmaken. Naar verwachting worden nog dit voorjaar zo’n 1.500 van de nu nog 7.200 Britse militairen in Basra en omgeving teruggetrokken. Later dit jaar, zo is de bedoeling, komen nog 1.500 man naar huis.

Het Britse beleid wijkt af van dat van de Amerikaanse president George Bush, die onlangs juist besloot ruim 20.000 militairen extra naar Irak te sturen.

Blair betoogde zondag in een interview met de BBC-televisie dat de veiligheidssituatie in Zuid-Irak is verbeterd. Dit is volgens hem onder andere te danken aan het succes van Operatie Sinbad, vorig najaar gelanceerd door de Britten om haarden van onrust aan te pakken.

Een woordvoerder van president Bush, die gisteren door Blair op de hoogte was gebracht van de nieuwe Britse plannen, onderstreepte vannacht dat het Witte Huis „ermee ingenomen is dat de omstandigheden in Basra voldoende zijn verbeterd om de controle over te geven aan de Irakezen”.

Ook William Hague, woordvoerder van de Britse Conservatieve oppositie, sprak vanmorgen instemming uit met het voornemen van de regering.

Lokale bronnen in Basra wijzen er echter op dat de Britten de toestand veel minder in de hand hebben dan ze doen voorkomen. In feite wordt de dienst vooral uitgemaakt door de shi’itische milities, die op grote schaal in politie en leger van Irak zijn geïnfiltreerd.

Ook is het een publiek geheim dat Iran, op enkele kilometers afstand van Basra, deze milities actief steunt. De Britse terugtrekking lijkt op gespannen voet te staan met de wens van Bush extra krachtig tegen de Iraanse invloed in Irak op te treden.

Met ongeloof reageerden inwoners van Basra de afgelopen dagen op de opmerking van Blair zondag dat de wederopbouw in volle gang is. Ook bijna vier jaar na de Amerikaans-Britse inval in Irak zitten honderdduizenden mensen vaak zonder stroom en missen ze schoon water en riolering.