Afghaans Hogerhuis stemt voor amnestie

Het Afghaanse Hogerhuis (Meshrano Jirga) heeft gisteren een resolutie aangenomen die voorziet in amnestie voor Afghanen die beschuldigd worden van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in de conflicten van de afgelopen drie decennia. President Karzai twijfelt nog of hij de resolutie als wet zal bekrachtigen.

De amnestie zal gelden voor strijders tegen de Sovjet-bezetting in de jaren tachtig, de burgeroorlog die volgde na de verdrijving van de Russen in 1989 én voor Talibaan- en Al-Qaeda-strijders. Als Karzai de resolutie afwijst, zal die teruggaan naar het Lagerhuis (Wolesi Jirga), dat haar eind vorige maand al goedkeurde. Als daar een tweederde meerderheid voorstemt is Karzais goedkeuring overbodig. De president laat zijn juristen nu onderzoeken of de resolutie strijdig is met de grondwet.

De nationale verzoeningscommissie acht de wet noodzakelijk om vrede in het land te bereiken en de Talibaan ervan te overtuigen hun wapens neer te leggen. Senator Bakhtar Aminzai van de oostelijke provincie Paktia noemde de resolutie „een goede stap” naar „de eenheid van Afghanistan”. „Als ze de leiders van de mujahedeen voor het gerecht brengen zal dat de naam van de jihad bezoedelen”, zei hij. Veel leden van het in 2005 gekozen Afghaanse parlement vochten in de jaren tachtig als mujahedeen tegen de Sovjet-bezetting en/of later als krijgsheren in de burgeroorlog. In die jaren zijn vele tienduizenden Afghanen omgekomen. Senator Nafas Gul van de provincie Farah, die tegen de resolutie stemde, denkt zelfs dat de meerderheid in beide kamers van het parlement bestaat uit „krijgsheren en mensen met bloed aan hun handen”.

Gezant in Afghanistan voor de Verenigde Naties Tom Koenigs zei nadat de Meshrano Jirga met 55 tegen zestien stemmen de resolutie had aangenomen dat „amnestie voor ernstige mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden niet zou mogen bestaan”. Volgens Sam Zarifi van Human Rights Watch komen oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid „niet in aanmerking” voor amnestie op nationaal niveau. „Een overheid kan niet namens de rest van de mensheid amnestie verlenen voor deze misdaden.” (AP, AFP)