Wener droomde weg boven zeekaarten

Als zoon van een Oostenrijkse leraar aardrijkskunde en geschiedenis kwam hij al jong in de ban van historische kaarten. Via Bleau en Hondius belandde hij in Nederland. Vorige week nam hij afscheid als hoogleraar.

Foto Jørgen Krielen Jorgen Krielen/Amsterdam, 17-02-2007/ GŸnther Schilders. Krielen, Jorgen

Afgelopen vrijdag werd hem een studiedag en een huldiging aangeboden, maar de dag erna zit prof.dr. Günter Schilder al weer vol energie in de lobby van een Amsterdams hotel bij het Damrak. Een toepasselijke plaats, want Schilder is historisch cartograaf en juist hier in de buurt waren in de 17de eeuw de wereldberoemde uitgevers en cartografen gevestigd als Pieter Claesz., Bleau, Hondius en Jansonius. Schilder (Wenen 1942) kreeg in 1981 een persoonlijke leerstoel historische cartografie aan de Universiteit Utrecht, de enige ter wereld. Dit jaar gaat hij met pensioen.

Schilder behoort tot de productiefste historisch cartografen ter wereld, alom gerespecteerd om zijn vakkennis, werkkracht, speurzin en zijn vele publicaties op het gebied van de Nederlandse cartografie van de 16de en 17de eeuw. Zijn magnum opus is de serie Monumenta Carthographica Neerlandica, een reeks waarin hij zeldzame Nederlandse kaarten publiceert en van uiterst gedetailleerde toelichtingen voorziet. Op de studiedag ontving hij niet alleen de gouden Plancius-medaille van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, hij werd ook benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Collega’s boden hem de bundel Mappae Antiquae aan met bijdragen van 54 auteurs uit 16 landen.

Schilders fascinatie ontstond al in Wenen. Zijn vader was leraar geografie en geschiedenis en op de universiteit kreeg hij een breed curriculum, waarin behalve voor geschiedenis en geografie ook plaats was voor kunstgeschiedenis. Een van zijn hoogleraren doceerde ontdekkingsgeschiedenis en koloniale geschiedenis. De grote kaartencollectie van de Nationalbibliothek in Wenen was een goudmijn. Zo kwam hij op het spoor van de Nederlandse ontdekkingsreizen naar Australië waarop hij afstudeerde en later, met een Nederlandse studiebeurs, promoveerde.

Nederland beviel en Schilder bleef. Hij kreeg een baan bij de grote antiquair Nico Israel, eigenaar van uitgeverij Theatrum Orbis Terrarum, en werd daarna hoogleraar.

Kaartgeschiedenis is een cruciaal facet van de Nederlandse economische en culturele expansie, zegt Schilder. „Jullie hadden een monopoliepositie met de beste cartografen, graveurs en uitgevers ter wereld. Historische cartografie is ook belangrijk omdat je met kaarten heel nauwkeurig ontdekkingsreizen kunt reconstrueren. En denk ook aan de esthetische kanten. Historici hebben daar niet zo’n oog voor. Maar die kaarten werden versierd met decoratieve elementen als cartouches en randprenten van de beste kunstenaars.

Schilder:„Kaarten laten goed de ontwikkeling van het Nederlandse landschap zien. Je ziet hoe er werd ingepolderd, hoe het wegennet zich ontwikkelde en hoe steden zich uitbreidden. Daarnaast heb je nog de nieuwskaarten waarmee mensen in heel Europa werden geïnformeerd over de militaire situatie.”

Van de vele onderwerpen waarnaar Schilder onderzoek heeft gedaan springen er twee uit. Ten eerste de vroege 16de-eeuwse Noord-Hollandse cartografenschool, geconcentreerd in Edam en Enkhuizen, met als mijlpaal de Spieghel der Zeevaerdt van Lucas Jansz. Wagenaer uit 1584, en ten tweede de grote wandkaarten. „Dat zijn echte spektakelstukken. Die hingen hier bij de rijke patriciërs aan de muur.” Dergelijke kaarten bestonden uit meerdere gedrukte bladen waaromheen sierranden zijn gemonteerd van stadsgezichten en bevolkingstypen. Schilder wist er vele op te sporen en publiceerde ze in facsimile, voorzien van uitgebreide toelichtingen.

Schilder schat dat van de overgebleven losse Nederlandse kaarten zich slechts 5 tot 10 procent in Nederland bevindt. „Dat is te wijten aan beschadigingen bij jullie ‘Hollandse schoonmaak’, maar ook aan het gemak waarmee Nederlanders hun erfgoed hebben verkocht.”

Schilder reist al zo’n dertig jaar over de aardbol om dit Nederlandse erfgoed op te sporen. Er zijn weinig bibliotheken of archieven waar hij niet is geweest. Zijn geoefend oog kan dan ook razendsnel kaarten beoordelen. In de Bibliothèque Nationale – een van de grootste kaartendepots ter wereld – is ooit vastgesteld dat hij 5.000 kaarten per dag kon analyseren. „Op elke zolder kan iets liggen, dat drijft je. Vaak weten de beheerders zelf niet wat ze in huis hebben.”

De mooiste ontdekking deed hij in het Zweedse kasteel Skokloster. „Ik mocht daar zoeken op de tweede verdieping. Daar was geen licht en ik moest met een mijnwerkerslamp aan de slag. Helemaal achterin stond een grote glazen kast. De bodem zag er merkwaardig uit. Dat bleek een grote lange kist te zijn met drie opgerolde wandkaarten. Eén daarvan was de complete wandkaart van de Zeventien Provinciën van Claes Jansz Visscher uit 1636. Daarvan was maar één exemplaar bekend, in Parijs.” Het toeval wilde dat dit de kaart was op Vermeers beroemde schilderij ‘De schilderkunst’. En dat bevindt zich weer in het Kunsthistorisches Museum in Schilders geboortestad Wenen.

Günter Schilder is er niet de man naar om te gaan stilzitten. Eerst moet deel 9 van de Monumenta af, gewijd aan onder andere Joan Bleau. Er moet nog een cartobibliografie komen van de 17de-eeuwse wandkaarten, een boek met de manuscriptkaarten van de VOC en een studie over de Noord-Hollandse cartografenschool. Schilder heeft een stichting opgericht die fondsen moet werven voor een opvolger.