Vrijspraak voor met hiv besmette man

De Hoge Raad heeft vanmiddag een man die zijn partner heeft besmet met het aids-virus hiv vrijgesproken van zware mishandeling. De Hoge Raad achtte niet bewezen dat de man de opzet had zijn partner te besmetten. De man was in juni 2005 nog door het Amsterdamse hof veroordeeld tot 15 maanden cel voor zware mishandeling, gepleegd met voorbedachten rade. Het hof sprak hem toen wel vrij van poging tot moord of doodslag. Ook de rechtbank van Utrecht had hem veroordeeld voor zware mishandeling, in maart 2004.

De vrijgesproken man wist sinds de jaren tachtig dat hij hiv-drager was. Toch vertelde hij zijn partner hier niets over. Sinds de zomer van 1997 hadden de twee veelvuldig onbeschermde, anale seks. Het slachtoffer had hierin toegestemd omdat zijn partner had gezegd niet seropositief te zijn. In het najaar van 1997 werd bij het slachtoffer het aids-virus geconstateerd. Ook toen hield de vrijgesproken man vol niet besmet te zijn.

Het veelvuldig onbeschermde anale seks hebben met een ander als je zelf met hiv bent geïnfecteerd, is inderdaad „gevaarzettend”, zegt persofficier E.J. Numann in een reactie. In juridische zin heeft dat echter niet voldoende gewicht om voorwaardelijke opzet aan te tonen, die nodig is voor een veroordeling voor zware mishandeling. „Uit dit vonnis spreekt dat de Hoge Raad alleen van opzet wil horen als extreem risicovol gedrag wordt aangetoond. Bovendien moet er sprake zijn van bijzonder risicoverhogende omstandigheden. Frequent onbeschermd anaal contact valt daar niet onder.”

Volgens Numann heeft minister Donner in 2005 al laten weten dat opzettelijke besmetting met hiv niet zomaar kan worden aangetoond om te voorkomen dat mensen zich niet meer laten testen.

Het Amsterdamse hof was destijds van oordeel, op grond van onderzoek, dat het zo goed als zeker was dat het slachtoffer met hiv is besmet in het bewezen verklaarde tijdvak, en dat deze besmetting door de nu vrijgesproken man is veroorzaakt.