‘Vlees wordt oneindig veel duurder’

De wereldbevolking wordt rijker en gaat dus meer vlees eten. Dat kan niet onbeperkt zo doorgaan, meent scheidend minister Veerman van Landbouw.

Minister Cees Veerman. Foto Roel Rozenburg DENHAAG:27MEI2003 Minister Cees Veerman (Landbouw). FOTO ROEL ROZENBURG

Cees Veerman is in een opgeruimde bui op zijn laatste actieve dag als minister – afgelopen vrijdag – alvorens hij begint aan een week verlof. Na vijf jaar is hij blij dat hij de politiek achter zich kan laten. Hij wijdt zich voortaan liever aan langetermijnontwikkelingen in de landbouw, zoals een omkering van de voortdurende trend dat voedsel almaar goedkoper wordt. „Dat is voorbij”, zegt hij resoluut. Met de stijgende welvaart in andere delen van de wereld kan onze vleesconsumptie zelfs onder druk komen.

Eind vorig jaar publiceerde Veerman een essay over de rol van de landbouw in Europa. Centrale waarde van de landbouw voor de burger ligt in het bieden van ‘het goede leven’, een band met de natuur als bron van al ons voedsel.

Hoe brengt u dit ‘goede leven’ in harmonie met de moderne, industriële landbouw?

„De geïndustrialiseerde productieprocessen in de landbouw zijn tot stand gekomen door impulsen van de consument, die goedkoop voedsel wil. De consument is onthecht van de bronnen van ons bestaan. Er is geen besef meer dat voor een lapje vlees in een plastic bakje in de supermarkt een dier is gedood. Mijn grootvader leerde mij ooit een kip te slachten. Een dier doden om op te eten, dat moet je netjes doen. Dat besef is bij de moderne consument helemaal weg. De consument wil niet weten hoe het in een slachthuis toegaat.

„Maar er is ook een andere vorm van landbouw, waarin boer en consument dichter bij elkaar staan. Je voelt in de samenleving een verlangen terug naar die bronnen.”

Een romantische trend?

„Deels, maar ook naïef in de zin dat mensen zich moeten realiseren dat ze een productieketen in gang zetten als ze iets kopen. De kunst is die keten inzichtelijk te maken voor de consument. In de politiek betekent dat kleine stapjes.”

U wordt verweten stapjes in de verkeerde richting te hebben gezet, bijvoorbeeld de Ammoniakwet zo veranderd dat de natuur minder snel verbetert dan onder de oude wet.

„Want we willen ook een levenskrachtige veehouderij, en dat kan alleen als boeren kunnen investeren. De Partij voor de Dieren zegt: we willen de intensieve veehouderij uit Nederland weg. Dan zeg ik: dat is het exporteren van verantwoordelijkheid, want het eten van vlees gaat gewoon door.”

Krijgen we een tweedeling in de landbouw tussen geïndustrialiseerde, commerciële landbouw en landbouw die ons landschap onderhoudt en deels van subsidie leeft?

„Dat is al aan de gang.”

Hoe gaan we dat onderscheiden?

„Er zijn regio’s waar optimale omstandigheden niet kunnen worden gerealiseerd, bijvoorbeeld omdat de samenleving zegt: ‘Daar willen we geen stallen met duizend koeien die nooit buiten komen.’ We kunnen dan die grond kopen en er natuur van maken, maar dat is niet goedkoop. Is het dan niet beter om boeren hun kaas te laten maken, maar dan niet tegen marktcondities?”

Zal de wereldmarkt niet zeggen: handelsverstorend?

„Nee, dat hoeft niet. Het hangt ervan af hoe we die steun geven. Alleen productiesteun en exportrestituties zijn handelsverstorend en daar stappen we al vanaf.”

De voedselprijzen gaan omhoog, heeft u gezegd. Wat betekent dat voor ons? Minder vlees eten?

„Het wordt oneindig veel duurder in de toekomst, want de wereldwijde vleesconsumptie stijgt structureel 3 procent per jaar. Als mensen welvarend worden, gaan ze meer vlees eten. Dat is een gegeven. Komt daar een breuk in? Ja, want we kunnen gewoon al die dieren niet voeden die nodig zijn voor die vleesconsumptie. De omzetting van plantaardige eiwitten in dierlijke eiwitten is heel inefficiënt. Er moet dus iets gebeuren.”

Een gouden toekomst voor boeren?

„Ja, in die zin dat de productielandbouw te maken krijgt met veel hogere prijzen. Maar dan moeten we wel de schaalvergroting accepteren en ook de landschapsconsequenties. Een varkensflat vind ik ook niks, maar het is het meest efficiënte dat er is.

„Als we echter terug willen naar landbouw waarin een verstandhouding met dieren mogelijk is, dan moeten we daarvoor betalen.”

Uw critici ter linkerzijde zeggen: we moeten alleen ‘het goede leven’ willen, u zegt: ook productielandbouw.

„Het is niet of/of. De wereldwijde marktkrachten zullen we niet kunnen weerstaan. Een deel van de landbouw zal zich aanpassen en heeft goede vooruitzichten. Prijzen zijn honderd jaar lang naar beneden gegaan en gaan nu naar boven. Daarom ben ik voorstander van afbouwen van subsidies tot 2013 [het jaar waarin de afspraken in Europees kader aflopen, red.].

„Maar er zijn gewoon gebieden die de concurrentie niet aankunnen en waar wij toch landbouw willen behouden. Waar ik me de komende tijd mee wil bezighouden is de vraag hoe we criteria kunnen vaststellen om daar belastinggeld aan uit te geven.”

In welke capaciteit Veerman dat gaat doen is nog niet bekend.

Aan het einde van het gesprek kan hij het niet laten zijn gelijk te halen op een van de punten waarop hij tijdens zijn ministerschap is aangevallen: het gebruik van zijn dienstauto in het buitenland. „Vandaag wordt het Blauwe Boek gewijzigd. Het mag nu”, roept hij vanachter zijn bureau.