Van hypermacht naar aangeslagen natie

In zijn geestige essay Empire and Superempire (Yale University Press, € 31,-) vraagt Bernard Porter zich af of handeldrijven een vorm van imperialisme is. ‘Soms niet maar vaak wel’, luidt het antwoord van Porter. Economisch en cultureel, zo concludeert hij, is Amerika in elk geval minstens zo imperialistisch als Groot-Brittannië in de 19de eeuw. De Amerikanen overtreffen de Britten volgens Porter vooral in hun megalomane zendingsdrift, in het gevoel een uitverkoren natie te zijn. Religie is de belangrijkste motor van die missiedrang. Wat zal daarvan overblijven na het echec in Irak? Is het superimperium bezig het slachtoffer te worden van imperial overstretch; het ondermijnen van de eigen positie in de wereld door het aangaan van te veel langdurige verplichtingen? Zeker is dat Amerika met zijn interventionistische politiek tegenkrachten heeft opgeroepen die, gestimuleerd door het Amerikaanse falen in Irak, waarschijnlijk nog aan invloed zullen winnen. Porter ziet scherp hoe snel de geschiedenis kan omslaan en de kansen kunnen keren. De ene dag ben je een ‘hypermacht’ die ‘schurkenstaten’ de wacht aanzegt, de volgende dag een aangeslagen natie. Porter is een goede gids voor de historie van de VS’, schrijft Ronald Havenaar.