Rekenen ze nu beter of juist niet?

In brede kring bestaat de indruk dat de kwaliteit van het onderwijs daalt.

Maar wat zeggen de cijfers?

Is het onderwijsniveau in Nederland de laatste jaren gedaald? Greetje van der Werf vindt van wel. Zij is hoogleraar Onderwijzen en leren van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze laat brugklassers toetsen maken, in Nederlands en wiskunde. En de scores lopen terug, zegt ze.

Van der Werf ziet tegelijkertijd dat steeds meer scholieren doorstromen naar havo en vwo, dat ze minder vaak blijven zitten en dat ze vaker hun diploma halen. Ze krijgen meer vakken, maar het aantal lesuren neemt af. Bovendien krijgen leerlingen naar verhouding tegenwoordig stelselmatig een hoger schooladvies.

Het zou aan kunnen tonen dat het niveau daalt, maar het ministerie van Onderwijs doet weinig met haar gegevens. „Ze zeggen dat ik maar een hele kleine afname constateer. En dat de populatie leerlingen in de periode die ik heb onderzocht, diverser is geworden, en dat er meer verschillende schooltypen en leervormen zijn gekomen. Ik vind dat smoesjes. Als ze echt zouden willen weten of alle klachten gegrond zijn, moeten ze een onderzoek instellen. Het Cito zou dat prima kunnen doen.”

Er bestaat geen consensus in ons land over de vraag of het onderwijsniveau is gedaald. Dat is een van de oorzaken van de felheid van het debat over het onderwijsniveau: het zijn vooral meningen die over elkaar heen buitelen. „Ik hoor vaak dat scholieren tegenwoordig heel andere dingen leren dan twintig jaar geleden, en dat je het niveau dus niet door de jaren heen kunt vergelijken”, zegt Van der Werf. „Wat doe je bijvoorbeeld met de introductie van de rekenmachine”, vraagt hoogleraar Jaap Dronkers, die onderzoek doet naar het onderwijsniveau en verbonden is aan het European Institute in Florence. „Moeten leerlingen nog even goed kunnen hoofdrekenen als vijftig jaar geleden? Moeten ze de Indonesische eilanden uit hun hoofd kennen? Tegenwoordig leren ze misschien beter hoe ze moeten samenwerken, hoe ze zich mondeling moeten uiten. Is dat beter? Zo ja, dan stijgt het niveau.”

Het ministerie van Onderwijs is positief. Rob Kerstens, directeur generaal van het primair en voortgezet onderwijs zegt dat „het niveau van het Nederlandse onderwijs door de bank genomen goed is, en dat het zich goed ontwikkelt”. Wat overigens niet wil zeggen dat het ministerie „de ogen sluit voor de problemen in het onderwijs die er ook bestaan”.

Want kijk naar de basisscholieren. Zij kunnen veel minder goed optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen dan vroeger, zegt het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito). Wat betreft meten, het rekenen met breuken, procenten en verhoudingen, is het niveau constant gebleven. Ze zijn wel sterk vooruitgegaan op het gebied van schattend rekenen en hoofdrekenen. Op het gebied van lezen zijn er geen „significante verschillen” gesignaleerd tussen 1993 en 1998.

Wat het voortgezet onderwijs betreft, behoort Nederland tot de onderwijstop van de wereld, zeggen de twee gezaghebbendste internationale onderzoeken die PISA en TIMSS heten. Nederlandse middelbare scholieren staan hoog in de ranglijsten, vlak achter de Aziatische landen.

Toch is ook dáár reden ons zorgen te maken, zegt Jaap Dronkers. Uit de cijfers blijkt namelijk ook dat allochtone scholieren het in ons land opvallend veel slechter doen dan de autochtonen. Een ander probleem is dat jaarlijks duizenden Nederlandse jongeren de schoolbanken verlaten zonder diploma. Jaap Dronkers: „Onze onderklasse is veel kleiner dan die in Amerika, Engeland of Canada. Is het dan niet logisch dat we het goed doen?” Verder hebben we in ons land centrale examens en een vrije schoolkeuze, twee factoren die de concurrentie tussen scholen om de goede leerlingen bevorderen. We hebben dus alle succesfactoren in huis, om goed te scoren op onderwijs. Dan vind ik dat we het eigenlijk veel beter zouden moeten doen.”

Wat je nodig hebt, menen de wetenschappers en de Inspectie, is nauwer omschreven ‘leerdoelen’, om scholen helder af te rekenen op wat ze kinderen leren.

Aan de nauwer omschreven kerndoelen wordt gewerkt, zegt directeur generaal Rob Kerstens. „Over de invoering moet de nieuwe minister van Onderwijs beslissen.” De wetenschappers wachten dat nog even af. „Het kan heel bedreigend zijn voor een bewindspersoon om dat precies te weten”, zegt Greetje van der Werf.

Zie ook pagina 18 (opinie) en discussieer mee op: www.nrc.nl/discussie