Pleiter geeft terecht op

De bekende Amsterdamse strafpleiter, mr. Bram Moszkowicz is ernstig in het nauw gedreven. De feiten in zijn uitvoerige, emotionele persconferentie gisteren waar hij de spanning tot het einde toe vasthield, wierpen geen nieuw licht op de zaak.

Hij verloor zijn kort geding tegen de hoofdredacteur van het maandblad Quote, Jort Kelder, die hem ‘maffiamaatje’ noemde. De rechter vond dat Kelder zich wel degelijk kon beroepen op het ‘beschikbare feitenmateriaal’ over de contacten van Moszkowicz met de onderwereld.

Daarna dienden de erven van zijn cliënt, de in 2004 vermoorde vastgoedhandelaar Endstra, bij de Orde van Advocaten een klacht tegen hem in omdat hij zijn geheimhoudingsplicht zou hebben geschonden.

Afgelopen vrijdag werd hij door de Amsterdamse politie uit zijn kantoor gehaald omdat hij volgens de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding ernstig gevaar liep. Hij heeft een moeilijke positie als verdediger van verdachten in een milieu waar moord een vorm van zakendoen is.

De erven van Endstra hebben argumenten om hun klacht bij de Orde te ondersteunen. Moszkowicz heeft twee verdachten verdedigd die tegen elkaar hadden kunnen getuigen. De strafpleiter had als cliënt zowel de van afpersing verdachte Holleeder als vastgoedhandelaar Endstra die Holleeder van afpersing beschuldigde. Nu Endstra is vermoord en dus geen cliënt meer is, doet zich geen directe belangenverstrengeling meer voor.

Wel moet een advocaat ook alle informatie over overleden cliënten geheimhouden. Het lekken van vertrouwelijke informatie over Endstra naar de media uit het kantoor van Moszkowicz is daarmee in strijd. Ook zou Endstra op het kantoor van Moszkowicz direct door Holleeder zijn bedreigd, zo blijkt uit het dossier-Holleeder.

Moszkowicz zei gisteren nogmaals dat hij daar niet persoonlijk bij betrokken was, maar Holleeder heeft wel adres gehouden op diens kantoor. Moszkowicz kon hem niet buiten de deur houden. Holleeder heeft zelf toegegeven dat hij stukken van Endstra aan misdaadjournalist Peter R. de Vries heeft gelekt en die stukken lagen volgens Endstra Moszkowicz’ kantoor.

De indruk is dat Moszkowicz met handen en voeten aan zijn cliënt Holleeder gebonden is geweest. De geheimhoudingsplicht van Moszkowicz tegenover Holleeder maakt het onmogelijk om te controleren of hij zijn geheimhoudingsplicht tegenover wijlen Endstra nakomt. Alleen al om die reden is zijn positie onhoudbaar.

De door Terrorismebestrijding gesignaleerde bedreigingen tegen Moszkowicz en het gemak waarmee Holleeder zich in diens leven drong, laten zien hoe moeilijk het kan zijn voor een advocaat om afstand te houden van een cliënt die van zeer ernstige feiten wordt verdacht, waaronder routineus afpersen en chanteren. Op dat probleem moet de Orde van Advocaten alert zijn.

Een advocaat heeft grote vrijheid om zijn cliënt naar eigen inzicht te verdedigen. Maar Moszkowicz kan zijn te intense relatie met Holleeder niet langer voortzetten. Hij heeft daarom de verdediging van deze cliënt terecht opgegeven.