Ombudsman: twijfel of CWI onpartijdig is

Er is twijfel over de onpartijdigheid van de ontslagprocedure bij het CWI. Nationale ombudsman A. Brenninkmeijer start een onderzoek naar aanleiding van klachten over belangenverstrengeling.

Dat maakte hij vanochtend bekend. „Noodzakelijk is dat werknemers kunnen vertrouwen op de integriteit en betrouwbaarheid van de procedure die leidt tot afgifte van de ontslagvergunning. Op een aantal punten is twijfel mogelijk”, schreef Brenninkmeijer eind vorige week in een brief aan het CWI.

Het voornaamste probleem is de samenstelling van de commissies die het CWI adviseren over het verzoek van de werkgever om mensen te mogen ontslaan. In die commissies zijn werknemers én werkgevers vertegenwoordigd, maar de identiteit van de leden blijft geheim. Zij adviseren of er gegronde redenen zijn voor een ontslagvergunning: bedrijfseconomische redenen die nopen tot inkrimping, of persoonlijk functioneren van de werknemer dat tekortschiet.

In één geval was het districtshoofd juridische zaken van het CWI tevens actief bij de werkgever die ontslag aanvroeg, als voorzitter van de raad van toezicht. Het CWI weigerde het ontslag in een ander district te laten behandelen.

In een ander geval had de gemachtigde van de werkgever in de ontslagprocedure ook zitting in de ontslagadviescommissie die over dat ontslag oordeelde. Deze gemachtigde onttrok zich weliswaar aan de beraadslagingen over dit geval, maar de werknemer vreesde dat hij toch invloed zou uitoefenen op het besluit en vroeg om een andere commissie. Dat weigerde het CWI.

Hoewel in geen van beide gevallen concreet sprake was geweest van vooringenomenheid, had het CWI volgens de ombudsman te weinig gedaan om de schijn van vooringenomenheid te vermijden.

Onpartijdigheid is belangrijk, omdat een werknemer die met een vergunning wordt ontslagen in beginsel geen recht heeft op een vergoeding. Bij ontslag via de kantonrechter, dat ongeveer even vaak voorkomt, betaalt de werkgever meestal wel een compensatie.

Het CWI stelt dat de commissie geen verantwoording aflegt. De leden adviseren slechts, maar dragen niet de verantwoordelijkheid voor de besluiten. Ook vreest het CWI geen kandidaten te kunnen vinden voor de commissie als hun namen bekend worden gemaakt. Beide tegenwerpingen vindt de ombudsman minder zwaarwegend dan de eis van transparantie.