‘Kritiek op Israël geldt meteen als verraad’

In Londen vond gisteren de eerste bijeenkomst plaats van een joodse organisatie die niet zomaar de koers van Israël wil varen. De organisatie moet vooral argwaan overwinnen van andere joden.

Louter kritiek op Israël en geen kwaad woord over de Palestijnen. „Het is onthutsend”, vindt Neil Singer, een van de vele Britse joden die het woord nemen op de eerste publieke bijeenkomst van de Onafhankelijke Joodse Stemmen (IJV) in Londen. „Of jullie het accepteren of niet, Israël vecht ook voor jullie”, houdt hij de volgepakte zaal voor.

Dat is nu precies wat de oprichters van IJV, een groep Brits-joodse intellectuelen, bestrijden. Zij ergeren zich al langer aan de wijze waarop de Israëlische regering er voetstoots van uitgaat dat ze namens alle joden in de wereld kan spreken. Hun geduld was op, toen premier Ehud Olmert afgelopen zomer tijdens de omstreden interventie tegen Hezbollah in Libanon verklaarde: „Ik geloof dat dit een oorlog is die door alle joden wordt gevoerd.”

Ook de huns inziens slaafse wijze waarop de belangrijkste Britse joodse organisatie, de Raad van Afgevaardigden van Britse joden, zich steeds achter de Israëlische regering schaarde was hun een doorn in het oog. Daarom publiceerden ze deze maand een manifest, waarin ze ervoor pleiten ook andere geluiden te laten horen „zonder beschuldigingen op te lopen van verraad”.

De vredesonderhandelingen met de Palestijnen dienen zo snel mogelijk te worden hervat. „We verzetten ons tegen elke poging van de Israëlische regering om haar eigen oplossingen op te leggen aan de Palestijnen”, aldus de opstellers van het manifest. „De lessen die we hebben geleerd uit onze eigen geschiedenis dwingen ons ons uit te spreken.”

De IJV kreeg meteen warme steun van veel joodse prominenten onder wie toneelschrijver Harold Pinter, acteur Stephen Fry en historicus Eric Hobsbawn. In de Jewish Chronicle, een weekblad dat kritisch staat tegenover het IJV-initiatief, vroegen sommige lezers zich echter smalend af wie dit groepje intellectuelen nu eigenlijk vertegenwoordigt. Ze betwistten ook dat er in de bestaande organisaties geen ruimte is voor kritiek op Israël.

Toch is duidelijk dat er iets broeit in de joodse diaspora, niet alleen onder de 350.000 Britse joden maar ook elders. In de Verenigde Staten wordt met steun van de financier George Soros gewerkt aan een lobbygroep, die tegenwicht kan bieden aan AIPAC, een machtige lobby-organisatie die de Israëlische regering bijna onvoorwaardelijk steunt. In Australië zijn joodse ‘dissidenten’ bezig zich te organiseren uit onvrede met de manier waarop bestaande organisaties opereren. En in Nederland werd begin 2001 Een Ander Joods Geluid opgericht.

Maar de zaak ligt uitermate gevoelig, zoals gisteravond in Londen bleek. Ook de meeste critici van Israël ontkennen niet dat het land een wezenlijk bestanddeel vormt van de joodse identiteit. Maar betekent dat dat joden in het buitenland altijd de Israëlische regering moeten steunen? Hartstochtelijk betoogden aanhangers van de IJV dat Israël moet aankondigen dat het bereid is de Westelijke Jordaanoever te ontruimen. „Het geweld zal pas stoppen wanneer de bezetting eindigt”, aldus een van hen. „Je kunt net zo goed meteen de hele boel overdragen aan Hamas”, roept een ander woedend. „Als Israël ook maar één centimeter toegeeft, vragen de Arabieren meteen de volgende”, roept weer een ander.

Even valt de zaal stil wanneer een voormalige piloot van de Israëlische luchtmacht het woord neemt. Hij legt uit dat hij op een gegeven moment tot de conclusie kwam dat hij Israël geen dienst bewees door bommen op doelen in de Gazastrook te gooien. „Ik werd ontslagen en ben nu tuinman hier in Engeland”, zegt hij. „Het belangrijkste probleem ligt bij onszelf. Wanneer je je uitspreekt word je meteen als een verrader beschouwd.”

Dat laatste irriteert de oprichters van IJV in hoge mate. Brian Klug, die filosofie doceert aan St Benet’s Hall in Oxford, noemt het „een gotspe” te suggereren dat joden die buiten de bestaande joodse organisaties om van zich laten horen „marginale joden” zouden zijn. Zijn collega-oprichter Jacqueline Rose maant de joden in het algemeen zich niet altijd als slachtoffer te blijven zien.

Sommige sprekers toonden zich niet zo zeer teleurgesteld over de standpunten van de IJV als wel over het gebrek aan duidelijkheid omtrent de missie van de nieuwe organisatie. Ze raakten hiermee een zwakke plek. De oprichters bleken meer concrete ideeën te hebben over de vraag hoe het vredesproces in Israël weer op gang kan worden gebracht dan over manieren hoe ze hun eigen organisatie verder gestalte kunnen geven.