Koning Voetbal wijst ons onderwijs de weg

Stel je eens voor dat men op de middelbare school voetbal zou leren volgens de laatste onderwijsinzichten. In plaats van voor een ‘frontale’ en hiërarchische aanpak waarbij een trainer op het veld staat om aanwijzingen te geven, zou men kiezen voor een competentiegericht model dat beter past bij onze tijd.

De pupillen zouden met elkaar op een veldje aan de gang gaan en zo in de praktijk ‘voetballend leren voetballen’. Pakt iemand de bal met de handen vast? Maakt niet uit, de kinderen geven het zelf wel aan wanneer ze aan het gebruik van de voeten toe zijn.

Wie vragen heeft over passeerbewegingen of traptechniek, kan daarvoor altijd terecht bij de surveillerende biologie- of tekenleraar, die voor de gelegenheid graag even zijn kicksen aantrekt. Uiteraard worden moderne hulpmiddelen als de computer en internet in het leerconcept opgenomen.

Zo kan de aspirant met behulp van Google en YouTube filmpjes van goals verzamelen en mooie multimediale werkstukken maken. Kennis veroudert immers snel, maar de vaardigheid op te zoeken hoe men doelpunten maakt, blijft altijd van pas komen.

Examens bestaan uit partijtjes tegen naburige scholen, waarbij geen scores worden bijgehouden: het zou immers niet democratisch zijn om winnaars aan te wijzen. Iedereen gaat door naar de volgende ronde, wat het voetbaldiploma overigens zeker niet minder waard maakt. Integendeel, met gepaste trots zouden de schoolbestuurders wijzen op het ongekend hoge slagingspercentage, een ondubbelzinnig bewijs voor het niveau van hun scholen en het succes van hun managementconcepten.

Of stel dat men voetbal zou doceren aan onze universiteiten. De benadering zou een ontmaskerende en emancipatorische zijn, onze postmoderne academies waardig. Het westerse voetbal zou niets anders blijken dan een specifieke uitdrukking van onze in woorden liberaal-democratische, maar feitelijk neokoloniale cultuur.

Legendarische goals van Bergkamp en Van Basten zouden gedeconstrueerd worden tot uitdrukkingen van hun libido, hun zucht naar geld of hun wil tot macht: onze zogenaamd verlichte spitsen zijn feitelijk vermomde imperialisten. Alles zou men bestuderen aan de voetbalacademie, behalve de techniek van de spelers, de tactiek van de teams en de schoonheid van het spel.

Kwaliteit en schoonheid zijn immers maar subjectieve en daarmee relatieve begrippen; bovendien zit er een elitair en dus ondemocratisch luchtje aan. Wie zou durven beweren dat het spel van amateur- of veteranenteams minder goed of mooi is dan dat van de WK-elftallen?

Maar gelukkig wordt voetbal niet op scholen of universiteiten gedoceerd. Het voetbal, en meer in het algemeen de sport, is een van de weinige domeinen waarop het gif van het relativisme en misplaatst egalitarisme en de nonsens van de moderne onderwijsopvattingen nog geen vat hebben gekregen. Om voor de hand liggende redenen uiteraard: net als in de natuurwetenschappen zou de toepassing van flauwekul leiden tot het uitblijven van resultaten, in dit geval tot nederlagen.

We vinden het vanzelfsprekend dat voetbaltalent bestaat; dat niet iedereen er evenveel van heeft; dat de grote voetballers diegenen zijn die toegewijd hun talent combineren met constante training en mentale harding; dat goede trainers daarbij onmisbaar zijn; dat de beste trainers diegenen zijn die kennis en ervaring paren aan sterk leiderschap.

Maar wat voor het voetbal een open deur is, namelijk dat je veel en langdurig moet poetsen voordat iets gaat blinken, is dat voor het onderwijs natuurlijk evenzeer.

Het spreekt vanzelf dat leren een grote eigen inspanning vergt en lang niet altijd leuk kan zijn; dat intensieve begeleiding door leraren met een grondige vakkennis onmisbaar is; dat niet iedereen evenveel aanleg heeft en dat je dus moet differentiëren; dat net als in de sport toewijding, concentratie en discipline onontbeerlijk zijn om tot resultaten te komen.

We genieten van de schoonheid van een goed gespeelde voetbalwedstrijd en bewonderen de techniek en wilskracht van de grote artiesten. We zullen nooit vergeten hoe Ron Zwerver die laatste smash sloeg, hoe Ellen van Langen vlak voor de meet iedereen voorbijliep, en hoe Van Basten de bal die over vijftig meter kwam aanzeilen in één keer op zijn slof nam en achter de verblufte Dassajev schoot. Maar zulke dingen gebeuren alleen na eindeloze toewijding en inzet, op basis van bevlogen coaching.

Moge Koning Voetbal ons onderwijs de weg wijzen.

Jeroen Vanheste is cultuurfilosoof en publicist.