Het ultieme pleidooi. Voor zichzelf. Ook weleens leuk

De Ik-ga-Holleeder-verlaten-persconferentie van Bram Moszkowicz leek erg op de Ik-ga-Holland-verlaten-persconferentie van Ayaan Hirsi Ali, een tijdje geleden. Bij allebei hing er een feestsfeer onder de aanwezige journalisten (hoi, hoi, eindelijk gebeurt er wat). Bij allebei zat Leon de Winter in de zaal, die na de persconferentie net zolang bleef dralen tot RTV Noord-Holland hem wilde interviewen. En bij allebei werd interessant taalgebruik gebezigd. (‘Magan Isse Guleid Ali Wai’ays Dingetje’ bij Ayaan, weet u nog, en Bram presteerde het nu om in één zin de woorden ‘infaam’, ‘abject’ én ‘teleologisch’ te gebruiken. Knap!)

Ayaan en Bram zijn allebei meesters in het zielig doen. Ayaan wist indertijd met veel geslik, huilverhalen over de buren en bijna ontspruitende tranen te melden dat zij een leukere baan in Amerika had gevonden. En Bram gaf nu de overheid, de media, de gerechtelijke macht van Nederland en Jort Kelder er de schuld van dat hij zijn cliënt niet meer kon verdedigen.

Bij beide figuren had ik er wat moeite mee. Als je de media zo slecht vindt, Bram, dacht ik tijdens zijn bewogen betoog, waarom ben je dan gezellig panellid van het meest vagelijk-journalistieke programma van Nederland? Hij gaf trouwens toe dat zijn zelfgeschapen roem hem misschien in de weg zat. „Peter R. de Vries leerde mij al vroeg: If you can’t stand the heat, get out of the kitchen”, vertelde hij. (Wat leuk bedacht van Peter R. de Vries! Zo leuk dat Harry S. Truman die uitspraak van Peter R. heeft overgenomen.)

Bram was boos. Heel boos. Hij sprak over „fundamentele mensenrechten” en „een dieptepunt”. Om zijn betoog nog bombastischer te maken noemde hij Holleeder alsmaar „Willem Frederik Holleeder”. Een goede zet, want het gaf de crimineel een chic literair cachet. Het was duidelijk: deze persconferentie zag Bram als het ultieme pleidooi. Voor zichzelf. Ook weleens leuk.

Na veel geroep over ‘schandaal’, ‘kotsziek’ en ‘zwartste dag’ was het pleidooi voorbij. De verzamelde media trokken zich trouwens niet veel van Brams boosheid aan. Bij het verlaten van de zaal zei een mediamens tegen een ander mediamens: „Jezus, wat een geouwehoer. En dat drie kwartier lang!”