Het beest tussen de Amish luistert naar heavy metal

Tristan Egolf: Kornwolf. Vertaald door An de Greef. Rothschild & Bach, 368 blz. €19,95

Tristan Egolf: Kornwolf. Vertaald door An de Greef. Rothschild & Bach, 368 blz. €19,95

Kornwolf, de derde roman van de in 2005 door zelfmoord omgekomen jonge auteur Tristan Egolf, valt op het meest oppervlakkige niveau te lezen als een horrorverhaal met bizarre aspecten.

Het boek speelt zo'n vijftien jaar geleden in en rondom de Amish-gemeenschap in Pennsylvania. Daar wordt bij diverse gelegenheden een monster waargenomen dat een spoor van destructie achterlaat. Over twee dingen zijn degenen die dit wezen hebben waargenomen het eens: het verspreidt een nare stank en vertoont een sprekende gelijkenis met de voormalige Amerikaanse president Richard Nixon.

Voor de lezer wordt bovendien al snel de suggestie gewekt dat er meer dan toevallige raakpunten zijn met Ephraim, de doofstomme bastaard die met zijn dreigende, onaangepaste gedrag ook al makkelijk als de verpersoonlijking van het Kwaad wordt gezien. Maar Egolf houdt knap de suggestie in stand dat één plus één niet altijd twee is in dit genre.

Door het speurwerk van Owen Brynmore, een plaatselijke journalist, leren we meer over Kornwolven, een 17de-eeuwse benaming voor ‘misdadigers, deserteurs en voortvluchtigen die zich overal in Europa in de velden ophielden.’ En, zo vervolgt Egolf / Brynmore: ‘Tegenwoordig bestond die term nog in oude, met name Duits-Amerikaanse gemeenschappen’ waar het ‘op het platteland in sommige delen nog gezien (wordt) als een soort geest van wraak, een vloek voor het veld, een duistere invloed, een verschoppeling.’

En daarmee is de hysterie verklaard die ontstaat in Pennsylvania en het geweld dat oplaait als gevolg van de waarnemingen van het monster. Het is in de beschrijving van het Amish-milieu, met zijn felle richtingenstrijd, zijn bijna onhoudbare tradities, zijn tragische problemen van overleven in een dikwijls vijandige Amerikaanse omgeving, dat dit boek op zijn best is. Van Ephraims leeftijdsgenoten zijn er velen die aan de Amish-tradities ontsnappen, voor wie het rumspringa, de geïnstitutionaliseerde adolescenten-omgang met je Versprochene, niet genoeg is en die vervallen tot gewelddadig gedrag. Ephraim voelt zich er thuis. Hij hoeft maar het heftige begin van een heavy metal tape te horen om tot beestachtig gedrag te komen. Maar is hij ook ‘de duivel van Blue Ball’?

Kornwolf is een onstuimige, bij vlagen virtuoos geschreven roman, met de karakterologische (on)diepgang van een doorsnee thriller. Maar in de beschrijvingen van het Amish-milieu, en vooral daar waar de gang van het monster wordt beschreven, laat Egolf een wild talent zien dat helaas nooit helemaal tot bloei heeft kunnen komen.

Tegen het eind wordt het geweld wel heel overdadig. En Egolf laat flink wat losse eindjes liggen. Dat doet vermoeden dat het boek misschien niet helemaal af was toen hij zelfmoord pleegde.

Jan Donkers