‘Geen flauw idee waarom ik in dit proces zit’

In het monsterproces over de treinaanslagen in Madrid staan in totaal 29 verdachten terecht. Het belastende materiaal over hun betrokkenheid is niet in alle gevallen even overtuigend.

Steven Adolf

Pontificaal, de armen uitdagend over elkaar geslagen, posteren drie vrouwen zich voor het hok in de rechtzaal. Zwijgend staren ze naar de verdachten. Achter het pantserglas wordt de actie nadrukkelijk genegeerd.

Emilio Trashorras, de kruimelcrimineel die explosieven roofde en aan de daders van de treinaanslagen verkocht, doet zijn best langs de vrouwen heen te kijken. Rabei Osman el Sayed, alias ‘Mohammed de Egyptenaar’, die de aanslagen zou hebben beraamd, ondersteunt zijn bebaarde kin met zijn handen en kijkt glazig voor zich uit.

Rechtbankpresident Javier Gómez Bermúdez, die net een kleine pauze heeft ingelast, krijgt de actie in de gaten en maant de rechtbankpolitie tot actie. „Die blonde mevrouw van de slachtoffers, ja u daar, gaat u onmiddellijk weer zitten”, zegt hij streng. „Ik begrijp u, maar ik wil niet meer dat dit gebeurt.”

„Ze moeten me zien en herinneren”, zegt Ademiria Boreira Andrade even later in de pauze. Deze Braziliaanse immigrante zat in een van de treinen. Zelf kwam ze er redelijk ongeschonden vanaf, maar ze verloor door de schok het kind van wie ze in verwachting was. „Ik hoop dat ik zo hun nachtmerrie word”, aldus Andrade.

Het is de derde dag van het monsterproces over de treinaanslagen van 11 maart 2004 in Madrid. De massale belangstelling van de internationale pers op de eerste dagen is verdwenen, maar het speciale gerechtsgebouw is nog altijd goed gevuld.

Alles is groot aan dit proces. In de rechtszaal zit een bataljon van bijna vijftig advocaten. Terecht staan 29 verdachten. De wand achter de drie rechters is gevuld met een paar honderd witte dossiermappen met de tienduizenden pagina’s van het onderzoeksdossier.

Behalve de vierhonderd geaccrediteerde journalisten is nog een groep prominent aanwezig: de slachtoffers van de aanslagen. Met in totaal 191 doden en enkele duizenden gewonden zijn de treinaanslagen van Madrid veruit de grootste terreurdaad uit de Spaanse geschiedenis.

Er is een aparte zaal met honderdvijftig plaatsen voor hen ingericht in de kelder van het gerechtsgebouw. Daar kunnen ze de zitting rechtstreeks via televisieschermen volgen. Enkele tientallen plaatsen zijn gereserveerd in de rechtzaal zelf. In aparte kamertjes zitten psychologen en medisch personeel klaar om zo nodig assistentie te verlenen.

In de rij voor het damestoilet op de eerste verdieping ontstaat een opstootje. „Donder op, je provoceert me met je starende blik”, schreeuwt een van de slachtoffers naar een Marokkaanse vrouw met een hoofddoek. Familie van een van de verdachten, zo gonst het in de rij wachtenden. Totdat iemand in de gaten krijgt dat het een lotgenote betreft: Jamila ben Salah, die haar 13-jarige dochter Sanae bij de aanslagen verloor. „Je merkt af en toe dat ze je verwarren met de andere kant”, verklaart Ben Salah aangeslagen.

De ‘andere kant’ die door de rechter wordt verhoord, bestaat vandaag uit drie verdachten die door getuigen zijn herkend als de mannen die de tassen met springstoffen in de vier forensentreinen zouden hebben achtergelaten.

De Marokkaan Jamal Zougam, mede-eigenaar van het telefoonwinkeltje in de Madrileense immigrantenbuurt Lavapies, was de eerste die gearresteerd werd. De mobiele telefoons die als ontstekingmechanisme bij de bommen werden aangetroffen, waren inderdaad gekocht in zijn winkel, maar Zougam ontkent elke betrokkenheid. Op het moment van de aanslagen lag hij nog thuis in zijn bed. En dat hij werd herkend door getuigen zegt niks, zegt Zougam in geoefend Spaans: zijn foto’s waren na de arrestatie de hele wereld over gegaan. „Ik weet nog steeds niet waarom ik in dit proces zit.”

Verdachte nummer twee van vandaag, de Syriër Basel Ghalyoun, zoekt het in de aanval. Met een pak kopieën uit het onderzoekdossier in zijn hand legt hij gedetailleerd en in vlekkeloos Spaans tekortkomingen in de getuigenissen bloot.

Verdachte nummer drie, Abdelmajid Bouchar, brengt het er minder goed vanaf. Ook hij ontkent alles. Ook dat hij als getraind hardloper de politie achter zich liet toen hij bij het buitenzetten van de vuilnis wegvluchtte van de etage in de Madrileense voorstad Leganes. Kort daarna bliezen daar zeven veronderstelde plegers van de treinaanslagen zichzelf en een agent van de speciale veiligheidstroepen op. Bouchars in het Arabisch afgelegde verklaringen rammelen van de tegenstrijdigheden.

Om half acht ’s avonds sluit de rechtbankpresident de zitting. Een groepje slachtoffers loopt in het donker langs de pantserwagen van de politie naar hun auto’s. De komende maanden zal nog een hele zit worden, beaamt Pilar Manjón, de voorzitter van de verening 11-M die zelf haar 20-jarige zoon verloor.

Manjón zal alle verklaringen van de verdachten nauwgezet bijhouden, zegt ze vastberaden. „Het is een belangrijke stap voor ons om er weer bovenop te komen.”