Europa veiliger, en toch niet

De ‘anti-terrorismetsaar' van de EU houdt er om persoonlijke redenen mee op.

Een vraaggesprek over successen en frustraties in de strijd om een veiliger Europa.

Birmingham, Engeland, begin deze maand. De politie zegt een vermeend complot te hebben verijdeld om een Britse moslim-soldaat te ontvoeren. Foto Reuters British police officers assist Muslim girls to exit Jackson Road after a series of anti-terror arrests in Birmingham, central England, February 1, 2007. British detectives investigating a suspected plot to kidnap and kill and Muslim British soldier were quizzing nine men and searching properties across Birmingham in central England on Thursday. REUTERS/Darren Staples (BRITAIN) REUTERS

Europees antiterrorismecoördinator Gijs de Vries gaat naar het onderzoeksinstituut Clingendael. Om op meer wetenschappelijke niveau voort te zetten waar hij de afgelopen jaren in Brussel in de praktijk mee bezig is geweest: het in goede banen leiden van de diverse Europese plannen om de dreiging van terrorisme tegen te gaan.

Is Europa de afgelopen jaren veiliger geworden?

„Europa en de lidstaten hebben de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in extra veiligheid. In die zin is Europa veiliger geworden. Maar de dreiging is niet afgenomen. Eerder complexer. Al Qaeda is niet meer de centraal geleide organisatie die het ooit was. Het heeft de fysieke thuishaven in Afghanistan verloren, maar deze ingeruild voor een virtuele op het internet.

„Daarnaast zie je dat het gedachtegoed van Bin Laden en anderen een eigen leven is gaan leiden. Behalve internationale netwerken zijn er nu ook losse verbanden binnen landen gegroeid.”

Betekent dit niet dat het Westen lange tijd een te naïeve opstelling heeft gehad ten aanzien van het terrorisme?

„Het beeld van een ‘oorlog tegen terreur’ suggereert dat er één vijand is. Hoe meer we leren, hoe meer we zien dat dit eenvoudige beeld onjuist is. De dreiging is zeer pluriform en zeer complex. Je moet dus enerzijds kijken naar de wereldwijde ontwikkelingen maar anderzijds is het ook goed de lokale omstandigheden te wegen. Er is sprake van decentralisatie en veelvormigheid van de dreiging. Daarnaast neemt de kans op niet-conventionele aanslagen toe.”

Zijn er concrete aanwijzingen voor niet-conventionele aanslagen?

„Zeker. Er zijn diverse organisaties en verbandjes die actief zoeken naar innovatie in hun moordtechniek.”

Wat ziet u als uw grootste succes?

„Wat ik wel als heel belangrijk beschouw is de hervorming van het werk van de veiligheids- en inlichtingendiensten. Sinds 2005 werken voor het eerst analisten van de interne en externe diensten samen in het ‘situatiecentrum’ hier in Brussel. Zij brengen nu gezamenlijk de dreiging voor Europa in kaart. Daarbij krijg je een beeld van niet alleen hoe elke lidstaat binnen het mozaïek van Europa past, maar ook hoe de dreiging binnen Europa zich verhoudt met de dreiging van buiten de Unie. Dat is een grote stap vooruit.”

En wat was uw grootste frustratie?

„Het niet tot stand komen van de Europese Grondwet, waardoor efficiënte besluitvorming uitblijft. De Europese ministers zijn er bijvoorbeeld nog altijd niet in geslaagd te komen tot afspraken over grensoverschrijdende achtervolging.”