‘Europa moet sociaal gezicht krijgen’

Volgens Anton Hemerijck, directeur van de WRR, moet Europa ook praten over bijvoorbeeld onderwijs en kinderopvang. „Nu zijn jongeren, gezinnen en migranten aan de beurt.”

Foto Roel Rozenburg DenHaag:25.2.4 Anton Heemerijck. WRR. FOTO ROEL ROZENBURG Rozenburg, Roel

„Europa moet investeren in sociaal beleid. Laat zien dat het Brussel niet alleen gaat om economische groei en subsidie aan regio’s waar het slecht gaat. Voor de burger wordt Europa pas aantrekkelijk als het zich inlaat met zaken als goed onderwijs en kinderopvang.”

Econoom en politicoloog Anton Hemerijck, directeur van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), vindt dat Europa zich de komende jaren niet meer alleen moet profileren als economische gemeenschap, maar vooral ook als sociale gemeenschap. Volgens hem is dat de beste manier om de angst bij burgers voor Brussel weg te nemen.

Duitsland, tot de zomer voorzitter van de Europese Unie, wil de discussie over een Europese Grondwet nieuw leven inblazen. Onder meer door het imago van de EU bij de burger op te poetsen. Ook het nieuwe Nederlandse kabinet wil weer over de Grondwet praten – al mag een nieuw verdrag niet meer zo heten en moet het ook inhoudelijk verschillen van het ontwerp dat bij het referendum in 2005 door een meerderheid van de Nederlandse kiezers werd verworpen.

Wat zou helpen, is als Europa meer een sociaal gezicht krijgt, zegt Hemerijck. Hij hield hierover onlangs een toespraak op een ministeriële conferentie in Neurenberg, die was georganiseerd door EU-voorzitter Duitsland.

‘Europa’ heeft toch nauwelijks zeggenschap op sociaal gebied?

„Brussel legt geen sociale wetgeving dwingend op aan de lidstaten, maar de staten proberen wel van elkaar te leren. Op de Europese top in Lissabon, in 2000, zijn onder meer afspraken gemaakt over het verhogen van de arbeidsdeelname. Regeringen zien van elkaar welke maatregelen helpen en nemen goede voorbeelden over.”

Maar de Lissabon-strategie wordt algemeen ervaren als een teleurstelling. Het ziet er niet naar uit dat Europa in 2010 de meest competitieve economie van de wereld is. Of wel?

„Het belang van Lissabon is dat er een gemeenschappelijke agenda werd gezet. Sociaal beleid en onderwijs kregen een plek in het streven om economisch beter te presteren. Dat was goed. Maar de doelstellingen waren onrealistisch en het tijdpad te krap. Dat leidt automatisch tot teleurstellingen. Erger vind ik dat de sociale dimensie van Europa de afgelopen jaren uit de discussie is verdwenen. ”

Toen is er toch juist veel discussie gevoerd over de verzorgingsstaat?

„Die discussie ging steeds over modellen: moeten we kiezen voor het Scandinavische model of het Angelsaksische? Dat was een hardvochtig discours, waarbij veel angst werd gezaaid. De keuze voor het ene model zou leiden tot hoge belastingen, de andere voor het verlies van voorzieningen. In sommige landen, waaronder Nederland, zijn ingrijpende hervormingen doorgevoerd. Voor veel burgers was niet duidelijk waarom die nodig waren. In Nederland is de angst diepgeworteld, aangejaagd door de politiek, dat Europese economische integratie verder de verzorgingsstaat zal aantasten. Dat is een van de redenen dat de burgers ‘nee’ zeiden tegen de Europese grondwet, terwijl een meerderheid van het parlement voor was.”

Hoe moet die discussie dan wél gevoerd worden?

„We moeten niet praten over meer of minder Europa, maar over: wat voor soort Europa willen we? Je kunt niet meer zeggen: de Unie is alleen een economische gemeenschap en onze nationale verzorgingsstaat schermen we af met een groot hek. De WRR heeft een voorzet gegeven voor de discussie, in het rapport De verzorgingsstaat herwogen. Wij denken dat de verzorgingsstaat meer functies heeft dan alleen ‘verzorgen’ en ‘verzekeren’. ‘Verheffen’, dus investeren in onderwijs, en ‘verbinden’ van bevolkingsgroepen – integratie – moet nu voorop staan. Jarenlang is voorrang gegeven aan ouderen. Nu zijn jongeren, gezinnen en migranten aan de beurt.”

Noemt u eens een concreet voorbeeld van wat dat betekent.

„Neem de arbeidsparticipatie van vrouwen. Men zegt: door de vergrijzing wordt de verzorgingsstaat onbetaalbaar en de krapte op de arbeidsmarkt neemt toe, dus vrouwen moeten meer werken. Maar als vrouwen meer gaan werken, komt er meer behoefte aan kinderopvang, aan professionele zorg voor ouderen, aan mensen die de huishouding verzorgen. ”

Hoe kan Europa hier een rol in spelen?

„Door bijvoorbeeld een groot en concreet probleem als de armoede onder kinderen op de agenda te zetten. Door geld uit te trekken voor onderwijs en kinderopvang. Dat is veel beter dan het subsidiëren van regio’s die economisch achterlopen. Europa heeft het mandaat om op heel veel terreinen de agenda te bepalen. In die agenda moet Europa veel meer ambitie en trots uitstralen.”