Een mandje met leningen

Sinds enige tijd kunnen ook particuliere beleggers beleggen in zogenoemde CDO-obligatieleningen. Dit is een complex obligatieproduct, met een wat grillig risicopatroon in vergelijking met een staatsobligatie.

Mandje

Grote professionele beleggers als pensioenfondsen zijn altijd op zoek naar beleggingen die een aantrekkelijke verhouding tussen rendement en risico bieden. Een aantal van deze producten komt op termijn ook beschikbaar voor particuliere beleggers. Dat geldt bijvoorbeeld voor de CDO, collateralized debt obligations. Het is, heel simpel gesteld, een mandje met obligatieleningen van een groot aantal bedrijven. Al die leningen worden gebundeld door de bank die de CDO uitgeeft. Onder andere bij ING en ABN Amro zijn CDO’s verkrijgbaar voor particuliere beleggers. Een gemiddelde CDO bevat zo’n 100 leningen, en heeft daarmee veel weg van een obligatiefonds. Afhankelijk van het rendement van de bedrijfsleningen in het mandje bepaalt de bank de variabele rentevergoeding die de belegger krijgt. Die wordt meestal per kwartaal uitbetaald.

Rating

Aantrekkelijk aan een CDO is de spreiding, legt Bas Kragten, hoofd asset backed securities van ING Investment Management, uit. Hij is gespecialiseerd in het handelen in complexe obligatieproducten. Het grootste risico bij obligaties is dat een bedrijf in financiële problemen komt en niet meer aan zijn renteverplichtingen kan voldoen. „Door in de vaak meer dan 100 verschillende bedrijfsleningen te beleggen loopt de beleggers in theorie een beperkt risico.” Als een van de honderd bedrijven in het onderliggende mandje failliet zou gaan zijn er immers in theorie nog 99 bedrijven die wel hun rente- en aflossingsbetalingen blijven voldoen.

Kragten benadrukt dat het voor het beoordelen van het risico op faillissement cruciaal is dat de belegger weet wat er in het mandje zit. Over de kans op faillissement krijgt de belegger informatie door de rating (notering). Net als bij gewone obligaties wordt het risico van CDO’s uitgedrukt in een rating, in de vorm van een lettercode. Het meest kredietwaardig zijn obligaties met een triple A-rating, bijvoorbeeld staatsleningen. Is de verwachting dat het een bedrijf lukt zijn kredieten af te lossen minder zeker dan krijgt de lening een lagere rating. Wie dit risico voor lief neemt, wordt daarvoor beloond in de vorm van een hogere rentevergoeding. Binnen een CDO wordt het geld van beleggers gespreid over een groot aantal bedrijfsleningen. Beleggers kunnen daardoor tegen een lager risico profiteren van de hogere rentevergoedingen.

Failliet

Maar het is niet voldoende om bij de keuze van een CDO alleen af te gaan op de rating. Die notering geeft geen garantie. Niet alle risico’s worden hierin opgenomen. Bij de CDO wordt bijvoorbeeld niets vermeld over de terugbetalingscapaciteit. „Bij dit product is de begeleiding van een adviseur nodig”, benadrukt Kragten. „Niet alleen om deze risico’s toe te lichten, maar ook om samen met de belegger het doel van de CDO te bepalen.” Hij benadrukt dat duidelijk moet zijn hoe deze de CDO binnen zijn beleggingsportefeuille gaat inzetten. „Die keuze is ook afhankelijk van het risicoprofiel van de belegger. Een CDO-belegging met een hoge rating is vergelijkbaar met een obligatie. Zo’n product past in het obligatiegedeelte van de portefeuille en kan daar goed voor spreiding zorgen.” Gaat het echter om een CDO met daarin veel bedrijven met lagere kredietwaardigheid, dan krijgt de CDO een risicoprofiel dat vergelijkbaar is met een aandeel. Zo’n CDO hoort dan gezien het rendement en risico binnen het aandelengedeelte van de portefeuille. „De kans op een hoog rendement is dan groter, maar het risico op een verlies van de inleg ook.”

Cleo Scheerboom