Een dansje en een diner, dat moet kunnen

Moszkowicz dineert met criminelen. Hij nodigt zware jongens uit op zijn bruiloft.

En hij weet dat het hem kritiek oplevert. Maar hij vindt dat het moet kunnen.

Hoe goed mag een advocaat zijn met zijn clientèle? En wanneer is vriendschappelijk te vriendschappelijk?

Bram Moszkowicz vindt het overdreven dat een advocaat slechts puur zakelijk met zijn cliënt zou mogen omgaan. „Dat is fictie”, zei hij gisteren. „Het zou slecht met mij gesteld zijn indien ik iedere cliënt wiens belangen ik behartig zou gaan zien als een dossiernummer, zonder mij verder te verdiepen in de mens achter de verdachte.”

Uit het onderzoek naar Willem Holleeder blijkt dat Moszkowicz veel meer deed dan een kopje koffie met hem drinken. Cliënt Holleeder bijvoorbeeld, liet zijn maatpakken van Oger Lusink afleveren op het kantooradres van Moszkowicz. Er zijn ook bankafschriften van Holleeder met het kantooradres van Moszkowicz gevonden.

Ten slotte zijn er aanwijzingen dat Willem Holleeder het kantoor van zijn advocaat gebruikte voor criminele activiteiten. Zo wordt de verklaring van Willem Endstra dat hij op het kantoor van Moszkowicz door Holleeder is bedreigd met een pistool, ondersteund door vele getuigenverklaringen.

Moszkowicz omschreef deze situatie ooit als „zorgelijk” en „zeer onwenselijk”, maar stelde gisteren dat het dossier van zijn cliënt Holleeder doorspekt is met suggesties en verdachtmakingen.

Toch is het niet de eerste keer dat wordt gewezen op de warme banden die Bram Moszkowicz onderhoudt met zijn clientèle. Zo werd hij ooit dansend gefilmd met de voormalige Surinaamse legerleider Desi Bouterse, die ondanks de verdediging van Moszkowicz werd veroordeeld voor betrokkenheid bij cocaïnesmokkel. „Ja, ik doe en zeg wel eens dingen die ik niet geacht word te doen”, vertelde de advocaat over dit incident aan het maandblad Opzij. „Als ik handenschuddend met Bouterse voor de camera sta, weet ik in mijn achterhoofd: dat gaat je kritiek opleveren. Maar als ik hem in de gevangenis zou ontmoeten zonder camera’s erbij, zou ik hem ook de hand drukken. Dus what the fuck met dat handen schudden.”

Moszkowicz dient de belangen van zijn cliënten zonder aanzien des persoons en zonder oordeel over hun misdaad, stelt hij zelf: „Ik verdedig iedereen, zolang ik niet zelf emotioneel betrokken ben bij een zaak.” Toch onderhoudt Moszkowicz ook privé contact met cliënten op een manier die voor menig advocaat taboe zou zijn. Hij zat op uitnodiging van Willem Endstra ooit aan tafel met criminele kopstukken als Holleeder, John Mieremet en Sam Klepper bij het jaarlijkse feestje van de Nederlandse vastgoedbranche in Cannes.

Een andere opmerkelijke anekdote is afkomstig van Dikke Charles Geerts, de man die de gemeente Amsterdam probeert te weren van de Amsterdamse Wallen omdat hij banden zou hebben met de onderwereld. Samen met Jan Otten kocht Dikke Charles in 1996 sekstheater Casa Rosso van Rob Grifhorst, ooit genoemd als ‘de vijfde Heinekenontvoerder’ en een zakenrelatie van Willem Holleeder. „De deal is geboren tijdens het trouwfeest van Bram Moszkowicz”, aldus Jan Otten. Het verhaal wordt bevestigd in een verklaring die Grifhorst ooit aflegde bij de Amsterdamse politie: „Ik heb Geerts voor het eerst van mijn leven ontmoet op 10 augustus 1996, dat was op de bruiloft van Moszkowicz.”

Dit is het soort verhalen waarvan de meeste van zijn collega’s gruwen, zelfs als ze een zwak hebben voor Moszkowicz. Al wil niemand dat op naam gezegd hebben.

Uitgerekend advocaat Gerard Spong, die Moszkowicz op dit moment bijstaat, heeft zich er ooit zeer stellig over uitgelaten. „Omdat strafrechtadvocaten zo in de picture staan, geeft dat beroepsmatig wel de verplichting om iedere schijn te vermijden. Je moet het optreden met je cliënt dus zoveel mogelijk uit de weg gaan”, aldus Spong enkele jaren terug in NRC Handelsblad.