Een brug die ‘echt van hen’ moet worden

Wat gebeurde er deze week rond de Nederlandse missie in Uruzgan? Onrust over een jongetje dat militairen op de foto zette.

Circa twintig mannen in lange stoffige gewaden staan in de rivierbedding aan de rand van Tarin Kowt, in de Afghaanse provincie Uruzgan. Met kruiwagens verwijderen ze zand rondom betonblokken in de bedding, waar een nauwelijks zichtbaar stroompje water doorheen sijpelt.

De Afghanen bouwen bij het stadje een rivieroversteek. Een brug kun je het niet noemen. De betonblokken moeten de oversteek over het water in het voorjaar mogelijk maken. Dan verandert het stroompje in een kolkende rivier van smeltwater, afkomstig van de bergpieken van de uitlopers van de Himalaya. Aan de andere kant van de oever ontstaat dan een probleem: de mensen raken afgesneden van de weinige voorzieningen die Tarin Kowt biedt. Wie naar het ziekenhuis moet, zal moeten wachten tot het water weer laag genoeg staat. Zelfs Nederlandse legervoertuigen konden er vorig jaar niet door.

De ‘brug’ moet daar verandering in brengen. Het is een van de drie projecten die ISAF (de internationale NAVO-troepenmacht in Afghanistan) onderneemt om de rivier bij Tarin Kowt te overbruggen. Nederland zorgt voor één oversteek, andere landen zorgen voor de overige twee.

Bij de oversteek zijn geen Nederlanders te vinden. De bouw gebeurt door Afghanen. Nederlanders hebben wel bemiddeld. Verschillende aannemers hebben zich gemeld, uiteindelijk is er één gekozen. Canadese militairen houden nu het project in de gaten. „Komen de mensen wel opdagen? Worden ze wel betaald?”, somt soldaat Bowdel de problemen op. In totaal werken er 20 à 30 man aan de oversteek. „Maar dat verschilt. Dat hangt maar net van de dag af. We weten nooit zeker of en hoeveel er verschijnen”, zegt Bowdel. In december 2006 zijn ze begonnen. Binnen zes maanden moet het werk klaar zijn. „We laten Afghanen het werk doen zodat ze het idee krijgen dat de brug echt van hen is, en niet door ons is opgelegd”, zegt kolonel Hans van Griensven, de nieuwe commandant van de Nederlandse militairen in Uruzgan.

Voor 2007 is in totaal meer dan 10 miljoen euro gereserveerd voor dergelijke projecten. Het grootste deel daarvan komt van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Sinds 1 augustus 2006 is Nederland officieel actief in de NAVO-missie. Sinds die tijd is een aantal reconstructieprojecten gelanceerd. Volgens scheidend minister Kamp (VVD), die deze week in Uruzgan was, zijn die nodig voor het winnen van de ‘harten en zielen’ van de Afghaanse bevolking. Voorbeelden: het schoonmaken van Tarin Kowt, de aanleg van een (beperkt toegankelijk) drinkwatersysteem en het leveren van materiaal voor een schooltje, aldus Defensie. In alle gevallen worden offertes aangevraagd bij lokale aannemers. Na de oplevering volgt de eindbetaling.

In Afghanistan, een van de meest corrupte landen ter wereld, is dit geen eenvoudige klus, zegt majoor Erik in Tarin Kowt (achternamen worden niet genoemd, red.). In het verleden is het volgens hem wel gebeurd dat lokale ondernemers concurrenten bedreigden. Dan werd een brief op de deur geplakt met een zogenaamde waarschuwing van de Talibaan dat ze zich buiten dit project moeten houden, zegt de majoor.

„We krijgen soms offertes binnen die zelfs voor Nederlandse maatstaven belachelijk hoog zijn. Dan weet je dat het niet klopt. Veel Afghanen hebben weliswaar geen onderwijs gevolgd, maar dom zijn ze zeker niet.”

Samenwerken met Afghanen is in de praktijk lastig, blijkt ook uit ervaringen van sergeant Frank op de Nederlandse legerbasis in Deh Rawood. Daar zijn Afghanen verantwoordelijk voor de maaltijdentransporten uit Kabul. In gekoelde containers worden ze per vrachtwagen over een afstand van hemelsbreed vierhonderd kilometer getransporteerd. „De reis duurt soms dagen en halverwege besluiten sommige Afghanen om de koelmachine uit te zetten. Dat scheelt brandstof.” In Deh Rawood aangekomen wordt de hele lading afgekeurd en teruggestuurd.

Intussen staat de straatarme Afghaanse bevolking toe te kijken bij het bezoek uit Nederland – minister Kamp, militairen en journalisten. Alles gaat goed, tot een kleine jongen gekleed in lompen met een camera heimelijk foto’s neemt van de Nederlandse militairen.

Hoe de jongen aan de camera komt en wat hij met de foto’s van plan is, is een raadsel. Een Nederlandse soldaat vermoedt het ergste: dat het jongetje wordt ingezet door vijandelijke strijders. Het fotorolletje wordt ruw uit de camera getrokken.

Overeenkomstig de ‘Gedragscode voor journalisten in Uruzgan’ is dit artikel vóór publicatie gelezen door Defensie.