Botsing tussen 430 en 442 Herz

Concert: Asko Ensemble, Schönberg Ensemble en Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Brüggen en Bas Wiegers, met Margriet van Reisen, mezzosopraan. Gehoord: 19/2 Vredenburg Utrecht. Herh.: 20/2 Amsterdam; 21/2 Rotterdam.

Anders dan zijn Achtste symfonie, de ‘Unvollendete’, die gewoon uit twee voltooide delen bestaat, maakte Schubert zijn Tiende symfonie écht nooit af. Wat losse flarden muziek in manuscript, sommige meer ‘af’ dan andere, dat is het. In de vorige eeuw waagde de Italiaanse componist Luciano Berio (1925-2003) zich aan een eigenwijze voltooiing. Die klinkt als een Berio die droomt over Schubert.

Dirigent Frans Brüggen, die in een vorig leven de avant-gardistische blokfluitist was voor wie Berio zijn Sequenza voor blokfluit schreef, wilde dit werk een stap verder voeren. Waar normaal één orkest zowel de noten van Berio als die van Schubert speelt, bedacht hij dat het ook mogelijk moest zijn Schubert door zijn Orkest van de Achttiende eeuw te laten spelen, en Berio door de Beriospecialisten van het Asko en Schönberg Ensemble.

Welk orkest wanneer precies welke noten moet spelen, liet hij beslissen door componist Louis Andriessen, vriend van Brüggen én Berio, en bovendien leerling van de laatste.

Het grootste verschil tussen beide ensembles is hun stemming: het Orkest van de Achttiende Eeuw stemt een a op 430 Herz, de moderne ensembles op 442. Dat verschil hóór je, niet zozeer als een melodische stap, maar wel als een zeeziek- dan wel lacherig makende verstemming. Elke keer als een ander orkest het overneemt, klinkt dat in eerste instantie knettervals, waarna je langzaam went aan het nieuwe ‘zwaartekrachtsveld’.

Het is echter niet direct deze ‘valsheid’ waardoor het op zich lovenswaardige en begrijpelijke initiatief teleurstelt. Dat kwam vooral doordat elke onzekerheid over wat er klinkt wordt weggenomen. In de ‘normale’ Rendering, zoals Berio’s voltooiing heet, zijn de overgangen tussen werkelijkheid (Schubert) en visioen (Berio) vaak subtiel en dubbelzinnig. Schubert kan ineens betoverend binnenstebuiten worden gekeerd; je vraagt je vaak af waarnaar je luistert. Met de krasse overgangen in deze twee-orkestenversie valt het in helder gescheiden blokjes uit elkaar, waarbij elk blokje door dat stemmingsverschil ook nog eens een valse start maakt.