Zware bom in Bagdad na een korte rustpauze

Na een aanzienlijke vermindering van het geweld in Bagdad na het begin van het nieuwe, grote Amerikaans-Iraakse veiligheidsoffensief zijn in de hoofdstad gisteren zeker 62 mensen gedood bij een dubbele bomaanslag op een markt in een shi’itische buurt. Zaterdag zei de Iraakse woordvoerder van het offensief, brigade-generaal Qassim Moussawi, dat het geweld in Bagdad met 80 procent was verminderd sinds het begin van het offensief, ruim tien dagen geleden. Amerikaanse generaals uiten zich echter veel voorzichtiger.

De bommen van gisteren waren verborgen in geparkeerde auto’s. Meer dan 130 mensen werden gewond toen de auto’s kort na elkaar ontploften. Vanochtend werden nog eens tien mensen gedood bij bomaanslagen in shi’itische wijken in en bij Bagdad.

Tijdens een niet vooraf aangekondigd bezoek aan Bagdad heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, de Iraakse leiders zaterdag laten weten dat het offensief „boven sektarisme moet uitstijgen”, aldus een Iraakse functionaris. Rice had erop gewezen dat nog geen Amerikaanse of Iraakse troepen shi’itische militiebolwerken zijn binnengegaan. Voorlopig concentreert het offensief zich op sunnitische buurten.

Een derde deel van de 27 miljoen Irakezen leeft ondanks de immense natuurlijke hulpbronnen van hun land (olie) onder de armoedegrens, aldus een gisteren in Jordanië gepubliceerde studie van het Ontwikkelingsfonds van de Verenigde Naties (UNDP). De armoedegrens is in Irak gesteld op minder dan een dollar per dag. De bouwstenen voor de studie zijn verzameld in 2004, een jaar na de Amerikaans-Britse invasie. Maar volgens de auteurs verschaft de studie lange-termijn indicatoren die de komende drie jaar niet veranderen. De armoede wordt volgens de studie verscherpt door de politiek van economische liberalisering die na de invasie op instigatie van de Amerikanen ter hand is genomen, en met name de afschaffing van subsidies. (AP, Reuters)