Slagroom

Begin maart bestaat het Genootschap Onze Taal 75 jaar. Vorige week stuurde „de grootste taalvereniging ter wereld” hierover een persbericht rond.

Als ik aan het Genootschap Onze Taal denk – een vereniging die inmiddels 36.000 leden telt – dan denk ik altijd even aan slagroom. Omdat niet iedereen deze associatie deelt, zal ik dit uitleggen.

Doel van het Genootschap, dat in maart 1932 van start ging, was de ‘verduitsching’ van het Nederlands tegen te gaan. Voor de Tweede Wereldoorlog was de invloed van Duitsland op Nederland erg groot, op allerlei terreinen, en dit bracht een stroom germanismen mee. Zoals er nu mensen zijn die rode vlekken voor hun ogen krijgen als ze anglicismen horen, zo waren er in de jaren dertig mensen die zich groen en geel ergerden aan Duitse ‘insluipsels’.

Die mensen verenigden zich indertijd dus in het Genootschap Onze Taal, een „anti-germanistische taalvereeniging” met „algemeene taalzuivering” als nevendoel.

Een van de oprichters was mr. F.E.H. Groenman (1883-1943). Groenman was consul-generaal te Shanghai geweest. Hij zou vervolgens gezant te Caracas en ambassadeur in Canada worden, waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog onderdak verleende aan prinses Juliana en haar kinderen.

De weerzin tegen Duitse woorden zat er bij Groenman al vroeg in. Al in 1928, dus zelfs nog vóór oprichting van het Genootschap Onze Taal, stelde Groenman per legaat 100.000 gulden ter beschikking aan een fonds dat de naam ‘Let op Uw Taal’ moest gaan dragen. In zijn testament nam Groenman een lijst op van misstanden waartegen deze club – die inmiddels onderdeel is van het Genootschap Onze Taal – ten strijde moest trekken.

Het ging om misstanden als „de klakkelooze aaneenrijging en samentrekking van woorden” (zoals bestaansmiddel), om „gewrongen zinnen” (zoals „de door hem verstrekte inlichting”) en om germanismen als slagroom, want dit kwam van het Duitse Schlagsahne. In zijn testament staat hierover: „Slagroom is wel een Hollandsch woord, maar het beteekent room om te slaan.”

Er zijn een hoop dingen die je in een testament kunt laten vastleggen. Wie er per se niets krijgt, een leuk bedrag voor een minnares die altijd buiten beeld is gehouden of voor een buitenechtelijk kind, maar mij zijn geen andere voorbeelden bekend van mensen die in hun testament tekeergaan tegen bepaalde woorden, laat staan tegen een woord als slagroom.

Ook in de kolommen van Onze Taal kwam dit vermaledijde woord verschillende keren ter sprake. Aanvankelijk in boze lijstjes met verboden germanismen of in klagerige stukjes. Zo schreef een lid in 1935: „Wie het waagt vast te houden aan den juisten term (die is: geklopte room), die wordt door spes patriae voor ‘gek’ versleten.”

In mei 1941, toen de oorspronkelijke Schlagsahne-zeggers hier al volop de dienst uitmaakten, stelde een lid van Onze Taal nog voor om slagroom te vervangen door kloproom, omdat geklutste of geklopte room niet volledig aansloot bij de bepalingen van het Melkbesluit. Ik bedoel maar: niet iedereen was indertijd even hard met de oorlog bezig!

Ik kan hier niet alle vermeldingen van slagroom in Onze Taal behandelen – de discussie emmerde nog even door – maar aardig is dat het tijdschrift in 2000 in een kwisje vroeg waarom men in het verleden bezwaar tegen dit woord had gemaakt. Kwam dit doordat men het als een Engels, een Frans of een Duits leenwoord had beschouwd?

Die arme Groenman zal zich in zijn graf hebben omgedraaid.

Ewoud Sanders