Nederlandse atleten presteren bedenkelijk op NK

Ruim voor de NK Indoor hadden vier onbekende atleten al de limiet voor de EK in Birmingham gehaald. Nieuwe toptalenten of eendagsvliegen?

Gent, 19 febr. - Atletiek in Nederland associeer je met Rens Blom, Bram Som, Rutger Smith of Karin Ruckstuhl, maar bepaald niet met Ate van der Burgt, Michiel Löschner, Robbert-Jan Janssen of Martijn Nuijens. En toch hebben deze onbekenden zich geplaatst voor de Europese indoorkampioenschappen, over twee weken in Birmingham. Het gevolg van prettige limieten, maar ook het verhaal van atleten die een impuls aan een uitzichtloze sportcarrière hebben gegeven.

Martijn Nuijens (23) loopt kort na zijn wedstrijd licht verdoofd door de hal in Gent, waar voor de laatste keer de Nederlandse kampioenschapen werden gehouden – vanaf volgend jaar is de nieuwe hal in Apeldoorn beschikbaar. De student elektrotechniek uit Den Helder heeft kort daarvoor zó slecht gepresteerd, dat hij wanhopig zoekt naar verklaringen.

De hoogspringer had zich op de NK graag willen profileren met het oog op zijn eerste grote internationale toernooi, maar het ging van geen kant. Nuijens sprong niet hoger dan 2,12 meter, terwijl hij zich enige weken geleden tijdens een wedstrijd in Tsjechië met 2,24 meter voor de EK Indoor had geplaatst. „Ik zit nu helemaal met mijn gedachten in de knoop”, zei hij zichtbaar ontdaan.

Een uurtje eerder had MichielLöschner zijn hart gelucht tegenover zijn vriendin en zijn trainster Grete Koens. De twee vrouwen probeerden hem op te beuren, maar dat lukte niet echt. De 30-jarige middellangeafstandsloper bleef mokken; hij kon er maar niet over uit , „zo rampzalig slecht” te hebben gepresteerd op de 800 meter, waarop Arnoud Okken verrassend Europees kampioen (outdoor) Bram Som versloeg.

Löschner heeft zich voor ‘Birmingham’ geplaatst op de 1.500 meter en wilde zich op de NK nog een keer testen. Hij koos voor de 800 meter, omdat hij een harde wedstrijd wenste en die met Okken en Som als tegenstanders mocht verwachten. De atleet uit Baarn kreeg wat hij verlangde, alleen kon hij zich niet in de strijd om de prijzen mengen. En dat stemde hem zo kort voor de EK behoorlijk mismoedig. „Poeh, hoe kom ik deze klap te boven?”

Zijn Nuijens en Löschner eendagsvliegen? Moet dat de conclusie van de NK in Gent zijn? Wellicht, hoewel beiden – en meer nog hun coaches – die kwalificatie verre van zich werpen. Vooral Gina Dubnova, de trainster van hoogspringer Nuijens, reageert assertief als de mogelijkheden van haar pupil in twijfel worden getrokken. „Deze jongen heeft het in zich om over 2,30 meter te springen”, spreekt ze met een zwaar Russisch accent op een toon die geen tegenspraak duldt.

Dubnova is onmiskenbaar het type dat gestaald is door de kadaverdiscipline uit de tijd van de voormalige Sovjet-Unie. Ze zegt onomwonden dat Nuijens voor de sport moet kiezen. „Hoe kan ik die jongen beter maken als ik hem twintig dagen achtereen niet zie? Daarom presteerde hij zo slecht; de voorbereiding op de NK was echt belachelijk. Hij kan goed worden, maar dan moet ik hem dagelijks tot mijn beschikking hebben.”

Nuijens zou wel willen, maar hij voelt er vooralsnog weinig voor om zijn laatste studiejaar op te offeren. Maar de coach stelt de hoogspringer wel voor een dilemma, omdat hij zo veel beter is geworden in de drie maanden dat hij wordt getraind door Dubnova, die een goede track record kan overleggen, met als hoogtepunt de bronzen medaille die haar Tsjechische pupil Jaroslav Bába won op de Olympische Spelen in Athene (2004).

Koens, de vrouw achter Löschner, reageert minder emotioneel dan Dubnova. „Het komt wel goed met Michiel”, zegt ze op rustige toon. En waarom zou Löschner niet vertrouwen op de oud-atlete? Hoewel hij al dertig jaar is, zag zij mogelijkheden hem beter te maken. Maar dan wel op de 1.500 meter, een afstand die Löschner verfoeit. „Ik loop liever de 800 meter, de 1.500 meter vind ik een rampafstand.” Koens glimlacht om die opvatting. „Het is simpel: hij is beter op de 1.500 meter vanwege zijn duurvermogen.”

Nuijens won in Gent nog een medaille (zilver), terwijl Löschner ver van een podiumplaats verwijderd bleef. Dat gold niet voor Ate van der Burgt, die zich net als Löschner voor de EK heeft geplaatst op de 1.500, maar in Gent Nederlands kampioen op de 3.000 meter werd. De 28-jarige Wageninger koos voor die afstand, omdat hij tot afgelopen weekeinde nog veel op ‘omvang’ had getraind en het om die reden beter in zijn voorbereiding op de EK vond passen.

Van de Burgt voelt zich allerminst een eendagsvlieg, omdat hij nooit de gelegenheid heeft gehad zijn kwaliteiten te etaleren. „Ik heb de laatste jaren tal van blessures gehad. Welke? Je kunt beter vragen welke niet? Een kapotte meniscus, een gescheurde hamstring en de ziekte van Pfeiffer hebben me het meest gehinderd. Als ik nu eens een lange aaneengesloten periode kan trainen, dan zul je zien dat ik beter word. Hoeveel beter? Nou, Ik heb nadrukkelijk mijn vizier gericht op de wereldkampioenschappen, komende zomer in Japan.”

Robbert-Jan Janssen, de vierde dark horse voor de EK Indoor, kwam wegens een blessure niet in actie op de NK. De 23-jarige atleet uit Vught hoopt fit te zijn voor de EK.