Mystiek carnaval des doods in Sittard

Rik Meijers, Mystiek Portret, diverse materialen op linnen, 2006. Rik Meijers: ‘Mystiek Portret’, 2006, 100 x 80 cm, diverse materialen op linnen.

Tentoonstelling: Rik Meijers, Doe dat niet meer / Don’t do that anymore. T/m 11 maart in Museum Het Domein, Kapittelstraat 6, Sittard. Inl: www.hetdomein.nl, 046-4513460

Rood-geel-groen gestreepte vlaggen wijzen de weg naar Museum Het Domein in Sittard. Het is carnaval en Limburg is drie uitzinnige dagen lang dronken en vol feestvreugde. In de tentoonstellingsruimte, bij de bizarre figuren van Rik Meijers (1963), vervliegt de gedachte aan koddigheid snel. Een carnaval macabre , daar hebben deze schilderijen meer van weg.

Meijers groter-dan-levensgroot geschilderde figuren zijn lowlifes, freaks. Het zijn onbegrepenen, verstotenen, een wezenloze blik in de ogen, bierglas en peuk in de hand. Alsof ze zojuist het nachtcafé zijn uitgeveegd.

Onder de titel Doe dat niet meer is een overzicht van Meijers’ werk te zien. Zijn schilderijen zijn grimmig en grof. Verf, lak, glasscherven, vogelzaad, pek en veren zijn op het linnen vermengd tot een groezelige, dikke brij. Daarin zijn kralen, kurken en buttons gedrukt. Voor de nieuwste, metershoge schilderijen heeft Meijers goudverf gebruikt. De vermenging met de andere materialen maakt de goudkleur dof en dat voorkomt elke gedachte aan glitter of glamour. Bovendien zijn de voorstellingen zelf weinig glamoureus. Zo heeft in Couple II (2006) een vergulde vrouw een skelet aan een halsbandje beet. Bizar, en ook afstandelijk. Veel gevoel roepen deze schilderijen niet op.

De rauwheid van Meijers’ voorstellingen brengt het werk van onder anderen Folkert de Jong en Bas de Wit in herinnering. Beide jonge kunstenaars worden eveneens door directeur Stein Huijts van Het Domein gevolgd en gepresenteerd. De pijnlijke uitwassen en misstanden van de moderne tijd zijn de rode draad van het tentoonstellingsprogramma van dit jonge museum. Maar waar bij De Wit en De Jong zoete pastelkleuren en lichte materialen de donkere ondertoon van hun werk verlichten, is in Meijers’ schilderijen alles duister. Dat geldt overigens niet voor zijn nooit eerder vertoonde, met inkt en verf bewerkte polaroids. Behalve agressie en seks krijgt daarin ook platte humor ruim baan. Piemels, billen, poep en pies: het is er allemaal.

Verwijzingen naar alcoholgebruik zijn legio in Meijers’ oeuvre. Buiten de talloze afgebeelde glazen bier zijn de figuren afgezet met kurken en flessendoppen. Daarbij komen de beschilderde flessen, ook voor het eerst te zien op deze tentoonstelling: tientallen soorten en maten, beplakt en beschilderd met onheilspellende gezichten. Geesten uit de fles.

Misschien wil Meijers wijzen op het gevaar van maatschappelijke uitsluiting door alcoholmisbruik. Maar het kan ook dat hij het juist opneemt voor degenen die bezweken zijn onder maatschappelijke druk. Nuchtere titels als Couple I en Couple II geven geen commentaar of moreel oordeel. Tegen de monochroom geschilderde achtergronden staan de figuren bovendien telkens geïsoleerd, verslagen noch strijdbaar, zonder verhaal, zonder context. Meijers geeft de zelfkant weliswaar een gezicht, maar het is een gezicht zonder uitdrukking.

Meer dan in de voorstelling zit de expressie van Meijers’ schilderijen besloten in de techniek. De gelaagdheid van de ongebruikelijke materialen geeft de figuren hun zeggingskracht.

Dat lukt het best in de serie Mystieke Portretten, leidraad in het oeuvre van Meijers. Met hun opgeblazen, vormeloze koppen en buitenproportioneel kleine oogjes, lijken dit wel melaatse monsters. De smurrie van verf, pek en veren op de schilderijen roept een associatie op met weerloze vogels die uit de zee geschept worden als er weer eens ergens een olietanker is gezonken.

Maar het collectieve medelijden dat die vogels opwekken, is voor de verzuipenden en de verzopenen van onze samenleving niet weggelegd. Met Mystieke Portretten slaagt Meijers er wél in gevoelens van schuld, schaamte en herkenning sop te wekken.