Liberaal in de strijd tegen klimaatgekte

Hans Labohm gelooft niet in de opwarming van de aarde en helemaal niet in de rol van de mens daarin. De klimaatgekte noemt hij een alibi om de greep van de overheid op de bevolking te versterken.

Hans Labohm: geen klimatoloog, wel klimaatscepticus. De argumenten die hij noemt tegen opwarming van de aarde zijn volgens zijn tegenstanders al jaren dezelfde. Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Leimuiden, 08- 02-2007 Drs. Hans H.J. Labohm, onafhankelijk econoom en publicist, klimaat scepticus. Recent books: - Man-Made Global Warming: Uravelling a Dogma. Multi-Science Publishing Co., Ltd, UK. Co-author, together with Simon Rozendaal en Dick Thoenes - Cannons and Canons, Clingendael Views of Global and Regional Policies,ÊKoninklijke Van Gorcum BV, Assen. Co-editor and co-author, together with Alfred van Staden en Jan Rood Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Een middenweg is er niet. Econoom Hans Labohm (1941), een van de actiefste en publiekelijk meest zichtbare klimaatsceptici in Nederland, wordt ofwel bewonderd, ofwel verafschuwd.

„Het is een nar. Ik vind het triest dat de media steeds weer pagina’s besteden aan dit soort mensen”, zegt directeur Frans Rooijers van het Delftse milieu-adviesbureau CE, dat in 2004 voor de Tweede Kamer onderzoek deed naar de klimaatdiscussie en daarbij ruim aandacht besteedde aan de argumenten van de sceptici – die werden weerlegd.

„Ik beschouw Hans als een onafhankelijk denker. Dat vind ik geweldig aan hem”, zegt Eerste Kamerlid Heleen Dupuis (VVD), die Labohm kent via Liberaal Reveil, het tijdschrift van de Teldersstichting, de denktank van de VVD. Labohm is redacteur van het tijdschrift, Dupuis is er redactievoorzitter. Ze erkent dat Labohm door velen wordt gezien als een dwarsligger. Zijn opstelling heeft ertoe geleid dat hij bij zijn laatste werkgever, Instituut Clingendael, ontslag heeft genomen.

Het draait allemaal om de vraag of de aarde opwarmt of niet. Rooijers van milieu-adviesbureau CE twijfelt er niet aan dat er van opwarming sprake is. Labohm wel. En mocht die opwarming al bestaan, dan is het volgens hem niet de mens die daarvoor verantwoordelijk is. Het klimaat verandert nou eenmaal altijd, door natuurlijke invloeden, zoals de wisselende activiteit van de zon. „De bijdrage van de mens is nihil”, zegt Labohm via de telefoon.

En hij staat niet alleen. In Nederland zijn meer klimaatsceptici. Via de e-mail bestoken ze elkaar met de laatste informatie, zegt oud-hoogleraar Arthur Rörsch, die zich tot de sceptici rekent. Andere namen die vaak voorbij komen zijn oud-hoogleraar Dick Thoenes, en wetenschapsjournalisten Simon Rozendaal van weekblad Elsevier en Theo Richel. Goed georganiseerd is de groep niet, zegt Rörsch. „Eerder het tegendeel. Ik probeer er wel meer lijn in te krijgen, maar eigenlijk is er nooit consensus.”

Eerder deze maand laaide het debat weer op. De klimaatorganisatie van de Verenigde Naties IPCC concludeerde, in haar vierde rapport sinds 1990, dat het klimaat op aarde wel degelijk aan het veranderen is. Signalen zijn er genoeg. Gletsjers smelten, planten raken steeds vroeger in het jaar in bloei. De lucht bij het aardoppervlak is de afgelopen eeuw met gemiddeld 0,74 graden Celsius gestegen. En volgens het IPCC is het „zeer waarschijnlijk” dat de opwarming van de laatste vijftig jaar voor het grootste deel is toe te schrijven aan de mens, zo stelt de organisatie. Als voornaamste oorzaak wordt genoemd: de alsmaar toenemende uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen (kolen, olie, gas) en van ontbossing.

Labohm blijft ontkennen dat de mens bijdraagt aan de opwarming. Hij vertelde het de afgelopen weken enkele malen op de televisie. Hij klinkt daar net zo rustig en zelfverzekerd als aan de telefoon. De argumenten die hij noemt, zijn al jaren dezelfde.

De modellen die het IPCC gebruikt zouden niet deugen. Ze onderschatten volgens hem de activiteit van de zon. Verder zouden veel klimaatonderzoekers het oneens zijn met de broeikashypothese. Ook noemt Labohm het IPCC een gepolitiseerde organisatie, die de ernst van de klimaatopwarming aandikt. „Waar blijft die alarmerende opwarming?”, zegt Labohm. „De gemiddelde temperatuur is de afgelopen eeuw weliswaar 0,7 graden Celsius gestegen, maar sinds 1998 ook weer 0,4 graden Celsius gedaald.”

Wetenschappers van het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) in Bilthoven, die veel onderzoek verrichten voor het IPCC, weerleggen alle argumenten makkelijk. Neem de temperatuur. Labohm misbruikt daar de statistieken door het lange termijngemiddelde (0,7 graden Celsius, gemeten over ruim honderd jaar) te vergelijken met maandelijkse fluctuaties gedurende de laatste jaren. Hij begint die trend, niet geheel toevallig, bij de warmste maanden van 1998, toen de gemiddelde temperatuur op aarde als gevolg van het El-Niño-effect uitzonderlijk hoog was.

Wat drijft Labohm om toch steeds weer te fulmineren tegen het vele wetenschappelijke onderzoek dat het IPCC uitvoert? Volgens Eerste Kamerlid Dupuis gaat het Labohm niet zo zeer om de wetenschap, maar eerder om de consequenties van het klimaatdebat. Dat heeft volgens Labohm een enorme milieulobby op gang gebracht. „Hans ergert zich blauw aan de linkse kerk die overdreven onheilsverhalen over ons uitstort”, zegt ze. Dat geeft Labohm zelf ook toe. Als voorbeeld noemt hij de film van Al Gore, An Inconvenient Truth, die allerlei doemscenario’s schetst. „Dat is een meesterwerk van misleidende klimaatpropaganda”, zegt Labohm. Ook NRC Handelsblad schreef overigens dat Gore overdrijft.

Mede onder druk van de milieulobby maken politici vervolgens onzinnige afspraken, vindt Labohm. Neem het Kyoto-verdrag, dat zich tot doel stelt om de mondiale uitstoot van broeikasgassen te beperken. Dat verdrag heeft amper effect, maar het zadelt het bedrijfsleven wel op met hoge kosten. Het is de nekslag voor de Europese economie, zo schreef hij eerder.

Ook leidt het Kyoto-verdrag tot meer overheidsingrijpen. En daar heeft Labohm, als liberaal in hart en nieren, een diepe afkeer van. In een e-mail schrijft hij: „Thans worden we geconfronteerd met de opkomst van een milieu- en klimaatgekte: een totalitair ecologisme, dat als alibi dient om tot lastenverzwaring en een uitbreiding van overheidstaken te komen en de controle vanuit de overheid op de bevolking te versterken. Dit leidt tot een inperking van de ruimte van het individu, zowel als burger als als ondernemer.”

Tegen dat laatste verzet Labohm zich met hand en tand. „Ik ben erg individualistisch ingesteld”, zegt hij. „Alles wat mijn vrijheid beperkt, zie ik als een aanslag op mij als individu.”

De basis van die liberale inslag ligt bij zijn ouderlijk huis. Aan de Keizersgracht in Amsterdam runden zijn vader en moeder een handelsbedrijf in foto- en filmproducten. „Het heeft me geleerd dat mensen voor hun eigen hachje moeten zorgen”, zegt hij.

Aan de Universiteit van Amsterdam, waar Labohm economie en economische geschiedenis heeft gestudeerd, raakte hij onder de indruk van de hoogleraren die in hun colleges de markteconomie schetsten als een superieur systeem dat vrijheid en succes brengt.

Het was uiteindelijk Frits Bolkestein die Labohm er in de jaren zeventig van bewust maakte dat hij een klassiek liberaal is – Bolkestein had toen net zijn baan bij oliemaatschappij Shell opgegeven voor een politieke carrière. Labohm werkte toen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, en was net als diplomaat teruggekeerd uit Zweden.

Politicoloog Dick Leurdijk, die verbonden is aan het Instituut Clingendael, noemt Labohm een hardliner binnen de VVD. Leurdijk en Labohm leerden elkaar midden jaren zeventig kennen. Ze maakten allebei deel uit van een internationale groep die zich boog over milieuvraagstukken. De groep was opgericht na het verschijnen van het invloedrijke rapport ‘Grenzen aan de groei’, dat in 1972 was uitgebracht door de Club van Rome – in het rapport wordt voor het eerst een verband gelegd tussen economische groei en de gevolgen voor het milieu. „We dachten binnen die groep na over een nieuwe internationale economische orde, waarbij ontwikkelingslanden een duidelijkere stem zouden krijgen. Labohm was daar, als liberaal, erg pessimistisch over”, zegt Leurdijk. Maar Labohm kon zijn kritiek niet openlijk uiten. Hij was bij het project gedetacheerd door Buitenlandse Zaken om toe te zien op de besteding van het geld dat het ministerie in het project had gestopt. Leurdijk: „Labohm werkte als ambtenaar onder minister Jan Pronk, die juist een voorstander was van een nieuwe internationale economische orde. Hans zal zich flink hebben moeten verbijten.”

In 1992 veranderde alles voor Labohm. Hij ging werken bij het Instituut Clingendael, en kwam daar Leurdijk weer tegen, die zich bij het instituut bezighoudt met VN-zaken. „Hans kreeg eindelijk de ruimte om zijn denkbeelden naar buiten te brengen”, zegt Leurdijk. „Als ambtenaar bij Buitenlandse Zaken kon hij zich nooit uitspreken, maar bij Clingendael viel dat juk van hem af.”

En Labohm schreef. Over de opzet van ontwikkelingssamenwerking, die volgens hem in zijn huidige vorm totaal geen effect heeft. Over het onzinnige Nederlandse verzet tegen het model van de Amerikaanse economie, die beter presteert en meer is gericht op concurrentie, maar ook meer sociale ongelijkheid kent. Over de hoge milieueisen die het Westen stelt aan producten die op de wereldmarkt worden verhandeld, waardoor ontwikkelingslanden worden benadeeld. Eco-imperialisme noemt Labohm het.

Vanaf de zomer 2001 begint Labohm zich ook in het klimaatdebat te mengen. In eerste instantie schrijft hij over de economische impact van het Kyoto-verdrag, maar gaandeweg richt hij zich steeds meer op de wetenschap achter de klimaatdiscussie. Juist daarmee begeeft hij zich volgens sommigen op glad ijs. „Ik kan hem niet serieus nemen”, zegt Sible Schöne, voormalig klimaatdeskundige bij het Wereld Natuur Fonds en inmiddels coördinator van de landelijke HIER-klimaatcampagne. „Hij heeft niet gepubliceerd in vooraanstaande bladen, doet zelf geen klimaatonderzoek. Als hij een debat wil over het Kyoto-verdrag, prima. Maar laat hij zich daartoe dan beperken. Nu suggereert hij wetenschappelijke kennis, maar het enige wat hij doet is steeds dezelfde vier, vijf argumenten herhalen, die inmiddels allang door het KNMI zijn weerlegd.”

Labohm is geen klimatoloog, dat weet hij zelf ook wel. Maar hij houdt de literatuur goed bij, zegt hij. En hij wisselt dagelijks van gedachten met andere klimaatsceptici, zoals oud-hoogleraar Rörsch. „Over de wetenschappelijke publicaties zegt Hans vaak tegen me: ‘dat kan ik als eenvoudige econoom niet begrijpen’. Dus voed ik hem met kennis”, zegt Rörsch.

Eerste Kamerlid Dupuis is alleen maar lovend over Labohm. „Het is een leesmens. Wat het onderwerp ook is, steeds weer komt hij met publicaties die tegen de heersende gedachte ingaan. Zo houdt hij het debat scherp.”

Labohm heeft in 2005 zijn ontslag aangeboden bij Clingendael. Zijn sceptische opstelling in het klimaatdebat bracht hem in conflict met de afdeling die zich over energievraagstukken buigt. Nu schrijft hij zijn kritische stukken vooral vanuit zijn huis in Leimuiden, onder de rook van Amsterdam. Labohm zegt dat hij zich blijft verzetten tegen de „manipulatie van informatie” en dat hij zijn ideeën naar buiten blijft brengen.