‘Legende’ van Wagemans is groot succes

Concert: Legende van Peter-Jan Wagemans door Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor en solisten o.l.v. Jaap van Zweden. Gehoord: 17/2 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 20/2 20.02 uur.

Een onmiddellijk aansprekende opera wilde Peter-Jan Wagemans schrijven. En dat is hem met Legende, zijn eerste, gelukt. Aan het slot van de ZaterdagMatinee, die de opdracht verstrekte, was er in de volle Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw veel publiek succes voor de uitvoerenden onder leiding van Jaap van Zweden en er was gejuich voor de componist.

En dan had Wagemans de omstandigheden voor een echt prettige première niet eens mee. Legende klonk met drie uur muziek nu slechts concertant en de tekst stond niet in het programmaboekje. Maar uit de synopsis viel te begrijpen dat een fantasievolle enscenering van deze soms groteske en absurdistische stripopera, met de vlindervanger Prikkebeen, een overrompelende voorstelling kan opleveren, met onder andere een tweekoppig monster, een quasi-bijbelse scène in de maag van de walvis en een slotscène met een stralende zonsondergang en miljoenen vlinders.

De aantrekkelijkheid van Wagemans’ opera is het ontbreken van nieuwerwetsigheden. Het is een eerbewijs aan de traditie en een feest der herkenning, want Legende is een Faustiaanse zwerftocht over de aarde, naar de Hel en de Hemel en het rijk der operahistorie.

Wagemans komt in zijn monumentale driedelige opzet, met twaalf scènes en allerlei tussenspelen, tot de allure van een ‘Grand Opéra’ met een waterval van stilistische verwijzingen naar onder meer Berlioz (La damnation de Faust), Mozart (Così en Die Zauberflöte), Orff en Stravinsky met hun energieke ritmiek, Wagner met zijn Rheintöchter en Peter Schats stripopera Aap verslaat de knekelgeest. De onzekerheid over waarheid en verzinsel is eerder behandeld door Berio in La vera storia.

Wagemans weet al dat polystilisme, in koorscènes, aria’s – ook met coloratuur – duetten en monologen met Sprechgesang, op niveau te componeren, en overtuigend te presenteren met een aangename afwisseling van groots en zwaar en licht en luchtig. Effectvol zijn passages uit de luidsprekers rondom – Wagemans zat daar achter de regeltafel zoals we Stockhausen kennen.

Uit de vele niet-solistische delen is voor concertgebruik zó een machtige koorsymfonie samen te stellen èn een lyrische orkestsuite. Voor uitbreiding leent zich het prachtige stukje hobo-concert.

Jaap van Zweden bracht met het Radio Filharmonisch Orkest, Groot Omroepkoor en twaalf solisten een voortreffelijke wereldpremière alsof het stuk al vele malen had geklonken. Er waren prachtige rollen voor Helena Rasker (Ursula), Gesa Hoppe en de Engelse tenor Alasdair Elliott als Festus.