Knallen voor een gelukkig jaar

Zaterdagavond rond half elf zijn de gebruikelijke files in Peking opgelost. Geen wonder: het is oudejaarsavond, het nieuwe ‘Jaar van het varken’ wordt straks ingeluid. Er rijdt nog maar een enkele taxi. Hier en daar knalt vuurwerk en zie je al een vuurpijl in kleurige, sierlijke vormen uiteenspatten.

Met vrienden gaan mijn zoon en ik op weg naar het meer van Houhai ten noorden van het Plein van de Hemelse Vrede. In een salsarestaurant is op een videoscherm ‘De grote Chinese Nieuwjaarsavondshow’ te zien, die bijna de gehele bevolking thuis aan de buis gekluisterd houdt.

Terwijl het salsabandje blijft spelen en de in glitter geklede presentatrice op televisie de laatste seconden van het oude jaar aftelt, wordt de horizon van het Houhai-meer in een feeëriek licht gezet. Mensen kijken door hun mobieltjes naar de bonte vuurzee en maken foto’s. Aan de zijkant van het restaurant heeft een familie uit een nabijgelegen hutong een hele serie vuurpijlen als een lanceerinrichting op een rij gezet. Een puber hangt een rij rotjes op in een boom. Kinderen lopen met hun ouders over straat zonder een spoor van angst voor de vuurpijlen en het oorverdovende geknetter van rotjes en voetzoekers.

Misschien is dat ook niet zo vreemd. Als je aan vuurwerk denkt dan denk je aan China. 99 procent van al het vuurwerk komt uit China. Vuurwerk is diep verankerd in de culturele traditie. Alleen met vuurwerk kunnen boze geesten worden weggejaagd en kan een nieuw jaar gezondheid, voorspoed en geluk brengen.

Des te opmerkelijker is het dan ook dat de inwoners van grote steden als Peking twaalf jaar lang geen vuurwerk mochten afsteken. Vorig jaar pas werd dit verbod in Peking en tweehonderd andere grote steden opgeheven. De autoriteiten wilden het vuurwerk uitbannen om het milieu te sparen. Ze vonden ook dat de burgers veel te veel kwijt waren aan het vurige bijgeloof. Maar nog belangrijker was de onveiligheid.

Het mag nu weer omdat het vuurwerk in China een stuk veiliger is geworden, en misschien wel vooral omdat veel Chinezen tegenwoordig meer geld in hun portemonnee hebben. In Peking vielen zaterdagnacht 125 gewonden, minder dan vorig jaar, terwijl veel meer vuurwerk werd afgeschoten, aldus het stadsbestuur.

De vuurwerkramp in Enschede (13 mei 2000) heeft ertoe bijgedragen dat ook het vuurwerk in China veiliger is geworden, zegt Harry Kapel. Verreweg het meeste Chinese vuurwerk wordt gemaakt in Liuyang, in de provincie Henan. Al vanaf 1990 reist Kapel negen keer per jaar naar die stad om namens Nederlandse importeurs siervuurwerk te controleren.

In het begin van zijn loopbaan als vuurwerktester kwam het vaak voor dat het Chinese vuurwerk bij steekproeven uit elkaar spatte of niet in een rechte lijn de lucht inging, zegt Kapel. Maar sinds een jaar of vier heeft hij nauwelijks nog partijen afgekeurd. „In het begin zag ik hoe onveilig en slecht het vuurwerk was afgewerkt. Er moeten in die jaren veel ongelukken zijn gebeurd. Nu is het veel beter.”

Volgens Kapel heeft TNO na de vuurwerkramp in Enschede een grote rol gespeeld in het ontwikkelen van veiliger vuurwerk in China. Zo zijn er betere regels gekomen voor productie en opslag. Ook is onder toezicht van TNO in Liuyang een groot laboratorium opgezet voor de ontwikkeling en het testen van vuurwerk.

Overal op straat in Peking kun je te zwaar vuurwerk kopen. Maar de politie treedt er wel tegen op en neemt te zware rotjes in beslag. Als we om half twee ’s nachts in de taxi terugrijden naar huis, staan op bijna elke hoek van de straat een ambulance en een politieauto standby. De vuurwerkstalletjes zijn nog open. Mensen stappen uit hun auto, slaan nog even snel vuurwerk in en steken het vlak voor de kraam af. Schoonmakers vegen intussen het rode afval al bij elkaar. Het geknal gaat de hele nacht door. Xinnian kuaile, zegt een bewaker met een vrolijke lach: ‘Gelukkig Nieuwjaar’.