‘Kleine Kapitein’ buldert en botst, kabbelt en klotst

Jeugdtheater: De Kleine Kapitein, door Van Engelenburg Theater. Tournee: t/m 25 mei. Inl. 023-5315578 of www.mijnkleinekapitein.nl.

De horizon donkert, bleek wrakhout vangt het laatste licht. Zwaar drukt de zilte lucht op het verlaten strand, waar de zee buldert als een schuimspuwende vulkaan. Ze kunnen hem nog meer vertellen: Bange Toontje wil naar huis.

De tover van De Kleine Kapitein, de nieuwe jeugdvoorstelling van het Van Engelenburg Theater, zit hem vooral in de fantasievolle taal van Paul Biegel, van wiens bekroonde avonturenboeken producent en componist André Arends een muzikale bewerking maakte. De tekst van Tom Sijtsma koestert de oorspronkelijke verbeeldingskracht, en regisseur Bruun Kuijt doet er goed aan die voor zich te laten spreken. Hoewel de voorstelling zeer lichamelijk is, met doldrieste klimpartijen in masten en woeste, stormwerende gebaren, houdt Kuijt het vooral sober; zonder ingewikkelde changementen, vol kabbelende geheimzinnigheid en dreigend gevaar.

Het zaallicht is nog niet uit, of daar staat hij al, de mysterieuze Grijze Schipper (Frits Lambrechts). Zijn waarschuwing galmt door de zaal, in een onheilspellend basso profundo: „Storm op komst!” Als hij vier ronddarrende jongelui in de smiezen krijgt, vertelt hij hen over de Kleine Kapitein en zijn kornuiten. De Spookstad op Palen en de Stenen Drakenpoort hebben zij moeten trotseren, om uiteindelijk het eiland van Groot en Groei te bereiken. Arends’ nachtdonkere muziek, met bassen en echo’s, intensiveert het verhaal op filmische wijze. In de dialogen lopen directe en indirecte rede meer en meer in elkaar over. Een slimme manier om de vertelling te laten vervloeien met de handeling op toneel, waar de acteurs zich alras beginnen te verkleden. Wat planken, lappen als zeil, een fietswiel als roer. Klaar om uit te varen zijn ze.

Zeker naar het einde toe vertoont De Kleine Kapitein wat krampachtige overgangen. Die laten zich echter meestal weer versoepelen door de zuigende speelkracht van de acteurs. Debutant Maarten Heijmans is komisch-aandoenlijk in zijn rol van bange braverik; de Björkachtige zangkwaliteiten van Lottie Hellingman zorgen voor kippenvel. Zo blijf je moeiteloos aan boord. Klotsend en botsend op de duizelingwekkende stroomvaart van de fantasie.