Jonge zaalhockeyploeg verovert de wereldtitel

De Nederlandse hockeyvrouwen zijn gisteren in Wenen voor het eerst wereldkampioen zaalhockey geworden. In de finale versloeg de jonge ploeg, zonder veldinternationals, Spanje met 4-2. Het brons was voor de Duitse vrouwen, die in het duel om de derde en vierde plaats te sterk waren voor Oekraïne: 5-2.

De Nederlandse hockeyvrouwen, overigens met een geheel andere selectie, waren vorig jaar ook al wereldkampioen in het veldhockey geworden.

De indoorwereldtitel bij de mannen ging naar Duitsland, dat in de eindstrijd Polen met ruim verschil versloeg: 4-1. De Duitse mannenploeg was de regerend wereldkampioen.

De Nederlandse vrouwenploeg, die bij de vorige editie van het WK zaalhockey, in 2003 in Leipzig, de finale had verloren van Duitsland, zette de afgelopen week in Wenen onder leiding van zaalbondscoach Herman Kruis een zeer knappe prestatie neer. Weinig kenners hadden vooraf rekening durven houden met een Nederlands zaalhockeysucces in de Oostenrijkse hoofdstad. Maar de jonge, onervaren ploeg bleek onverslaanbaar, leed geen enkel puntverlies en won liefst zeven wedstrijden op rij. En dat terwijl in de selectie van twaalf vrouwen acht hockeysters in Wenen hun eerste officiële interland in de zaal speelden.

Eigenlijk begon het feestje voor de Nederlandse vrouwen zaterdag al in de Wiener Stadthalle, toen in de halve finale de vrouwen van Oekräïne nog achteloos opzij waren geschoven: 8-0. Gistermiddag had Nederland meer moeite met Spanje, dat zich met veel veldinternationals zeer verrassend had geplaatst voor de finale, na een krappe overwinning (4-3) op titelhouder en favoriet Duitsland, dat het Europese indoorhockey al jaren domineert. Mede door die onverwachte uitschakeling van Duitsland rook de Nederlandse ploeg kansen voor de wereldtitel.

In de poulewedstrijd had Nederland vorige week al gewonnen van Spanje (5-3), maar toen was de Nederlandse ploeg wel onder de indruk van de vechtlust van de Spaanse vrouwen.

De opening van de finale was helemaal voor Nederland, dat onder leiding van aanvoerster Marieke Dijkstra opnieuw te sterk bleek voor Spanje. Dankzij twee vroege doelpunten van Claire Verhage en Belle van Meer stond de ploeg binnen negen minuten op een 2-0 voorsprong. In het restant van de eerste helft werd de ijzersterke verdediging een paar keer op de proef gesteld, maar keepster Claire Hendriks verrichtte een aantal fantastische reddingen. Verder gaf het team van Herman Kruis de toon aan.

Na rust liep Nederland uit naar 3-0 dankzij Alessia Padalino, die daarmee haar achtste treffer van het toernooi aantekende. Pas daarna konden de Spaanse vrouwen iets terug doen, dankzij een strafcorner van Maria Romagosa.

Verhage, de snelle Rotterdamse spits, maakte met haar tweede doelpunt in de 36ste minuut een einde aan alle onzekerheid: 4-1. Vlak voor tijd werd het nog 4-2 door Nuria Camon, maar die treffer was louter voor de statistiek.