Je mag EU in als je ook weer weggaat

De Europese Commissie wil Afrikanen op tijdelijke visa in Europa laten werken.

„Het is het creëren van nieuwe gastarbeiderillusies”, zegt een criticus.

Rode Kruis-personeel en toeristen verzorgen een Afrikaanse migrant op Tenerife, vorige week. Foto Reuters Red Cross members and tourists attend to a would-be immigrant on La Tejita beach, near Granadilla de Abona in Spain's Canary Island of Tenerife February 13, 2007. About 43 would-be immigrants were intercepted on their way to reach European soil from Africa, according to Red Cross. REUTERS/Santiago Ferrero (SPAIN) REUTERS

Een aardige gedachte, alleen vrijwel onuitvoerbaar. Dat zegt Hein de Haas, migratiespecialist aan de Universiteit van Oxford over plannen voor het bevorderen van de tijdelijke arbeidsmigratie naar Europa. Die plannen staan centraal in een nieuw, ambitieus immigratiebeleid van de Europese Commissie.

Immigranten die na verloop van tijd weer weg moeten, dat is natuurlijk niet realistisch, zegt De Haas. „Het is het creëren van nieuwe gastarbeiderillusies.”

Vergrijzing en concurrentie van lagelonenlanden vergen een versoepeling van tijdelijke contracten voor arbeidsmigranten op weg naar Europa, aldus de Commissie. Het dagelijks bestuur van de EU wil daartoe twee middelen inzetten: ‘migratiecentra’ in Afrikaanse landen, en een Europese variant van de Amerikaanse greencard.

Daartoe is eerder deze maand met Mali een akkoord bereikt over een dit jaar te openen migratiekantoor, een door Europa gesubsidieerd arbeidsbureau voor laaggeschoolde seizoensarbeiders.

Daarnaast komt er voor hooggeschoolde migranten een werkvisum, de bluecard – een verwijzing naar de kleur van de Europese vlag. De visa – onbekend is nog hoeveel – moeten een geldigheidsduur van zo’n vijf jaar krijgen en komen naast, niet in plaats van, nationale quota. „Lidstaten kunnen aangeven welk gedeelte ze door Brussel willen laten invullen”, aldus de woordvoerder van de verantwoordelijke eurocommissaris Frattini (Justitie).

Brussel stelt als voorwaarde aan Afrikaanse landen die Europese subsidie willen ontvangen voor een migratiecentrum dat zij onderdanen die Europa uit worden gezet, terug nemen. Kortom, een poging om Afrikaanse landen zo ver te krijgen dat ze arbeidskrachten voor Europa zoeken en tegelijkertijd illegale migratie aanpakken. „We kijken niet voor niets ook naar landen als Senegal en Mauretanië”, aldus Frattini’s woordvoerder. Deze landen dienden als belangrijkste springplank voor migranten die vorige zomer in recordaantallen naar de Canarische Eilanden voeren.

„Een goed plan”, vindt Niliam Baruah, hoofd van de afdeling Arbeidsmigratie van de Internationale Organisatie voor Migratie in Genève. Hij prijst de groeiende Brusselse erkenning van de behoefte aan immigranten. Baruah denkt – anders dan De Haas – dat je migranten wel zo ver kunt krijgen terug te keren naar hun herkomstland.

„Je kunt iemand verplichten zijn pensioen op te bouwen in zijn thuisland. Dan is hij eerder geneigd terug te gaan”, aldus Baruah. „Of beloof seizoensarbeiders dat ze volgend jaar opnieuw welkom zijn”, zegt hij telefonisch vanuit Genève.

Baruah bepleit ‘circulaire migratie’, een populair thema onder deskundigen. Het veronderstelde vrije verkeer van migranten tussen land van bestemming en van herkomst zou helpen tegen brain drain, de leegloop aan kennis in vertreklanden doordat het Westen hooggeschoolden ‘wegkaapt’.

Volgens De Haas willen veel regeringen juist dat hun inwoners in rijke landen blijven werken, „zodat ze geld terugsturen”. Zo leiden de Filippijnen verpleegsters op voor het buitenland, speciaal om het geld dat ze dan overmaken.

De Haas beschouwt aan termijnen gebonden verblijfsvergunningen vooral als poging van de Commissie om politiek draagvlak te creëren onder de lidstaten. „Er is geen draagvlak voor permanente migratie, dus verkopen we het maar als tijdelijke migratie.” Kortzichtig, vindt De Haas, want veel immigranten zullen de illegaliteit verkiezen boven de toezegging dat ze volgend jaar weer welkom zijn.

De vergunningen helpen Europa evenmin in de „wereldwijde strijd om migranten”, aldus De Haas. Hij wijst erop dat de Verenigde Staten altijd meer hoogopgeleiden weten binnen te halen. „Omdat de greencard wél uitzicht biedt op een permanente status.”

Baruah erkent dat dit mede verklaart waarom in Duitsland een greencardexperiment met tijdelijke vergunningen eerder mislukte. „Maar je kunt niet ontkennen dat een tweejarig visum beter is dan helemaal geen visum.”

Baruah vindt het niet immoreel om Afrikaanse landen, als voorwaarde voor migratiesamenwerking, te verplichten onderdanen terug te nemen die Europa uit zijn gezet. Hij ontkent dat Europa zo zijn verantwoordelijkheid voor het tegengaan van illegale instroom zou afwentelen op arme landen. „Nee, ik zou het geen dwang willen noemen, liever een stimulans”, aldus Baruah.

De Haas gelooft dat er maar één echte oplossing is voor de blijvende behoefte aan vooral laagopgeleiden: „Accepteren dat immigratie permanent nodig is”.