Járen voor ze zo’n tas dragen

Bijna lente, tijd voor nieuwe mode.

nrc.next onthult de trends.

Laptop-shopping bag voor de man: ín de hand. Foto Reuters, Maharishi Maharishi

In zijn kleedgedrag is de Nederlandse man een aartsconservatief. Om te beginnen houdt hij niet van winkelen. Hij doet dat omdat het moet, op koopavond of in het weekend, en koopt dan snel, gericht en in veelvoud.

Een nieuwe look duw je hem niet zomaar door de strot. Dat duurt jaren, en als hij eindelijk rijp is voor een trend – een overhemd dat niet grijs of lichtblauw is, een tas met brede, schuine schouderband – blijft hij die tot ver na de houdbaarheidsdatum trouw. Ontroerend, ja. Maar trendspotters als Martijn den Haan worden er wel eens gek van.

„Nederlanders durven haast niets”, zegt hij vanachter de koffie- en champagnebar van zijn hippe totaalbeleveniswinkel Puurr in Den Haag. Uit zijn T-shirt steken nog twee mouwen, van tattoeages. „Ze zijn vreselijk bang om buiten de boot te vallen. Wij moeten ons hier vaak inhouden. Zelf zijn we wel weer klaar met die slim fit pants, bijvoorbeeld. Wat ons betreft, wordt alles weer baggy. Maar de strakke broek slaat nu pas echt aan, en we willen commercieel de boot ook weer niet missen, natuurlijk.”

Stiekem weet Den Haan al precies hoe de man van morgen er uitziet: dat is een „nonchalante rock ‘n’ roller”, met bretels die los aan zijn broek hangen, platte, cleane gympies, en een shopping bag voor zijn laptop.

Shopping bag? Het blijkt mee te vallen: het gaat om een lichte, rechthoekige tas met een kort hengsel, die je dus in de hand draagt en niet (ik herhaal: niet) over de schouder. De tas is bij voorkeur bedrukt met een camouflageprint, zoals bijvoorbeeld die van het Britse merk Maharishi. Volgens Den Haan wordt uiteindelijk „alles” zelfs weer „helemaal camo”, maar de tas is een goed begin.

Bij het Deense Matíníque springen ze behoedzamer met de herenkleding om. Deze winter verscheen daar, heel stilletjes, één enkel bloemetjesoverhemd. Dat verkocht goed, vertelt store manager Paulien, dus de bloemetjes blijven, al winnen de ruiten en de blokken het nog steeds ruim. De stropdassen mogen wat breder en losser geknoopt, en voor de herenhals zijn er ook friemelige sjaaltjes, in grijs en donkerblauw.

Bij Puurr zijn de sjaaltjes alweer een gepasseerd station. „Drie jaar geleden verkochten we er je-wilt-niet-weten-hoeveel”, zegt Den Haan. Een béétje man van nu knoopt volgens hem een smal, wollen dasje om zijn nek, met een dubbele lus. Daar bungelt het dan, volkomen functieloos. „Het is bijna een ketting”, aldus Den Haan. En zo, via wijde omwegen, wordt de Nederlandse man langzaam een tikkeltje frivoler.