Ingedamde, ingenieuze rock

De cd moest eigenlijk een rockplaat worden vanwege een nieuw aangeschafte gitaar.

Maar The Decemberists beheersen ondertussen te veel genres om zich te beperken.

De nieuwe cd van The Decemberists, The Crane Wife, zou meer ‘rock’ worden dan we van de Amerikaanse band gewend waren. De oorzaak was prozaïsch: voorman Colin Meloy had toevallig net een nieuwe gitaar, een goudkleurige Les Paul, en was er zo trots op dat hij zijn nieuwe composities aan het instrument wilde aanpassen. Maar een hoofdrol heeft de gouden gitaar uiteindelijk toch niet gekregen.

„Het leek er even op dat de nieuwe cd vol met rockliedjes zou komen te staan”, vertelt Colin Meloy. „Uiteindelijk hebben we in de studio de rockstijl weer wat afgezwakt. Al hebben we meer traditionele rocknummers opgenomen dan voor de vorige cd.”

„We moesten Colin en zijn gitaar een beetje indammen”, zegt drummer John Moen, „anders was er voor de andere instrumenten geen ruimte meer.”

En je hebt niet voor niets een accordeon, staande bas, en hammondorgel in je bezetting; The Decemberists braken in 2005 door met de cd Picaresque waarop juist zo ingenieus werd geweven met allerlei uiteenlopende instrumenten. Het resultaat was een doorwrocht soort folk, met verwijzingen naar zowel de Ierse folkstijl, als country, blues en andere Americana. De singel 16 Military Wifes werd in Nederland zowaar een hit.

En om die andere instrumenten ook de ruimte te geven, pakt Colin voor de meeste liedjes toch weer zijn oude akoestische gitaar. „Want het is juist typerend voor de akoestische gitaar”, zegt Meloy, „dat zijn klank zo mooi mixt met andere instrumenten.”

Al luister je niet naar de teksten, de liedjes van The Decemberists hebben ook muzikaal zo’n verhalende kracht dat je vanzelf voelt dat het leven hier niet ongezouten tot je komt; het is zorgvuldig bijgeschaafd en gemodelleerd tot iets dat universele geldigheid kan hebben.

Voor de titel van zijn cd, en voor het thema van enkele liedjes, liet Colin Meloy zich leiden door het Japanse verhaal over de ‘Kraanvogelvrouw’. Colin Meloy: „In dat sprookje redt een arme boer een gewonde kraanvogel. Kort daarna verschijnt er een mooie vrouw aan zijn deur. Ze trouwen. Om geld te verdienen wil de vrouw stof weven, maar de man moet beloven nooit te kijken als ze weeft. De stof is mooi en zacht en levert veel geld op. Maar op een dag kan de man zich niet bedwingen. Hij opent de deur van de weefkamer en ziet dat zijn vrouw de gedaante van een kraanvogel heeft aangenomen. Uit haar vleugels haalt ze veertjes die ze in de stof verwerkt, waardoor die zo mooi zacht wordt. De blik van de man verbreekt de betovering. Zijn vrouw blijft veranderd in een kraanvogel, en vliegt weg.”

Gaf dit verhaal inspiratie voor de muziek? „Het verhaal zelf is voor mij al muzikaal”, zegt Meloy, „door de simpelheid. De abstracties uit het sprookje brachten mij op ideeën voor liedjes. Maar vooral vond ik het een mooi verhaal over liefde. En over nieuwsgierigheid.”

Meloy en de vijf andere muzikanten bespelen alle instrumenten, van staande bas tot wasbord, Hammond-orgel en elektrische gitaar. Daardoor kunnen de liedjes heen en weer schieten van Led Zeppelin-achtige dreun (in When The War Came) tot folk-jubel (O Valencia!) en simpel akoestisch (Shankill Butchers).

Volgens John Moen en Colin Meloy heeft het vijf jaar geduurd voordat ze zich in alle genres vaardig genoeg voelden: „We zijn nu flexibel”, zegt Moen. „Na vijf jaar samenspelen zijn we nu vertrouwd met de verschillende genres.” Toch noemt Meloy zijn muziek gewoon rock ‘n’ roll.

„Mensen classificeren ons wel eens als ‘rock-folk-postmetro-prog’”, zegt hij. „Ik zou zeggen: rockband-met-mogelijkheden.”

De cd The Crane Wife is verschenen bij EMI. The Decemberists treden woensdag op in Paradiso, Amsterdam.Voor meer informatie zie de website: http://www.decemberists.com/