Geen nieuwe excuses Japan ‘troostmeisjes’

De Japanse regering voelt niets voor nieuwe verontschuldigingen aan het adres van ‘troostmeisjes’, vrouwen die in de Tweede Wereldoorlog werden gedwongen tot seksueel verkeer met Japanse soldaten.

Minister van Buitenlandse Zaken Taro Aso liet vanochtend duidelijk zijn ongenoegen blijken over pogingen van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een niet-bindende resolutie aan te nemen waarin de Japanse premier wordt opgeroepen de Japanse „historische verantwoordelijkheid” voor het misbruik van seksslaven „formeel te erkennen” en daarvoor verontschuldigingen aan te bieden.

In het Japanse parlement noemde minister Aso de indiening van de Amerikaanse resolutie vanochtend „uitermate betreurenswaardig”. De argumenten ervoor zijn „niet gebaseerd op objectieve feiten”, aldus de minister.

De Japanse uitval komt nadat vorige week drie voormalige ‘troostmeisjes’ in Washington getuigden voor een commissie van het Huis. Onder hen waren de 84-jarige Nederlandse Jan O’Herne, die zich in 1960 in Australië vestigde, en twee Koreaanse vrouwen. Zij beschreven uitgebreid de verkrachtingen en mishandelingen die ze moesten ondergaan.

In 1995 kwam er op initiatief van de Japanse regering een particulier fonds, waaruit ‘troostmeisjes’ financiële compensatie werd geboden, zonder dat de Japanse overheid formeel smartegeld hoefde te geven. Om die reden hebben de meeste slachtoffers nooit geld aangenomen. „Er zijn ons nooit echte, oprechte verontschuldigingen namens de Japanse regering en namens het Japanse volk aangeboden,” zei O’Horne vorige week. Ze vindt dat Japan ook in zijn geschiedschrijving het bestaan van de ‘troostmeisjes’ moet erkennen.

Wel hebben Japanse premiers in het verleden hun „oprechte spijt” betuigd over de gedragingen ten opzichte van onder anderen de naar schatting 200.000 vrouwen die werden misbruikt. Zo sprak de voormalige premier Koizumi in 2001 over „immense en pijnlijke gebeurtenissen”. Maar binnen de regerende LDP zijn ook nationalistische politici die zeggen dat Japan meer dan voldoende heeft gedaan in woord en gebaar.