‘Geen glamour, maar verdriet’

De wereld dacht dat de vijf jongeren op de foto die vorige week werd verkozen tot World Press Photo 2006, rijke Libanezen waren die aan oorlogstoerisme deden. Het echte verhaal is anders.

Van links naar rechts: Bissan, Nour, Jad, Lana el Khalil en Liliane. Foto Karim Ben Khelifa/Oeil Public dezelfde jongeren die geportretteerd zijn op de winnende foto van Spencer Platt (cabrio in verwoest Beiroet) World Press Photo 2006 From left to right -Bissan Maroun, 29, Noor Nasser, 21, Jade Maroun, 22, Lana EL Khalil, 25, Liliane Nacousi, 22 were in the photos that won the World Press Photo 2006. Copyright Karim Ben Khelifa +33 6 07 17 49 51 mail@karimbenkhelifa.com www.karimbenkhelifa.com Karim Ben Khelifa;Oeil Public

Voor Spencer Platt, een Amerikaanse fotograaf van het agentschap Getty, was 15 augustus 2006 een hectische dag. Het was de tweede dag van het staakt-het-vuren na de 33-daagse oorlog van Israël tegen Libanon. De dahiye, de zuidelijke buitenwijken van Beiroet waar de shi’itische verzetsbeweging Hezbollah de scepter zwaait, was met de grond gelijkgemaakt. Overal vandaan trokken Libanezen – shi’ieten, soennieten en christenen – naar de dahiye: sommigen om de schade aan hun huizen te inspecteren, anderen uit nieuwsgierigheid.

„Ik wilde net teruggaan naar mijn hotel toen ik in mijn ooghoek een rode auto zag”, zegt Platt telefonisch vanuit New York. „Ik heb vier of vijf keer geknipt, maar slechts één beeld was bruikbaar. Ik heb dit beeld opgestuurd samen met zo’n 25 andere foto’s die ik die dag had gemaakt.”

Hij had er geen idee van dat de foto van de hippe Libanezen die in een cabriolet door een verwoeste woonwijk rijden een iconisch beeld zou worden, een symbool voor de oorlog in Libanon. „Ik vond het een goeie foto. Het is ook Libanon. Het is belangrijk om clichébeelden van vluchtelingen te maken want dat is de realiteit van een oorlog. Maar er is ook een andere kant van Libanon, die van de jonge, rijke mensen.”

Maar de geportretteerden, Jad (22), Bissan (29), Tamara Maroun, Liliane Nacouzi (22) en Noor Nasser (21) voelden zich helemaal niet ‘fabulous’ die dag. Ze zijn samengekomen in het appartement van Bissans verloofde Wissam Awad in de christelijke wijk Achrafieh. Tamara, de blondine op de foto, is de enige die er niet bij is. Wel van de partij is Lana El Khalil (25), de eigenares van de rode sportauto. Nu ja: het is eigenlijk een oranje Mini Cooper. En ze willen dat de wereld een aantal dingen weet over de World Press Photo.

„Zie je die sticker op het dashboard?”, zegt El Khalil, terwijl ze naar de foto wijst. „Dat is een sticker van Samidoun, een vrijwilligersorganisatie die tijdens de oorlog werd opgericht om slachtoffers te helpen.” El Khalil was lid van een linkse groep activisten die een sit-in hield voor de Palestijnse zaak toen de oorlog begon. „Nadat de eerste bommen waren gevallen zijn we onmiddellijk begonnen met hulpverlening. Ik heb mijn appartement in Hamra afgestaan aan vluchtelingen uit het zuiden, en ben weer bij mijn ouders gaan wonen.” De eerste oorlogsdagen reed hij in de dahiye rond om dakloze mensen op te pikken en hen naar opvangcentra te brengen. Later bracht El Khalil noodhulp naar de inwoners die waren achtergebleven in de dahiye. Hij reed in de oranje Mini Cooper die het symbool zou worden van harteloosheid van mooie, jongen mensen uit Libanon.

De anderen komen allemaal uit de zuidelijke buitenwijken van Beiroet: vier uit de dahiye, eentje uit de belendende wijk Shiya. Noor is de enige moslim in het gezelschap, de anderen zijn christenen. Haret Hreik, het hart van de dahiye, was oorspronkelijk een christelijke wijk.

Jade, de jongen die de auto bestuurt, zegt dat hij twijfelde of het wel een goed idee was om het dak open te gooien. „Ik was bezorgd dat het een slechte indruk zou maken. Maar we waren met vijf, het was warm en we wilden allemaal een goede indruk krijgen van wat er met onze wijk was gebeurd.”

Ze leerden elkaar kennen in een hotel in Hamra waar ze onderdak kregen toen ze hun huizen in de dahiye moesten ontvluchten. Daar ontmoetten ze Lana El Khalil, die hen haar auto zou uitlenen. En de sexy kleren, de modieuze zonnebrillen? „Sorry, maar wij zijn Libanezen en wij zien er graag goed uit. Het is het contrast met de verwoesting op de achtergrond dat tot het misverstand heeft geleid.”

„Je moet begrijpen”, zegt El Khalil, „dat een glamoureuze uitstraling heel belangrijk is in Libanon. Het overstijgt het klassenverschil. Ook als je niet rijk bent kun je er glamoureus uitzien.” Niemand op deze foto, benadrukt Bissan Maroun, komt uit de bourgeoisie. „Kijk naar onze gezichten op de foto: we zijn ontsteld over de verwoesting van onze wijk.”

Ze erkennen dat er in Libanon oorlogstoerisme is geweest en dat sommige rijken de hele oorlog door hebben gefeest. ,,De foto geeft een interessant beeld. Het is alleen jammer dat het niet klopt.”

En er is iets aan de hand met de manier waarop de wereld naar Libanon kijkt, zeggen ze. Jade vertelt over een foto waarop een man voor zijn verwoeste huis naar de radio luistert. Volgens hem had dat de World Press Photo moeten worden. El Khalil zegt: „Deze foto versterkt het beeld in het westen dat de oorlog alleen slachtoffers maakt onder mensen met wie zij zich niet kunnen identificeren.”

Fotograaf Platt wist tot afgelopen weekeinde niet wie de vijf jonge mensen op zijn bekroonde foto waren. „Het is nooit mijn bedoeling geweest een oordeel te vellen over deze mensen. Ik heb echt geen politiek statement willen maken.”

    • Gert Van Langendonck