Franse ambtenaar met vuile handen

Nazi-collaborateur Maurice Papon was het Franse gezicht van een universele figuur: de gewetenloze dienaar van zijn superieuren.

Maurice Papon kreeg tien jaar celstraf. Hij zat er drie uit. (Foto’s AFP) Oorlogsmisdadiger Maurice Papon in 1947 en in 1997. Foto’s AFP (FILES) Combo shows (L) a 1947 file picture and (R) a November 1997 file picture of former French cabinet minister Maurice Papon. Papon, convicted for his role in the World War II deportation of French Jews to Nazi death camps, died 17 February 2007 aged 96, his lawyer said. "Maurice Papon died on Saturday February 17 at 4:00 pm," (1500 GMT) the lawyer Francis Vuillemin said in a statement. AFP PHOTO / DERRICK CEYRAC AFP

Met het overlijden van de 96-jarige Maurice Papon komt Frankrijk weer een beetje verder af te staan van zijn meest beladen hoofdstuk uit de twintigste eeuw: Vichy, het met de Duitsers collaborerende regime dat een deel van het land tijdens de Tweede Wereldoorlog bestuurde.

Papon werd in april 1998 tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld voor misdaden tegen de menselijkheid, wegens zijn betrokkenheid, als ambtenaar, bij de deportatie van joden tussen 1942 en 1944 in Bordeaux. In 2002 werd Papon vrijgelaten omdat zijn gezondheid slecht was en om te voorkomen dat hij in gevangenschap zou overlijden. Zaterdag overleed hij in een kliniek nabij zijn woonplaats Gretz-Armainvilliers, ten zuidoosten van Parijs.

Dat Maurice Papon zou uitgroeien tot een ijkpunt in de Franse oorlogsherinnering, was 65 jaar geleden, op het moment van de feiten, moeilijk te voorspellen geweest. Papon gold in Vichy als een veelbelovende ambtenaar sinds hij in 1940 de eed van trouw had afgelegd aan maarschalk Pétain.

Een leidende rol in het regime had Papon niet. Op de prefectuur in Bordeaux leidde hij als secretaris tussen 1942 en 1944 het Bureau voor de joodse kwestie. In die rol werkte hij, vanachter het bureau, mee aan de deportatie van bijna 1.700 joden.

Door zijn veroordeling, na een proces van zes maanden, groeide hij meer dan vijftig jaar na dato uit tot de collaborerende ambtenaar bij uitstek. Het Franse gezicht van een universele figuur: de gewetenloze dienaar van zijn superieuren. Er waren andere, hogergeplaatste en fanatiekere kandidaten voor die rol geweest. Zoals de politiechef van Vichy, René Bousquet. Maar Bousquet, die de bescherming genoot van zijn vriend president François Mitterrand, werd in 1993 in Parijs doodgeschoten door een geestelijk gestoorde man.

Ook Papon leek lang aan zijn verleden te zullen ontsnappen. In oktober 1944 toonde hij een certificaat waarop stond dat hij bij het verzet betrokken was geweest. Hij verscheen niet voor de zuiveringscommissies die oordeelden over Vichy-bestuurders.

Zijn carrière kende geen breuk. Hij groeide uit tot een ambtenaar aan wie lastige en gevoelige posities werden toevertrouwd. Zo trad hij begin jaren vijftig namens het Franse bestuur in het protectoraat Marokko op tegen nationalisten. Tussen 1956 en 1958 was hij prefect in de Algerijnse stad Constantine, midden in de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog.

In 1958 werd hij benoemd als prefect in Parijs, een sleutelpost in tijden van onrust. Papon kreeg ook het vertrouwen van generaal Charles de Gaulle, de aanvoerder van het vrije Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog, toen deze later in 1958 als president aantrad.

In de jaren die volgden bouwde Papon een reputatie op als houwdegen in dienst van de orde. Als prefect kreeg hij de vrije hand om op te treden tegen Algerijnse demonstranten in 1961. Na afloop van de demonstratie dreven de lijken in de Seine. Schattingen over het aantal doden – nog altijd omstreden – lopen uiteen van 35 tot meer dan 200.

Het brak de carrière van Papon niet. Tussen 1977 en 1981 was hij, onder president Valéry Giscard d’Estaing, minister van Begroting onder premier Raymond Barre. In dat laatste jaar kwamen de eerste onthullingen over Papons rol in Vichy. Maar tot een proces kwam het jarenlang niet.

Papon vertegenwoordigde in zekere zin een continuïteit tussen Vichy en de Republiek, die van De Gaulle tot en met Mitterrand altijd ontkend bleef. Pas Jacques Chirac erkende kort na zijn aantreden als president in 1995 dat Vichy onlosmakelijk deel uitmaakt van de geschiedenis van de Franse staat.

Het proces tegen Papon, en zijn veroordeling, waren voor Frankrijk een belangrijke stap in de verwerking van dit besef en van het Franse oorlogsverleden, net als eerder het proces tegen nazi-beul Klaus Barbie (in 1987) en Milice-leider Franck Touvier (1994).

Papon probeerde nog een keer te ontsnappen: in 1999 week hij, vlak voor de definitieve uitspraak van het Hof van Cassatie, uit naar Zwitserland. Maar binnen 48 uur werd hij gearresteerd en teruggestuurd.

Dat Papon zijn veroordeling nooit heeft geaccepteerd, bleek gisteren nog. Zijn advocaat verklaarde dat hij begraven zal worden met het Légion d’honneur, de hoge onderscheiding die hem na zijn veroordeling was afgenomen. Van allerwegen wordt president Chirac nu opgeroepen dat te voorkomen.