De waterputten van de inktvlekstrategie

Vallen er lijken uit de kast als Eimert van Middelkoop straks de kamer van Henk Kamp heeft betreden?

Geen letterlijke natuurlijk. Je kunt van Kamp zeggen wat je wil, maar tot nu toe heeft hij onze jongens in Afghanistan er ongerept doorheen gesleept. De laatste weken hebben we een paar keer moeten schrikken van een bermbom (en gisteren nog van een ongelukje) – maar na berichten over één, twee, drie of zelfs vier gewonden, volgde godzijdank telkens een geruststellende boodschap: niemand was in levensgevaar, één soldaat had een bloedneus, een ander klaagde over hoofdpijn, en een derde had de arm even uit de kom gehad, maar die was er door een kameraad meteen weer ingeduwd. Het was steeds net als laatst met dat weeralarm van het KNMI. Niets aan de hand.

Ik schrok ook meer van het nieuws in de Volkskrant, dat kolonel Hans van Griensven vanwege het verwachte lente-offensief van de Talibaan de Nederlandse expansiedrift in Uruzgan even op een laag pitje zou hebben gezet, en dus tijdelijk was gestopt met ‘de inktvlekstrategie’.

Voor wie niet in dienst is geweest: de inktvlekstrategie is de methode waarbij troepen het gebied waarover zij controle willen hebben, steeds een eindje groter proberen te maken. Dus zoals ze in de Eerste Wereldoorlog met z’n allen uit hun loopgraaf holden, om 100 meter nieuw terrein op de vijand te veroveren. Eigenlijk kun je zeggen dat de inktvlekstrategie een vorm van oorlog is.

Was het omdat de Volkskrant (van de martelverhalen in Irak) er als eerste mee kwam, dat Kamp onmiddellijk Trouw opbelde om het bericht te ontkennen?

„De Nederlandse tactiek voor de wederopbouw in Uruzgan is niet gewijzigd’’, liet hij weten. En verder:

„Wij doen in Uruzgan steeds twee stappen vooruit. Het is gebruikelijk dan één stap terug te doen, maar dat willen we niet. Wij proberen onze positie vast te houden. De plannen zijn niet gewijzigd.”

Heeft die kolonel Griensven dingen gezegd die hij niet kon verantwoorden, zoals er al zoveel ongehoorzame, voor hun beurt pratende of uit de school klappende ondergeschikten zijn geweest van wie ik me wel eens bang afvraag of die straks allemaal als lijken uit de kast van Kamp vallen?

Maar gelukkig zijn de plannen niet gewijzigd, en ik weet nooit precies hoe dat werkt, maar volgens mij moet Van Middelkoop zich daar dan aan houden, tenzij er in het coalitieakkoord iets anders over is opgeschreven.

Ik pakte het akkoord er even bij, en stelde vast dat in de desbetreffende sectie (Hoofdstuk I, met als subparagraaf onder andere Buitenlands Beleid), helemaal niets over Afghanistan in het algemeen of Uruzgan in ’t bijzonder was te vinden. Of mochten we aan Poentjak denken bij de volgende zinsnede, die aan het eind een beetje ingeslikt klonk?

‘Nederland stemt het veiligheidsbeleid af op de nieuwe situatie in de wereld en richt zich op vredesmissies, op bestrijding van terrorisme, op conflictpreventie en op wederopbouw’.

Wederopbouw!

Dat vergeet je telkens: dat Kamp ons naar een ver land wilde leiden dat al jarenlang lag te snakken naar waterputten, kleuterscholen, winkeltjes, meisjeslycea en stemlokalen.

Natuurlijk zou daar zo nu en dan tegelijkertijd ook gevochten moeten worden tegen elementen die de democratie wilden tegenhouden, maar juist daarom kon er bij twee stappen voorwaarts (ik heb me laten vertellen dat Uruzgan zeker zes maal zo groot is als onze provincie Gelderland) nooit sprake zijn van een stap terug. Laat staan dat we pas op de plaats zouden mogen maken – want waar zouden we dan anders de voetbalvelden en de waterputten moeten aanleggen?

Als er op Defensie niks uit de kast komt, staat één ding de nieuwe minister sowieso te doen: doorgaan met de inktvlekstrategie.

Jan Blokker