‘Dat rotboek’

In 1991 bracht radiomaker Wim Noordhoek vijf dagen door met de schrijver Gerard Reve, om zo diens debuutroman opgenomen te krijgen. Noordhoek is ambassadeur voor ‘De avonden’ van (toen, in 1947) Simon van het Reve.

Nog zie ik de vertwijfeling op het gezicht van Henk Hofland.

„De avonden? Moet dat het dan zijn?”

Hij was bezig met de radioserie ‘Grondleggers’. Die van de naoorlogse Nederlandse literatuur. Was De avonden dan echt het boek dat overbleef? Hij wilde er niet aan.

Maar het leek onontkoombaar.

Misschien, opperde ik, is De avonden een zwart gat waarin alles verdwijnt?

Vijf volle dagen was ik in 1991 bezig geweest het boek opgenomen te krijgen. Een erg verkouden Gerard Reve zag de tekst voor het eerst terug sinds hij hem schreef. Het voorlezen viel hem zwaar. Vooral in de passages waarin de vader en de moeder voorkomen, regende het spreekfouten.

De verkoudheid bestreed hij met zout water. Uit de omroepkantine kwam een plastic bekertje water en wat zout. Met die oplossing spoelde hij de neusholte. Het papier – dubbele pagina’s fotokopie opdat het omslaan geluidloos zou gaan – werd nat.

Ook voor Reve gold dat ‘moet dit het dan zijn?’ Werd heel zijn latere werk door zijn debuut – ‘dat rotboek’ – overschaduwd?

Wat of ik er van vond? Ik zei: „Ik las het toen ik een jaar of achttien was, en toen wist ik ‘je bent niet de enige gek’.”

We kregen het over schrijven.

„Helpt het nou?” vroeg ik.

Hij dacht even na en zei: „Toch wel, ja. Mij heeft het toch wel geholpen.”

Bij de montage – bijna duizend knippen, met de hand gemaakt – heb ik op het laatste moment, in grote vermoeidheid, nog een kleine ramp kunnen voorkomen. Op het eind roept Frits van Egters twee keer achter elkaar met kleine variatie God aan.

Technicus Mark Meeuwis en ik hadden bij vergissing de tweede aanroep vastgemaakt op de plaats van de eerste. Zodat deze zin verdwenen was: ‘„Eeuwige, enige, onze God, ik ga naar mijn ouders. Zie mijn ouders.” Zijn ogen werden vochtig.’

De zin lag op de studiovloer, ergens tussen vele eindjes band. Maar we vonden hem terug, de ‘eeuwige, enige, onze God’.

    • Wim Noordhoek