Dat kan overtuigender, De Niro

In The Good Shepherd benadrukt regisseur Robert de Niro de overeenkomsten tussen de Koude Oorlog en het politieke klimaat in de VS nu.

Maar hij laat kansen liggen.

Na George Clooney met Good Night, and Good Luck heeft nu ook Robert de Niro een film gemaakt over de Koude Oorlog. In The Good Shepherd, het verhaal over het ontstaan van de Central Intelligence Agency (CIA), benadrukt De Niro de overeenkomsten tussen de vroege Koude Oorlog en het politieke klimaat in de Verenigde Staten van nu. Spijtig genoeg laat De Niro daarbij de propagandamachine van de CIA bijna geheel buiten beschouwing. Terwijl daar een treffende overeenkomsten waarschijnlijk is.

In The Good Shepherd wordt de oprichting van de Amerikaanse inlichtingendienst belicht vanuit het perspectief van Edward Wilson (Matt Damon), gebaseerd op James Jesus Angleton, het legendarische hoofd van de afdeling contraspionage van de CIA. De film laat zien hoe Wilson steeds verder verstrikt raakt in een web van leugens, geheimhouding, geweld en chantage. Exemplarisch voor de CIA als organisatie, lijkt De Niro hiermee te willen zeggen.

De Niro speelt zelf General Bill Sullivan, geïnspireerd op William ‘Wild Bill’ Donovan, oprichter van de CIA. Hij vreest (en hier klinkt de mening van De Niro door) dat de dienst te veel macht zal toekennen aan een kleine groep mensen. De CIA, zo stelt hij, moet van buitenaf gecontroleerd worden. Zo niet, dan zal die geheime dienst om zichzelf in stand te houden een klimaat van angst veroorzaken, zo nodig door zelf een vijandbeeld te scheppen.

Zijn vermoeden werd bewaarheid. Anticommunistische en pro-Amerikaanse propaganda werd een belangrijke doelstelling van de CIA. De inlichtingendienst zette niet voor niets de werkzaamheden voort van de Office of War Information (OWI), verantwoordelijk voor buitenlandse én binnenlandse propaganda. Zo financierde de dienst indirect ogenschijnlijk onafhankelijke organisaties als Radio Free Europe en het Congress for Cultural Freedom en tijdschriften als het Britse Encounter en het Duitse Der Monat. Ook Amerikaanse journalisten werden ingezet om onjuiste of misleidende verhalen te verspreiden in de buitenlandse pers. Omdat openlijke betrokkenheid van de CIA deze propaganda minder effectief zou maken, waren de betrokkenen over het algemeen niet op de hoogte van de rol die de CIA speelde.

Maar het bleef niet bij propaganda in het buitenland. Het Amerikaanse opinietijdschrift The Reporter, opgericht in 1949, werd sterk beïnvloed door de CIA. Een groot deel van de redactionele staf kwam uit geheime dienstkringen en onderhield nauwe banden met de CIA. William Donovan, James Jesus Angleton en ook Allen Dulles, die van 1953 tot 1961 aan het hoofd van de CIA stond, behoorden tot de contacten. Ook publiceerde The Reporter een aantal artikelen afkomstig van door de CIA gesponsorde organisaties, en enkele door de CIA geschreven artikelen.

Des te opvallender dat De Niro in zijn film niet ingaat op de propagandamachine van de CIA. Dat is extra spijtig, omdat juist daar mogelijk een grote overeenkomst ligt tussen de politieke klimaten toen en nu. De CIA en de regering-Bush zijn minstens zo nauw met elkaar verweven als het geval was ten tijde van de regering-Truman (1945-1953). We hebben het hier over een president die een voormalige CIA-directeur (Robert Gates) tot minister van Defensie benoemt, die sterk leunt op het netwerk van zijn vader George Bush sr., voormalig hoofd van de CIA, die niet inziet waarom het op grote schaal afluisteren van Amerikaanse burgers niet legaal zou zijn en die tot ver na het begin van de oorlog bleef volhouden dat Irak beschikte over massavernietigingswapens.

Uiteraard, de politieke situatie in de Verenigde Staten is vele malen complexer dan den tijde van de vroege Koude Oorlog. Maar overeenkomsten zijn er. Onafhankelijke controle van de CIA is daarom nu meer nodig dan ooit. Hier ligt niet alleen een belangrijke verantwoordelijkheid voor het Congres, maar ook voor de Amerikaanse pers. Door een spionagefilm te maken waarin de nadruk ligt op buitenlandse covert operations laat regisseur De Niro de kans liggen deze andere kant van de CIA onder de aandacht te brengen.

Elke van Cassel is journalist en promoveert op 20 maart 2007 aan de Radboud Universiteit Nijmegen op haar onderzoek naar het Amerikaanse opinietijdschrift The Reporter (1949-1968), en de rol die dat blad speelde in de Koude Oorlogspropaganda.

Meer over het proefschrift van Elke Van Cassel op www.roosevelt.nl