Carola sloeg nog eens met de tamboerijn op heur heup

In mijn reeds jaren durende privé-onderzoek over wat er opgenomen moet worden in mijn canon van Nederland, bezocht ik vrijdag in Zaandam een concert van de BZN Final Tour. Er zijn nu eenmaal historische momenten, en Final Tours, die je niet aan je voorbij moet laten gaan.

De zaal was, zoals de theaterdirecteur dat noemde, ‘strak uitverkocht’, want de zaal is al eenenveertig jaar strak uitverkocht als BZN komt spelen. Alle Zaanse BZN-fans waren uitgerukt: een bonte verzameling ouderen, kreupelen en niet al te hoogbegaafden. Lieve mensen die braaf in het ritme meeklapten. Mensen die het niet erg vonden dat een van de fans, die wel héél niet-hoogbegaafd was, gedurende het gehele concert heen en weer marcheerde voor de eerste rij.

Zoals dat hoort bij Nederlandse fenomenen waar een randje van kitsch en wansmaak aan zit (Jan Smit, De Tokkies, De Veerkampjes, Patty Brard – oké, een zeer brede rand van kitsch en wansmaak), werden de BZN’ers gevolgd voor een emotionele docusoap met campwaarde. Zij hadden daar zelf een voorschot op genomen door op een scherm boven het podium filmpjes te vertonen over de plannen die de bandleden post-BZN hadden. Drummer Jan Tuijp vertelde dat hij vaak op vakantie zou gaan naar allerhande Griekse eilanden „want daar zijn er heel veel van”. Zanger Jan Keizer vertelde in zijn filmpje dat hij van plan was om veel te gaan tuinieren, ook bij andere bandleden, en hij sprak langdurig en met passie over de „blauwe joepel”, een plant waarvan ik nog nooit gehoord had. Misschien groeit de blauwe joepel alleen in Volendam.

Na zo’n filmpje speelde BZN dan weer een nummer uit hun enorme repertoire. Jan zong in het Volendams-Frans, en Carola sloeg nog eens met de tamboerijn op heur heup. Als om te bewijzen dat zij in eenenveertig jaar zo weinig mogelijk aan vernieuwing hadden gedaan, werd tijdens sommige nummers op het scherm een oude tv-opname vertoond waarin ze hetzelfde nummer vertolkten, met exact dezelfde bewegingen, dansjes en blikken. Jan Keizer wond er ook geen doekjes om dat hun optredens weinig met artistieke driften te maken hadden. „We spelen graag in Zaandam”, zei hij tegen het publiek, „want het is maar een kwartier heen rijden en een kwartier terug.”

Ik vond die praktische houding wel verfrissend, en merkte tijdens Banjo Man ineens dat ik mee stond te klappen. BZN mag in mijn canon.