Boudewijn de Groot

”Nu jij niet meer kan schrijven / moet ik het zelf maar leren”, zong Boudewijn de Groot op zijn vorige cd, na de dood van zijn lijfschrijver Lennaert Nijgh. Dat hij daarmee sindsdien is doorgegaan, blijkt uit zijn nieuwe cd Lage landen waarvoor hij niet alleen alle muziek, maar ook zes van de dertien liedteksten schreef.

De liedjes zijn impressionistisch en soms ongrijpbaar, maar ze roepen wel sfeerscheppende beelden op - mede door de wiegende melodietjes die op kousenvoeten, maar soms ook stevig stampend, worden gespeeld door de voortreffelijke band waarmee De Groot al jarenlang zijn tournees maakt. Een teer tweeluikje wordt gevormd door het uit Nijghs nalatenschap afkomstige Het jagen voorbij (”ik jaag niet meer op jou”) en het door De Groot geschreven Altijd samen (”zij is de laatste die ik liefheb”).

Ook zijn er twee nummers van Freek de Jonge, die weer eens aantonen dat hij als tekstdichter te vaak over het hoofd wordt gezien, en een ontroerend optimistisch versje van Willem Wilmink. De productie ademt vooral intimiteit uit, en in de mix staat Boudewijn de Groot als de geserreerde zanger met het tijdloze geluid voorop. Tegelijk met deze cd verscheen bij uitgeverij Tirion het boek Hoogtevrees in Babylon, waarin Boudewijn de Groot 47 liedteksten van zijn hand (rijp, maar ook zeer groen) heeft gebundeld en geannoteerd.

Lage landen. Universal 171771-5